Een nieuwe Hubble-foto van de ‘Trifidnevel’, gemaakt ter ere van 36 jaar Hubble in de ruimte slechts eergisteren, laat zien hoe een stellaire jet in slechts 29 jaar zichtbaar is opgeschoven. Het portret van deze kosmische kraamkamer toont een gloeiend landschap vol geboorte en vernietiging.
Precies 36 jaar nadat spaceshuttle Discovery de Hubble‑ruimtetelescoop in een baan om de aarde bracht, trakteert NASA/ESA ons op een adembenemend portret van de Trifidnevel (Messier 20). Vorig jaar stonden we nog uitgebreid stil bij het 35‑jarig jubileum van Hubble, maar het nieuwe jubileum laat zien dat de telescoop na al die jaren nog niets aan scherpte heeft ingeboet. Hubble richt zijn blik namelijk opnieuw op een stukje hemel dat hij ook in 1997 al vastlegde, en de vergelijking onthult dat dit stervormingsgebied zelfs op menselijke tijdschalen meetbaar verandert. De Trifidnevel, gelegen op ongeveer 5.200 lichtjaar in het sterrenbeeld Boogschutter (Sgr), dook recent ook op in een grandioze overzichtsfoto van de Vera C. Rubin‑telescoop, waarmee de regio rond de Lagunenevel in kaart werd gebracht, waaronder zijn naaste buur; de Lagunenevel.
Overzichtsfoto gemaakt met de Vera C. Rubin grondtelescoop van de Lagunenevel (middenonder), geflankeerd door de Trifidnevel (M20, rechtsboven) en (links) stervormingsgebied Simeis 188 met daarin de heldere boog ‘NGC 6559’. Deze regio wordt door astronomen intensief afgespeurd op zoek naar ‘proplyds’: omsloten schijven van stof en gas rond pasgeboren sterren waar planeten kunnen vormen. Foto: NSF–DOE Vera C. Rubin Observatory. Klik hier om deze 4,4 gigapixel-foto zoombaar te openen, hier om deze op de hoogste resolutie te downloaden als printbaar .tif-bestand (24,2 GB), hier als dat als 10K foto met wat minder mag (175 MB), hier als .jpg-afbeelding voor je bureaublad (7 MB) of hier om deze te bekijken in AAS’ Worldwide Telescope viewer.Hubble zoomt nu echter diep in op een klein deel van deze rechterbovennevel, waar stof, gas en pasgeboren sterren een turbulent schouwspel opvoeren.
Links een compleet overzicht van enkel de Trifidnevel, vastgelegd door de Vera C. Rubin‑telescoop. Het witte kader markeert het Hubble-beeldveld van circa 4 lichtjaar; het totale Rubin-veld beslaat ongeveer 56 lichtjaar, op zijn beurt weer een uitsnede van de eerdere overzichtsfoto. Rechts de nieuwe Hubble‑opname waar dit ‘Ruimtefoto van de week’-artikel primair over spreekt. Afbeelding: NASA, ESA, STScI, bewerking: J. DePasquale (STScI). Klik hier om de linkerfoto zoombaar te openen, hier om deze als printbaar .tif-bestand te downloaden (232 MB), hier als .jpg-bestand (5 MB) of hier om deze in ASS’ Worldwide Telescope browser te aanschouwen.Een schilderij van gas en stof
De nieuwe opname, gemaakt met Hubble’s Wide Field Camera 3, oogt als een onderwaterlandschap vol fijnkorrelig sediment. Linksboven kleurt de nevel helderblauw – hier is de hoeveelheid stof het kleinst, waardoor intense ultraviolette straling van massieve sterren het omringende gas doet oplichten. Van rechtsboven naar het midden kronkelen donkerbruine stofslierten als modderstromen, en de uiterste rechterbenedenhoek is bijna gitzwart: de dichtste stofwolken, waar zelfs zichtbaar licht niet doorheen prikt. Centraal in beeld steelt een roestbruine wolk de show. Met twee ‘horens’ en een golvend ‘lijf’ doet hij enigszins denken aan een citroenslak, een opvallende zeenaaktslak – het Hubble-team doopte hem dan ook de “Cosmic Sea Lemon”:
Hubble’s Wide Field Camera 3 legde een gebied van circa 4 lichtjaar doorsnede in de Trifidnevel vast. De blauwe gloed linksboven ontstaat doordat ultraviolette straling elektronen van gasatomen heeft gestript; de donkerbruine tot zwarte zones markeren de hoogste stofdichtheden. Foto: NASA, ESA, STScI. Image processing: J. DePasquale (STScI). Klik hier om deze op de hoogste resolutie te downloaden als printbaar .tif-bestand (28 MB), of hier als .jpg-afbeelding voor je bureaublad (5 MB).Terug in de tijd: van 1997 naar 2026
Hubble richtte zijn blik al eens eerder op dit tafereel. In 1997 leverde de Wide Field and Planetary Camera 2 een iconisch beeld af, waarin dezelfde stellaire jet en stofstructuren herkenbaar zijn. Nu, 29 jaar later, blijkt hoe krachtig de verbeterde camera’s van de vierde servicemissie zijn. De nieuwe opname is niet alleen scherper, maar laat ook zien dat structuren als de jet HH 399 – een plasmastraal die periodiek wordt uitgestoten door een nog groeiende protoster – in de tussentijd zichtbaar is opgeschoven:
De Trifidnevel in 1997, vastgelegd met de Wide Field and Planetary Camera 2. De jet HH 399 (de golvende lijn linksboven) steekt af tegen een wand van geërodeerd gas en stof; de straling van een nabije massieve ster vreet zich een weg door de geboortewolk. Foto: NASA/ESA en Jeff Hester (Arizona State University). Klik hier om deze als printbaar .tif-bestand te downloaden (3 MB), hier als .jpg-bestand (0,5 MB) of hier om deze in de ESASky browser te aanschouwen.Een jet die beweging brengt
De linker ‘hoorn’ van deze kosmische citroenslak valt samen met jet HH 399, een jet die al minstens eeuwenlang materiaal de ruimte in slingert. In de nieuwe opname is te zien dat het uiteinde van deze straalstroom in 29 jaar merkbaar is opgeschoven, waardoor onderzoekers de uitstroomsnelheid en de energie‑injectie van de protoster kunnen bepalen. Rechtsonder in de ‘nek’ van de citroenslak tekent zich een grillig rood‑oranje patroon af: de vermoedelijke tegenjet, die diep in het stof schuilgaat. Iets verderop kronkelt een scherpe lijn van feloranje naar vlammend rood – vermoedelijk eveneens een jet van een nog zwaardere maar eveneens verhulde protoster, die in de nieuwe beelden naar rechts lijkt te bewegen. Zelfs schijnbaar trillende roze sterretjes verraden hun eigenbeweging door de Melkweg.
Geannoteerde Hubble-opname van de Trifidnevel. HH 399 is linksboven aangeduid, de vermoedelijke tegenjet bevindt zich in de bruine stofwolk rechtsonder. De schaalbalk meet 42 boogseconden, wat overeenkomt met ongeveer 1 lichtjaar op de afstand van de nevel. Afbeelding: NASA, ESA, STScIEen drieledige nevel vol verrassingen
De Trifidnevel dankt zijn naam aan het Latijnse trifidus – in drieën gedeeld – een verwijzing naar de donkere stofbanen die de nevel optisch in drie lobben splitsen. Astronomisch gezien is M20 een zeldzame combinatie van een emissienevel (de roze gloed van geïoniseerd waterstof), een reflectienevel (het blauwige, door stof weerkaatste sterrenlicht) en de donkere nevel Barnard 85. In het hart huist de jonge open sterrenhoop C 1759‑230, met de hete drievoudige ster HD 196692 als opvallendste lid. Charles Messier catalogiseerde het object in 1764, maar het was John Herschel die in 1826 als eerste het woord ‘Trifid’ gebruikte en noteerde: “trifid, three nebulae with a vacuity in the midst, in which is centrally situated the double star … A most remarkable object.”
Een terugblik op eerdere opnamen en studies naar dezelfde Trifid-nevel van afgelopen decennia:
Composiet van zichtbaar-lichtopnamen (Hubble, links, binnenin; National Optical Astronomy Observatory, links, achtergrond) en een valse-kleuren-infraroodbeeld van de Spitzer‑ruimtetelescoop (rechts). De gele cirkels markeren vier dichte stofkernen waarin Spitzer tien massieve protosterren detecteerde, terwijl optische waarnemingen die kernen nog als onvoltooid zagen. De pijlen wijzen de posities van de individuele protosterren aan. Spitzer’s infraroodarraycamera (boven rechts) toont emissies op 3,6, 4,5, 5,8 en 8,0 micron; de multiband imaging photometer (onder rechts) registreert 24-micronstraling van het koelere instortende materiaal rond de groeiende sterren. Afbeelding: NASA/JPL-Caltech/J. Rho (SSC/Caltech).
De Trifidnevel gefotografeerd door de Wide‑Field Imager van de MPG/ESO 2,2‑meter telescoop op La Silla, Chili. De opname toont de drieledige structuur met donkere stofbanen, een heldere emissienevel en de blauwe reflectienevel. Het getoonde gebied meet circa 13 × 17 boogminuten. Foto: ESO, 2009
Vergelijking tussen zichtbaar-lichtopnamen (links) en infraroodbeelden van de Spitzer‑ruimtetelescoop (rechts). Spitzer drong door het stof heen en onthulde 30 massieve embryonale sterren en 120 kleinere pasgeboren sterren. Tien van die embryo’s bevinden zich in vier dichte kernen die als ‘stellaire broedmachines’ fungeren. De heldere witte stip in het centrum is een massieve O‑ster die de stervorming aanjaagt. Afbeelding: NASA/JPL-Caltech/J. Rho (SSC/Caltech)Hubble’s 36‑jarige loopbaan blijft een ongeëvenaard venster op een universum dat zich zelfs binnen een mensenleven zichtbaar ontvouwt. De Trifidnevel, ooit niet meer dan een vage vlek in een kijker, ontpopt zich tot een dynamisch laboratorium waar geboorte en erosie hand in hand gaan – en waar elke nieuwe opname, van zichtbaar licht tot infrarood, ons dichter bij het ontstaansverhaal van sterren zoals onze zon brengt.
De afgelopen decennia zijn er prachtige foto’s gemaakt van interstellaire nevels, sterrenstelsels, planeten, andere hemellichamen en in de ruimtevaart. Ieder weekend halen we een indrukwekkende ruimtefoto uit het archief. Genieten van alle foto’s? Bekijk ze op deze pagina. Heb je zelf bijzondere (astro)foto’s die je wil delen met ons? Stuur ze in via ons mailadres o.v.v. ‘Ruimtefoto’!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

3 uren geleden
1





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23205249/230426VER_2033262906_Oekraine.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23140235/240426ECO_2033227369_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23115731/240426WET_2033112099_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22085332/240426WEE_2032887323_1.jpg)
English (US) ·