Een gebeurtenis van jaren voor de geboorte kan de loop van iemands leven bepalen. Zo’n voorval vormde componist en koordirigent Gerben van der Veen. Het ging om een vertolking van Bachs Matthäus-Passion middenin de oorlog, in 1942, door dorpskoor De Eendracht uit Abbega. Die plek vlak onder Sneek telde destijds krap tweehonderd inwoners, van wie de helft vluchtelingen en onderduikers.
Velen van hen deden mee aan het ‘krankzinnige’ Matthäus-plan van nieuwkomer Jeanne Gerretsen, een Haagse violiste. In dit Abbegaaster koor zong een jong stel, binnenvisser Feite van der Veen en Klaaske Bergstra, die later een gezin zouden vormen. Deze eerste uitvoering van de Matthäus in Friesland, die in Bolsward later een jaarlijkse traditie werd, groeide uit tot een pijler onder de geschiedenis van dat gezin.
Veertien jaar na deze Matthäus kwam Gerben ter wereld, de jongste van vier kinderen, die allemaal door hun vader – behalve binnenvisser ook kerkorganist in Heeg – rond hun vijfde achter het harmonium werden gezet. Bach zou altijd Gerbens grote muzikale hartstocht blijven. In zijn werkruimte die hij „de nootopvang” noemde, kijkt de buste van de Duitse componist toe vanaf de vensterbank. Tegen de muur staat nog altijd het harmonium uit de kerk in Abbega, waarop de organist in 1942 die legendarische Matthäus begeleidde.
Zo’n achttien jaar geleden bewerkte dichter Eppie Dam de Nederlandse Matthäus-hertaling van Jan Rot tot een Friese versie en legde die voor aan Van der Veen. „Bij het lezen huilde hij tranen boven de boerenkool”, mailt Dam. Na een reis met de Friese Matthäus tot in Noord-Duitsland, opperde Van der Veen dat het misschien tijd werd voor een eigen passie. Dichter Dam „stak zijn vinger op”. Het leverde in coronatijd In frjemdling yn Jeruzalem op.
Hechte familieband
Broer Sjoerd herinnert zich de jonge Gerben als een kind dat overliep van verbeeldingskracht. „We groeiden op in Osingahuizen, tussen de boerderijen. En dan hoorde ik in alle vroegte – voor we naar school gingen – het kraken van Gerbens kleine kruiwagen. Hij ging dan, zei Gerben, ‘de koeien behandelen’. Ik weet niet wat hij ermee bedoelde. Misschien dat hij ze ging voeren. Hij fantaseerde verhalen om na te spelen met zijn twee kameraden. In één ervan moesten zij dan een liedje zingen en was Gerben de dirigent.”
Hun vader stierf jong, halverwege de vijftig, toen Gerben vijftien was. Hij nam diens plaats in als kerkorganist in Heeg. „De dood van heit kwam hard aan”, zegt Sjoerd. „Wel kreeg het gezin daardoor een nog hechtere band. We kwamen uit een warm nest en gingen altijd met iedereen – moeder, zussen Jaike en Nannie, neef Germ en ik – naar de concerten van Gerben, en dat waren er flink wat. Ik heb zelf gezongen in het koor bij In frjemdling yn Jeruzalem.”
Beide broers studeerden aan de Muziek Pedagogische Academie in Leeuwarden. Daarna vervolgden ze hun pad in het muziekonderwijs. Gerben initieerde koorfestivals in het noorden, dirigeerde vele koren, waaronder zijn eigen Capella ’92, en gaf vanaf eind jaren zeventig ook dertig jaar les in piano en orgel aan het Centrum voor Kunsten A7 in Heerenveen. Het bankroet van die school rond 2010 raakte hem diep, maar bood hem achteraf ook de kans om zich meer te richten op dirigeren en – vooral – componeren. Met zijn vrouw Janke richtte hij een eigen stichting op: Collegium Vocale Fryslân. Daarin brachten ze zijn muziek en de eigen koren onder, zoals Hortus Vocalis. Uit een bestand van zo’n zeshonderd zangers vormden ze projectkoren en de stichting deed aan educatie.
Enkele weken voor zijn onverwachte dood voltooide hij zijn Fryslân Symfony in elf delen voor groot orkest, groot koor, kinderkoor en sopraan
Vanaf dat moment werd Van der Veen een nog bepalender figuur in de Friese korenwereld: niet alleen als uitvoerder, maar ook in scheppende zin. Hij componeerde monumentale werken. Enkele weken voor zijn onverwachte dood voltooide hij zijn Fryslân Symfony in elf delen voor groot orkest, groot koor, kinderkoor en sopraan. Opnieuw met Eppie Dam als tekstdichter. „Dit werk gaat onder meer over wat teloor gaat”, mailt Dam. „De stem van de mysterieuze vogel de roerdomp – van ons geweten – wordt steeds minder gehoord en aangesproken. Gerben besefte dat en hield bij een eerste bijeenkomst zijn koorleden voor dat het ons mensen vaak ontbreekt aan zorg voor anderen en de wereld. Een harde boodschap, maar hij bracht het op zijn eigen milde en speelse manier.”
Zijn dood slaat „een diepe krater” in de noordelijke korenwereld, vindt Maarten Snel, voorzitter van de stichting Collegium Vocale Fryslân, die in zijn koren heeft gezongen. „Hij was een bezielend dirigent die ons kon optillen. En hij had van die prachtige mantra’s. Wij zangers kenden allemaal zijn elfde gebod: ‘Gij zult niet haasten’.”
„Hij zweefde boven de materie”, zegt Jan de Jong, wiens uitgeverij Intrada Van der Veens composities publiceert. Hun vriendschap ontstond een halve eeuw geleden op de Muziek Pedagogische Academie. „Mijn leraar daar zei altijd: ‘Je hebt instructeurs en dirigenten.’ De eersten vertellen wat ze willen, de laatsten laten het zien. En Gerben was een echte dirigent met een enorme aantrekkingskracht, met een helder klankbeeld voor ogen en met een zachtmoedige, humoristische en inspirerende aanpak. Iedereen wilde voor hem zingen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/14101638/180426WEE_2032791717_.jpg)
Schilderij van Gerben van der Veen door Joop Bouma.
Beeld Joop BoumaSacrale momenten
„Wanneer Gerben dirigeerde”, zegt zijn vrouw Janke van der Veen, „dan betrad hij een andere wereld. Dan moest je als koorlid gewoon zingen, zo allesoverheersend waren zijn charisma, rust en duidelijkheid.”
De twee zaten bij elkaar in de klas op de lagere school. Hij koesterde toen al een heimelijke verliefdheid. Maar het duurde nog tot hun negentiende voor de vonk oversloeg. Ze kregen twee zoons en een dochter.
„We konden als zielsmaatjes alles delen”, vertelt Janke. „Wanneer we in de avond van een repetitie of concert thuiskwamen, schonk Gerben zich een biertje in en ik een glas wijn en filosofeerden we over het leven en soms over de dood. Hij noemde dat onze sacrale momenten.”
Ze beschrijft hem als gelovig, maar niet kerkelijk. „Hij had zo zijn eigen gedachten. Zo kon Gerben niet uit de voeten met het ‘Agnus Dei’, dat beeld van één man, het lam Gods, die alle zonden van de wereld draagt. In het requiem voor zijn ouders Luceat eis componeerde hij dat deel in een weerbarstige stijl, op staccato noten en in een onrustig ritme. Hij geloofde dat de mens God, het goede, in zichzelf moet zoeken. Voor mij vormde Gerben daar de belichaming van.”
Dichter Eppie Dam maakte de cirkel na Van der Veens dood rond door hem te eren met een Friese tekst op het koraal ‘O Haupt voll Blut und Wunden’ uit Bachs Matthäus. Hij voegde aan die woorden nog een hartenkreet toe: „De dood is soms een wrede spelbreker die ons plomp in de rede valt, net wanneer wij nog iets willen zeggen. Gelukkig zijn mensen die iets nalaten niet zomaar uitgepraat. Verankerde woorden in ver dragende melodieën hoeven niet voor altijd te vervliegen. Gerben, we horen je nog.”
Gerben van der Veen overleed op 25 maart aan een hartstilstand in zijn woonplaats Haskerdijken.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/26185915/ANP-556820382.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/26141058/260426SPO_2033301627_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/24142746/270426DEN_2033186650_chronisch.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23205249/230426VER_2033262906_Oekraine.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23140235/240426ECO_2033227369_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23115731/240426WET_2033112099_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22085332/240426WEE_2032887323_1.jpg)
English (US) ·