Niet iedereen kan naar Ter Apel: rechter zet streep door beëindiging opvang

1 dag geleden 1

Achter een van de vele groene hekken op het aanmeldcentrum van de IND en de opvang van het COA ligt het buitenbeentje van Ter Apel: de vrijheidsbeperkende locatie. Hier wonen geen mensen die hopen een leven in Nederland te kunnen beginnen, maar juist mensen die moeten vertrekken. 

Volgens toenmalig minister van Asiel en Migratie Marjolein Faber (PVV) konden ongedocumenteerden die in de stad in een bed-bad-broodopvang zaten, dáárheen. Ze hadden immers geen recht op een verblijfsstatus en moesten vertrekken in plaats van in een ‘gesubsidieerde opvang’ zitten. Ze besloot dat de bed-bad-broodopvang in vijf steden (Amsterdam, Groningen, Utrecht, Eindhoven en Rotterdam) moest sluiten per 1 januari 2025.

Maar vrijdag oordeelde de Rotterdamse bestuursrechter dat Faber de opvang voor zestien van de twintig Rotterdamse ongedocumenteerden niet had mogen beëindigen. De minister, zo stelde de rechter, had verzuimd ervoor te zorgen dat de zestien na beëindiging van de opvang niet in een onmenselijke situatie terecht zouden komen. Dát is in strijd met het Handvest van de EU en andere Europese verdragen.

Het vonnis is een opsteker voor advocaat Pim Fischer, die meteen na het besluit van de minister namens 546 ongedocumenteerde personen bezwaar maakte. In afwachting van de reactie van de minister op deze uitspraak, die maanden op zich liet wachten, moest de opvang open blijven, zo oordeelde de rechtbank. Vrijdag verklaarde de rechter het beroep van zestien ongedocumenteerden in Rotterdam gegrond. Fischer: „Ik zie met veel vertrouwen de zaken in de andere steden tegemoet.”

De rechtszaak draaide om de vraag of je mensen dakloos mag maken, zegt Pim Fischer in een reactie op het vonnis. „De rechtbank is duidelijk: nee. Dus niet. Er moet onvoorwaardelijke opvang bestaan, voor iedereen. Dat er mensen 1 januari 2025 op straat zijn gezet, is een grove mensenrechtenschending. Dat is de rechtbank met mij eens.”

Kwetsbaar

Vreemdelingen die onderdak hebben in de bed-bad-broodopvang zijn allemaal kwetsbaar, niet zelfredzaam, ze hebben geen netwerk, mogen niet werken en ze hebben geen recht op voorzieningen, schrijft de rechtbank in de uitspraak. Hoewel ze geen recht hebben op een verblijfsstatus, is de overheid verplicht minimale zorg te bieden. Voor de zestien vreemdelingen was die zorg dus niet gewaarborgd.

Er zit volgens Fischer ook een tegenslag in de uitspraak: voor vier ongedocumenteerden was de beëindiging rechtmatig omdat hun een plek werd geboden in de vrijheidsbeperkende locatie (vbl) in Ter Apel. Daar kunnen vreemdelingen terecht die niet in Nederland mogen blijven, terug moeten keren naar het land van herkomst en aan die terugkeer meewerken.

De advocaat van de minister betoogde tijdens de zitting dat de vbl een geschikte plek zou zijn voor alle personen in de voormalige bed-bad-broodopvang. Daarmee voldeed de minister dus aan haar opvangplicht. Locatiemanager Johan Penninkhof, ook aanwezig in de zittingszaal, beaamde dat: „Er is genoeg plek in de vbl, en zolang mensen meewerken aan terugkeer, is iedereen welkom”, zei hij. De rechtbank ging daarin mee.

Drie ‘units’

Achter de groene hekken van de opvanglocatie in Ter Apel staan de drie blokken huizen, ‘units’ in COA-termen. In elke unit passen maximaal acht mensen, in totaal heeft de vbl 232 bedden. Soms is dat een ingewikkelde puzzel: „Een man alleen plaatsen we niet in een vrije slaapkamer bij een gezin met jonge kinderen”, zegt Penninkhof, terwijl hij door de enige momenteel onbewoonde unit loopt, „dus staat er weleens een kamer leeg”. 

Er is een recreatieruimte met wat spellen en thee. Bewoners kunnen een paar uur per week vrijwilligerswerk op het terrein doen voor 6 euro per dag, kinderen kunnen naar school. Volwassenen krijgen 58 euro per week om boodschappen van te doen, gezinnen met kinderen iets meer. Volwassenen moeten zich elke dag melden, behalve in het weekend. Ze mogen het terrein verlaten, maar moeten binnen de gemeente Westerwolde blijven en kunnen dus niet, zoals andere asielzoekers, door het land reizen. Zo zijn ze beschikbaar voor gesprekken met de Dienst Terugkeer en Vertrek, Vluchtelingenwerk of het IOM, een organisatie die helpt bij terugkeer. 

„We balanceren tussen niet te veel en niet te weinig aanbieden”, zegt Penninkhof. Sober. Zo omschrijft hij de vbl. Soberder dan de andere afdelingen in Ter Apel. Dat heeft een reden: „Het is een vertreklocatie. We willen niet dat mensen hier komen en denken ‘Zo erg is het leven in Nederland eigenlijk toch niet’, en vervolgens toch besluiten te blijven.”

Sober

De kamer van Shakawan Tofik (44) uit Irak kun je inderdaad gerust sober noemen. Kale muren, twee eenpersoonsbedden met donkerblauw beddengoed in een ruimte van zo’n zes vierkante meter, gescheiden door een open kast. Tofik deelt de kamer met een andere Irakees.

Tien jaar woont hij in Nederland. Na een stukgelopen asieltraject belandde hij in Maastricht, waar hij afhankelijk was van hulporganisaties , in de nachtopvang sliep en nauwelijks werk vond. „Dat was geen leven”, zegt hij. 

Via zo’n organisatie kwam hij in de vbl terecht. Hij is er nu een week. Volgende week vertrekt hij met hulp van het IOM naar Irak, waar hij geen familie of kennissen meer heeft. Maar: „Met die hulp moet het wel goed komen”, zegt Tofik, terwijl hij zijn schouders ophaalt, leunend tegen de muur. „Erger dan dit wordt het niet.”

Atiba Clarke (38) uit Trinidad en Tobago, een eilandstaat voor de kust van Venezuela, komt even langs om vrienden te bezoeken. Hij zat een tijdje in de vbl. Zijn asielverzoek was afgewezen omdat zijn land niet als onveilig te boek staat bij de IND. Dat klopt op zich, zegt hij, maar voor een biseksueel persoon als hij ligt dat anders. Hij zat naar eigen zeggen vijf jaar in de gevangenis. Hij tekende bezwaar aan tegen de afwijzing en kón dus niet worden uitgezet. Hij werd overgeplaatst naar het azc in Hoogeveen.

Daar heeft hij het beter dan in Ter Apel, zegt hij. In de vbl werd hij lastiggevallen door de andere bewoners vanwege zijn seksuele voorkeur. „Mijn eten en spullen werden gestolen. Ik voelde me niet veilig.” In Hoogeveen woont hij met andere queer personen samen. „Dat maakt het makkelijker en veiliger.”

Opvang te vol

Hij vond de vbl geen fijne plek, al was de ‘staf’ vriendelijk. „Mensen moeten vertrekken en ervaren daardoor erg veel stress.” Als ze worden opgehaald om te worden uitgezet, is dat om 5 uur in de ochtend. Dat is erg onprettig om te zien.”

Terugkeer binnen twaalf weken is niet voor alle bewoners haalbaar. Soms duurt het langer. Er zijn extreme uitzonderingen: zo wonen er al vijf jaar Angolose twee zusjes. Een zusje zit in een rolstoel en kan om medische redenen niet worden uitgezet. Het andere zusje ‘hoort’ in de vbl omdat ze wel kan worden uitgezet, maar ze is mantelzorger. Haar uitzetten is inhumaan.

Dat volgens het COA en de minister de ongedocumenteerden in de vbl terecht kunnen, begrijpt Fischer niet. Want dan had de minister zijn zestien cliënten toch een plek aangeboden? „Kennelijk voldoen ze niet aan de voorwaarden.” Daarnaast, zegt Fischer, is algemeen bekend dat het COA de ene naar de andere dwangsom betaalt omdat de opvang in Ter Apel te vol zit, ook de vbl. Het is toch een bizar idee dat er dan allemaal vrije bedden zouden staan?”

Lees het hele artikel