‘Turkse erkenning dat er iets verschrikkelijks is gebeurd, zou voor Armeniërs al veel betekenen’

2 dagen geleden 3

Toen Yetvart Danzikyan (56), de huidige hoofdredacteur van de Armeens-Turkse krant Agos, in 1996 hoorde dat Armeniërs werkten aan een Turkstalige Armeense krant, wist hij dat hij daarbij moest zijn. Niet veel later zat hij in het kantoor van mede-oprichter en toenmalig hoofdredacteur Hrant Dink. Armeense kranten bestonden al in Turkije, maar een uitgave in het Turks was nieuw. In Turkije wonen naar schatting tussen de 50.000 en 70.000 Armeniërs. Daarmee vormen ze de grootste christelijke minderheid van het land, van wie de meesten in Istanbul wonen.

Wie aan Armeniërs in Turkije denkt, denkt aan de Armeense genocide. In 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, liet de Ottomaanse regering (de voorloper van de Turkse republiek) Armeense intellectuelen in Istanbul arresteren en werden honderdduizenden Armeniërs uit Anatolië gedeporteerd naar de Syrische woestijn, vaak in zogeheten dodenmarsen. Onderweg stierven velen door massamoorden, honger en uitputting. Naar schatting kwamen zo’n 1 miljoen mensen om. De meeste historici beschouwen dit als een geplande genocide en door veel westerse landen wordt het ook zo erkend. Turkije spreekt echter liever van grootschalig oorlogsgeweld en massale sterfte, en noemt het de ‘Armeense kwestie’ in plaats van genocide.

Degene die de Armeense genocide voor het eerst openlijk ter sprake bracht, was Hrant Dink, waarbij hij wel het woord ‘genocide’ bewust vermeed. Volgens Danzikyan ging het Dink minder om het woord zelf en meer om de erkenning van wat er was gebeurd. „Als hij het woord gebruikte, zou hij Turken kwetsen. Tegelijkertijd zou hij de Armeniërs kwetsen als hij het woord niet gebruikte”, vertelt Danzikyan vanachter zijn bureau in het Agos-kantoor in de centrale wijk Sisli, aan de Europese kant van Istanbul.

Openheid over het verleden

Dinks openheid over het verleden kwam hem duur te staan. In 2004 schreef hij dat Sabiha Gökçen, de eerste vrouwelijke piloot van Turkije en adoptiekind van Atatürk (grondlegger van de Turkse republiek), mogelijk Armeense wortels had. Het leidde tot felle reacties. Toen een journalist van persbureau Reuters hem vervolgens vroeg of hij de gebeurtenissen van 1915 als genocide beschouwde, antwoordde Dink bevestigend. Daarop werd hij vervolgd wegens het beledigen van het Turkse volk. In 2007 werd hij voor het Agos-kantoor doodgeschoten door een 17-jarige Turkse nationalist.

„Na de moord op Hrant Dink kwamen honderdduizenden mensen naar zijn begrafenis”, vertelt Danzikyan. „Toen zagen we dat de dialoog waar Hrant altijd over sprak eigenlijk al bestond. Veel meer mensen hadden hem begrepen dan wij misschien dachten.” Zijn boodschap probeert de redactie van Agos nog altijd voort te zetten. „Hrant geloofde dat Turken en Armeniërs elkaar konden helpen omgaan met het verleden”, zegt Danzikyan. Hij hielp de krant vanaf het begin opbouwen en werkte er naast zijn andere werk zo’n twee dagen per week. In 2015 nam hij de leiding over.

Bij zijn begrafenis zagen we dat de dialoog waar Hrant altijd over sprak eigenlijk al bestond

De krant verschijnt in het Turks, omdat in de jaren zestig en zeventig op veel plekken in Anatolië Armeense scholen en kerken verdwenen. „Daardoor spraken velen het Armeens nog wel, maar konden ze het niet meer lezen of schrijven”, vertelt Danzikyan. „Daarom maakten we een krant vooral in het Turks, met een paar pagina’s in het Armeens.”

De redactie werkt vanuit een klein kantoor en telt acht vaste medewerkers, onder wie zowel Armeniërs als Turken. De wekelijkse krant verschijnt in een oplage van zo’n tweeduizend exemplaren en richt zich op thema’s als minderheidsrechten, democratisering en de relatie tussen Turken en Armeniërs.

Danzikyan op de redactie van Agos, waar zowel Armeniërs als Turken werken.

Foto Bülent Kilic

Voorzichtig kleine veranderingen

„We wilden een dialoog aangaan met de Turkse samenleving, omdat we merkten dat Turken vaak nauwelijks iets wisten over Armeniërs en dat er veel vooroordelen leefden”, zegt Danzikyan. „Het beeld dat bestond werd grotendeels gevormd door nationalistische propaganda en verzonnen verhalen in de media. Agos wil daartegen ingaan en een brug slaan tussen Armeniërs en de rest van de Turkse samenleving.”

Agos, dat dit jaar dertig jaar bestaat, probeert dat gesprek nog steeds levend te houden, en Danzikyan ziet voorzichtig kleine veranderingen. Dat Turkije en Armenië weer met elkaar praten is weliswaar een stap vooruit, maar de spanningen tussen Azerbeidzjan, een belangrijke bondgenoot van Turkije, en Armenië hebben ook hun weerslag in Turkije. Het langlopende conflict gaat vooral over de regio Nagorno-Karabach, dat vorige eeuw aan Azerbeidzjan was gegeven terwijl er vooral Armeniërs woonden. In het publieke debat daarover wordt Armenië voortdurend de agressor genoemd. Daardoor voelen Armeniërs in Turkije zich onrustig, merkt Danzikyan op.

Lees ook

In de verlaten stad Ani botsen Turkije en Armenië

De verlaten stad Ani in het oosten van Turkije, niet ver van de grens met Armenië, januari 2024

„De Armeense gemeenschap leeft hier niet in een situatie waarin we geen adem kunnen halen of de straat niet op durven. Kerken zijn open, Armeense scholen zijn open, we kunnen onze krant maken”, zegt Danzikyan. „Maar”, zo vult hij aan, „die historische last blijft bestaan. Als de Turkse staat zou zeggen: ja, 110 jaar geleden is er in dit land een groot onrecht aangedaan aan Armeniërs, dan zouden Armeniërs zich al anders voelen. Het gaat er niet alleen om het woord genocide te gebruiken, maar om te erkennen dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Dat zou voor de Armeense gemeenschap al veel betekenen.”

Lees het hele artikel