In de namiddag glinstert het wad van het Zuid-Chinese Leizhou in de zon. Het is eb. In de voor het oog eindeloze moddervlakte krioelen kleine krabjes en liggen vissersboten. Verderop zijn tientallen mensen bezig met het oogsten van schelpdieren die hier zijn gekweekt. Ze graven ze met de hand uit en verzamelen ze in gele netten. Stokken geven de omheining aan van deze schelpdierkwekerij, die zich bevindt in een getijdengebied en elke dag ongeveer de helft van de tijd onder water ligt.
Trekvogelonderzoeker He-Bo Peng raapt wat van de gladde bruinbeige tweekleppige schelpjes op in een gebied waar de oogst al heeft plaatsgevonden. „Kijk”, zegt hij, „deze vonden ze te klein om te oogsten.” Hij ziet dat er nog veel voedsel in de bodem is achtergebleven. Dat is goed nieuws voor de trekvogels die elk jaar in dit gebied pauzeren tijdens hun migratie van Australië en Nieuw-Zeeland richting hun broedplaatsen in Siberië en die de kleine schelpdieren eten.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15181154/220426WET_2032446358_Leizhou_Aquacultuur_4.jpg)
Trekvogelonderzoeker He-Bo Peng laat een tweekleppig schelpdier zien dat op het wad is achtergebleven na de oogst.
Foto Yin YingDe 18.400 kilometer aan Chinese kustlijn – inclusief alle inhammen, landtongen en eilanden – zijn cruciaal voor de miljoenen trekvogels op de Oost-Aziatisch-Australaziatische vliegroute, de meest bedreigde trekroute voor kustvogels ter wereld. Nog altijd maken meer dan 50 miljoen vogels gebruik van de route om het Noordpoolgebied te bereiken, dat in de zomer zeer geschikt is voor het opgroeien van hun kuikens. Maar hun aantal is de afgelopen veertig jaar sterk afgenomen.
Lange tijd kwamen de vogels, zoals de grote en rode kanoet en de rosse grutto, tijdens hun jaarlijkse migratie vooral in China steeds meer in het nauw. Landwinning in de kustgebieden ten behoeve van China’s snelle industrialisering leidde tot steeds minder plek voor de vogels om te stoppen voor rust en voedsel. Maar sinds 2010 kwam hier geleidelijk een einde aan. In 2018 verbood de Chinese overheid verdere inpoldering en ging meer doen aan natuurbescherming. Het waddengebied langs de Chinese kust is sindsdien weer licht gegroeid – maar het aantal trekvogels blijft dalen.
Peng doet al meer dan tien jaar onderzoek naar hoe dat kan. Elk voorjaar, van maart tot mei, reist hij met een team van onderzoekers tijdens het trekseizoen twee maanden langs de Chinese kust om vogels te tellen en onderzoek te doen naar hun voedselbronnen. Ze reizen met de vogels mee van het tropische zuiden van China naar het droge noorden. Als NRC op bezoek komt telt het team dertien leden. Elke dag doen ze tijdens eb hun metingen op het Chinese wad, en rijden ze – daarvoor of daarna, afhankelijk van de getijden – in drie volgepakte busjes naar hun volgende bestemming.
Een belangrijke ontdekking die Peng tijdens zijn onderzoek deed gaat over de rol van China’s commerciële aquacultuur, de kwekerijen in de getijdengebieden die goed zijn voor een groot deel van de wereldwijde productie van mossels, oesters en andere schelpdieren. Die blijkt positief voor de aantallen kustvogels. „Dat was natuurlijk een verrassende uitkomst. Ik had tijdens mijn studie ook gewoon geleerd dat minder commercie en menselijke inmenging beter is voor de natuur. Ik moest aan deze uitkomsten wennen.”

Een werker krijgt uitbetaald voor de schelpdieren die zij heeft geoogst die dag.

Geoogste schelpdieren op het wad bij Leizhou.
Juist dit kweekgebied leverde belangrijke observaties. In Leizhou, een gebied op een tropisch schiereiland dat het zuidelijkste puntje van het Chinese vasteland vormt, werd in 2018 de schelpdierkweek verboden. Peng en zijn team zagen hoe toen ook het aantal trekvogels sterk daalde dat hier een stop maakt op weg naar hun noordelijke broedplaats, zoals de grote kanoet.
De voorspelbare hoeveelheid voedsel die de gereguleerde schelpdierkweek met zich meebrengt bleek een onmisbare voedselbron voor de trekvogels. Kwekers geven de schelpdieren tijd om te groeien en oogsten een of twee keer per jaar. Ze zorgen ervoor dat niemand anders het gebied betreedt en laten kleine exemplaren liggen.
Dat beheer valt weg in vrij toegankelijke waddengebieden, ook als die officieel beschermd zijn. Daar moeten de trekvogels de kustgebieden delen met duizenden lokale bewoners en toeristen die ook gebruikmaken van het gebied, en die schelpdieren verzamelen om in hun levensonderhoud te voorzien of als onderdeel van hun toeristische uitje. Het is een voorbeeld van de tragedy of the commons, waarbij individuen onbedoeld samen een vrij toegankelijke natuurlijke hulpbron uitputten, ook als dat op de lange termijn voor iedereen nadelig is.
Graven naar eetbare bodemschatten
Een dag eerder. Op het wad bij de stad Beihai is goed zichtbaar hoe die tragedie er in de praktijk uitziet. Nadat het onderzoeksteam rond tien uur ’s ochtends is aangekomen op de locatie voor die dag, verspreiden de leden zich in groepjes over het wad. Ze gaan vogels tellen, bodemzand zeven op schelpdieren en andere voedselbronnen, vogels filmen en hun uitwerpselen opmeten en verzamelen voor dna-onderzoek. Ook worden er in kleine zakjes broeikasgassen (methaan, koolstofdioxide) uit de bodem opgevangen. De schelpkweek zorgt mogelijk ook voor lagere uitstoot. De ‘vogelteams’ en de ‘modderteams’, zoals ze elkaar ook wel noemen, houden contact via walkietalkies.
Op het kilometerslange getijdengebied zijn dan al veel mensen actief. Hoe verder richting de horizon, hoe meer het er lijken te zijn. Dit is een van de locaties waarop je „meer mensen dan vogels” kunt aantreffen, lacht teamlid Liu Zhuo. Ze volgt een kaartje op haar telefoon waarop het strand in blokken is verdeeld. Op de grens tussen verschillende blokken markeert ze een plek waar vanuit ze door een verrekijker op statief in vier richtingen kijkt en alle vogels en mensen telt die ze kan zien.
Bezien vanuit het eerste meetpunt van de dag blijken de vogels toch in de meerderheid: Liu telt 582 vogels, waaronder vooral veel roodkeelstrandlopertjes en woestijnplevieren, 75 lokale bewoners die voor de kost aan het graven zijn naar zandwormen en andere dieren, en 57 toeristen. Een lokale bewoner, een oudere vrouw met een rieten hoed op met daaromheen een sjaal gebonden tegen de zon, loopt net het wad op met een schoffel en een mandje vol proviand. Ze gaat op zoek naar de dikke zandwormen van wel dertig centimeter die in deze regio vers of gedroogd worden gegeten en op het moment omgerekend zo’n 6 euro per pond opleveren, maar heeft ook belangstelling voor wat Liu aan het doen is, en voor Nederland („hebben ze daar ook zee?”).
Liu is dit jaar voor de derde keer mee met onderzoeker Peng. Ze werkte eerder onder andere als banketbakker, maar in 2019 begon ze met vogelen, een ervaring die „een nieuwe wereld” voor haar opende waarin ze zelfs in de stad opeens omringd bleek door natuur. Inmiddels neemt ze door het jaar heen deel aan verschillende vogelmetingen. „Ik kan nu vogels herkennen, en dat heb je voor dit werk ook nodig.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15181835/220426WET_2032446358_Leizhou_ZonderAquacultuur_Team_7.jpg)
Onderzoeker He-Bo Peng en een teamlid bespreken een meting.
Foto Yin Ying
Twee teamleden verzamelen monsters van broeikasgassen uit de bodem van het wad.

Een toerist harkt op het wad bij Leizhou op zoek naar eetbare bodemschatten.
Ondertussen zijn de vele toeristen zich van geen kwaad bewust. In hun zomerjurkjes en korte broeken zijn ze goed te onderscheiden van de lokale bevolking in zonwerende kleding. Ze genieten van het zogenoemde ganhai, het op het wad zelf op zoek gaan naar eetbare bodemschatten. Het gaat er daarbij serieus aan toe. Sommigen hebben online al hun graaf- en boormateriaal gekocht ter voorbereiding op deze vakantie. Anderen hebben net nog een paar scheppen en harken gehuurd. Af en toe klinkt een luide kreet bij een opvallende vondst.
NRC wordt door She, een 27-jarige toerist uit de zuidwestelijke provincie Yunnan, uitgenodigd om het graven „zelf te ervaren” en krijgt een harkje aangereikt. In zijn emmer heeft She al aardig wat schelpdieren, garnalen en bewoonde slakkenhuizen verzameld. Hij vindt de schelpen „supermooi” en zegt de meeste te zullen teruggooien. „Dit is echt voor de lol.” Zijn reisgenoot vraagt zich af of ze aan een restaurant kunnen vragen om hun vondsten te koken.
Aan het einde van de dag, als het water langzaam begint te stijgen, ziet het strand bij Beihai er omgeploegd uit. Met volle emmers lopen omwonenden en bezoekers naar de mangrovestruiken aan de rand van het wad, op weg naar de parkeerplaats.
Een doorontwikkeld Nederlands exportproduct
Ook de leden van het onderzoeksteam zijn goed herkenbaar aan hun blauwe zwemvesten en hoge lieslaarzen. Het is een diverse groep, zowel qua leeftijd als achtergrond, met naast vogelaars ook een aantal studenten van Peng, twee voormalige bouwvakkers en een afgestudeerd dierenarts. Peng zelf, energiek en schijnbaar onvermoeibaar, houdt het overzicht en lost problemen op. Als een van de teams na een trektocht over het wad een thermometer blijkt te zijn vergeten, springt hij op een motortaxi om er een op te halen.
De diversiteit van het team heeft alles te maken met hoe de nu 37-jarige Peng dit project begon. Hij was nog een masterstudent aan de prestigieuze Fudan-universiteit in Shanghai toen hij geïnteresseerd raakte in de relatie tussen de macrobenthos – de schelpdieren, wormen en andere ongewervelde dieren op de zeebodem – en de trekvogelpopulatie. Al snel klopte hij aan bij de bekende Nederlandse trekvogelecoloog Theunis Piersma, die destijds elk jaar een periode in China was voor onderzoek langs de Gele Zee. Piersma bezocht daar de baai van Bohai, de grootste pleisterplaats voor trekvogels in China, aan de noordelijke kust niet ver van Beijing.

Het team van He-Bo Peng aan het werk op het wad.

Een teamlid meet broeikasgassen in de bodem van het wad.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/16102430/220426WET_2032446358_Team1.jpg)
Leden van het onderzoeksteam lopen richting de mangrovestruiken aan de rand van het Chinese wad.
Foto Yin Ying„Ik zag iemand met een goed idee”, zegt Piersma daarover in een videogesprek. In China werd er na 2010, onder andere met steun vanuit het Nederlandse Wereldnatuurfonds, in snel tempo onderzoek ontwikkeld naar het gedrag van de trekvogels langs deze sterk bedreigde route en het belang van het beschermen van het wad. Maar naar de rol van voedselbeschikbaarheid voor de vogels werd nog nauwelijks gekeken. Een kanoet van 250 gram op doorreis naar Siberië moet ongeveer een pond aan schelpdieren per dag eten om genoeg vetvoorraad op te bouwen voor de rest van de trek.
Samen brachten ze een methodologie naar China voor metingen en bemonstering die Piersma in Nederland had ontwikkeld, en die ook op andere plekken in de wereld wordt gebruikt. Ruim tien jaar later heeft Peng dat Nederlandse exportproduct doorontwikkeld tot „iets volstrekt unieks”, aldus Piersma, bij wie Peng in 2024 ook is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen.
„Ik ken niets dat er ook maar in enige mate mee vergelijkbaar is”, vertelt Piersma. Doordat Peng langs de gehele Chinese kust werkt, en dat nu al meer dan tien jaar doet, kan hij nieuwe verbanden leggen. Zo kon hij tot de conclusie komen dat de schelpdierkwekerijen de trekvogels een steuntje in de rug geven. De resultaten van dat onderzoek zijn vorig jaar december gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications. Daarbij konden Pengs data aan andere datasets van vogelmigratie worden verbonden.
„Het is eigenlijk alsof je van West-Afrika tot Zuid-Noorwegen probeert grip te houden op wat er in de waddengebieden gebeurt”, zegt Piersma. Ook in de internationale Waddenzee bestaat er geen onderzoek van deze schaal.
Lees ook
‘Als je met een ingenieursblik naar de natuur kijkt wurg je de ziel uit de biologie’
Gezellige roadtrip
De erkenning van het project groeit, zeker internationaal. Toch heeft Peng, die nu als postdoctoraal onderzoeker werkt aan een universiteit in de Zuid-Chinese stad Guangzhou, tot nu toe moeite om er voldoende onderzoeksgeld voor te vinden. Hij zou zijn teamleden graag voltijds in dienst willen nemen, in plaats van alleen tijdens de jaarlijkse trekvogelmigratie, en verzamelt aan de kust extra monsters voor de projecten van collega-biologen die hem in ruil daarvoor financieel ondersteunen.
Het extra harde werken past wel bij hem. Peng komt uit Jiangxi, een van China’s armere provincies, en werkte zichzelf via China’s extreem competitieve nationale examensysteem op naar een topuniversiteit. Zijn familie had het niet breed en hij noemt zichzelf „praktischer” ingesteld dan de vrijwilligers en studenten die hij nu traint, en die vaak al jong een liefde voor de natuur ontwikkelen.
Voor Peng was het onderzoek aan trekvogels iets wat simpelweg op zijn pad kwam. Maar het bleek een match, vertelt hij tijdens een autorit tussen twee kustlocaties, met langs de snelweg groene rijstvelden. Elk jaar is hij het gelukkigst tijdens deze twee maanden, als hij op het wad data verzamelt en nieuwe inspiratie opdoet.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/16102120/220426WET_2032446358_PengHeBo1.jpg)
Trekvogelonderzoeker He-Bo Peng.
Foto Yin YingZijn passie voor het project leidde ertoe dat hij verschillende aanbiedingen afwees omdat ze hem op een ander pad zouden zetten, maar het voelt ook als een unieke kans, waar hij alles uit wil halen. „Niemand doet dit verder, omdat het zo veel werk is en zo ontzettend vermoeiend.”
Het roept een vraag op die zich op dit moment al twee lange dagen opdringt. Als NRC langskomt is het jaarlijkse onderzoek net een week bezig, maar op het reisschema is te zien dat er 64 aaneengesloten onderzoeksdagen gepland staan langs duizenden kilometers aan kustlijn. Waarom vindt het onderzoek plaats in dit moordende tempo, zonder weekenden of rustdagen? En hoe houden ze dat vol?
Peng lijkt nog niet echt over deze vraag te hebben nagedacht. Hij wijst erop dat het trekseizoen van de vogels nu eenmaal van maart tot mei plaatsvindt. Daar moeten onderzoekers zich naar voegen. „Maar”, zegt hij met een licht verontschuldigende glimlach, „als het trekseizoen langer was denk ik dat ik eerder extra onderzoekslocaties zou invoegen dan rustdagen.”
Hij is duidelijk over de zware werkomstandigheden als mensen solliciteren. Wel probeert hij er ook een beetje een gezellige roadtrip van te maken. Na het werk gaan het team ergens lokale specialiteiten eten en ze verblijven als het even kan op een levendige locatie. „We hebben onze vaste plekjes. Net als de vogels.”
Een afgewend gevaar
Dankzij het Chinese trekvogelonderzoek weten we steeds meer over de bedreigingen van trekvogels langs de Chinese kust. Langs andere delen van de trekroute, zoals in Zuidoost-Azië, is dat nog veel minder het geval.
Dat die bedreigingen in China inmiddels vooral op het gebied van de invulling van het Chinese natuurbeheer liggen, is eigenlijk heel goed nieuws, aldus Piersma. Toen hij ruim twintig jaar geleden begon met onderzoek in China bestond nog de vrees dat het hele Chinese wad zou worden ingepolderd, met desastreuze gevolgen voor de trekvogels.
Mede door het trekvogelonderzoek dat Piersma met Chinese collega’s opzette, waarin zij aantoonden dat China’s inpoldering de voornaamste bedreiging was voor de trekvogelroute, en niet klimaatverandering, ging het roer in Beijing om. Grote delen van de kustlijn werden beschermd gebied. Sindsdien is de trekvogelpopulatie blijven dalen, maar lang niet zo snel als daarvoor. Het grootste gevaar werd afgewend.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15181836/220426WET_2032446358_Leizhou_ZonderAquacultuur_Team_8.jpg)
Vissersboten liggen op het wad tijdens eb.
Foto Yin Ying
Een lokale bewoner keert huiswaarts na een dag graven op het wad.

Opgegraven schelpdieren en een flesje water.
Maar nu blijkt het intensieve gebruik van de kuststrook door de Chinese bevolking een nieuwe bedreiging, waarbij commerciële uitbating positief afsteekt.
Peng benadrukt dat commerciële aquacultuur natuurlijk ook nadelen heeft, zoals het gebruik van gifstoffen. Maar zolang de natuurgebieden langs de enorm lange Chinese kustlijn niet effectief kunnen worden beschermd tegen al te intensief menselijk gebruik, blijkt verantwoorde schelpdierkweek „relatief gezien de beste natuurbeheerder”.
De hoop is nu dat Chinese beleidsmakers ook deze genuanceerde boodschap oppikken en hun beschermingsbeleid aanscherpen. Het gaat daarbij over zaken als gedifferentieerd beheer op basis van locatie en oogstintensiteit, maar ook over sociale vraagstukken, zoals banen en meer pensioen voor dorpelingen langs de kust die nu graven naar producten uit zee omdat ze het inkomen nodig hebben. Peng denkt dat nieuw beleid wel even kan duren. „Ook voor de overheid is deze uitkomst niet intuïtief.”
Veld vol molshopen
Na een vroege autorit van drie uur van Beihai naar Leizhou blijken daar flink minder vogels te vinden dan vorig jaar. Er worden die dag geen kanoeten gespot, een van de belangrijkste trekpopulaties, en ze zien deze keer ook niet de zeldzame lepelbekstrandloper die hier eerder soms opdook. Later in het voorjaar, als de onderzoekers in het noorden zijn bij de Gele Zee, zullen de aantallen vogels toenemen.
Over de walkietalkie klinkt een van de leden van ‘Team Vogel’. „Poepen vogels ook als ze in de ruststand staan?”
Han Zhen, een vogelaar en fotograaf die ook voor de derde keer met Peng mee is en veel van de logistiek in handen heeft, antwoordt dat dat wel kan maar niet zo waarschijnlijk is. Trekvogels produceren tijdens hun bijtankpauzes op het wad veel uitwerpselen, maar als ze op één been staan doen ze vooral even rustig aan.
Een half uur verderop, bij de schelpdierkwekerij, zijn wat meer vogels te zien. Een bewaker rijdt op een zware brommer rondjes over het gebied. Alleen aan de andere kant van de stokken die de kwekerij afbakenen van de rest van het wad hebben bewoners van aangrenzende dorpen die dag gegraven naar schelpdieren. Het publieke gedeelte van het wad ligt er als een veld vol molshopen bij.
Eenmaal terug bij de rest van het team, blijkt dat een van de studenten die middag driemaal in de modder is weggezakt. Ze vond het heftig en wil de volgende dag wat rustiger aandoen. Peng vindt dat geen probleem. Hij neemt haar metingen over.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15181814/220426WET_2032446358_Leizhou_ZonderAquacultuur_Team_6.jpg)
Trekvogelonderzoeker He-Bo Peng kijkt naar trekvogels.
Foto Yin Ying/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/15181057/220426WET_2032446358_Leizhou_Aquacultuur_2.jpg)
De afbakening van een schelpdierkwekerij op het wad bij Leizhou. Alleen buiten de omheining is die dag door lokale bewoners gegraven naar schelpdieren.
Foto Yin Ying





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23205249/230426VER_2033262906_Oekraine.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23140235/240426ECO_2033227369_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23115731/240426WET_2033112099_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22085332/240426WEE_2032887323_1.jpg)
English (US) ·