Of het nu hooikoorts is of een voorjaarsverkoudheid: de zakdoeken lopen weer vol. Zelfs zonder verkoudheid produceert een mens al zo’n één tot twee liter snot per dag, aldus een aantal populaire websites. Zo schrijft Scientific American: „Je slikt elke dag een grote ijsbak vol snot door, zelfs als je niet ziek bent.” Kan je nagaan wat er gebeurt als je wél ziek bent. Maar klopt dat wel?
‘Snot’ is het slijm dat wordt uitgescheiden door de cellen van de slijmvliezen van de neusholte: de gewelfde holte in je schedel, recht achter je uitwendige neus. De neusslijmvliezen lijken fysiologisch gezien erg op die van de mond, longen, maag en darmen, en ook het slijm komt qua samenstelling overeen. Maar alleen in de neuscontext noemen we het snot.
Het slijm bestaat grotendeels uit water, plus wat zouten, afweercellen en eiwitten, waaronder mucines. Die maken het snot gel-achtig en plakkerig, wat helpt bij de bescherming van de neusholte en het invangen van ziekteverwekkers. De hoeveelheid water bepaalt hoe dik het snot is. Als je verkouden bent, gaan je slijmklieren meer en wateriger slijm produceren, en door de ontstekingsreactie in het neusslijmvlies gaan de bloedvaatjes lekken en komt er meer bloedplasma in het snot.
Veel van de snotproductie hebben we niet in de gaten. Het meeste slijm loopt naar achteren, de keel in, en we slikken het ongemerkt door. Pas als de neus verstopt raakt door die ontstekingsreactie, waarbij de slijmvliezen opzwellen, stroomt een groter deel naar buiten. Nog steeds slikken we dan het meeste door. Maar hoevéél is het nu?
Volgens Louis Bont, hoogleraar kinderinfectiologie aan het UMC Utrecht, moeten we die hoeveelheden met een korrel zout nemen. „Het is in elk geval veel”, zei hij eerder in NRC, „maar ik zou niet weten hoe je dat precies zou moeten meten.”
Australische onderzoekers hebben een poging gedaan, in 1990. Ze besmetten proefpersonen met een verkoudheidsvirus en vroegen ze in de dagen daarna hun volle papieren zakdoeken in plastic zakjes te bewaren. Zo konden de Australiërs wegen hoeveel snot erin zat. De uitkomst varieerde nogal, maar de dagelijkse snot-opbrengst per persoon was gemiddeld zo’n 30 gram – dus circa 30 milliliter. Een half espressokopje.
Zo weinig? Hoe zit dat dan? Allereerst is het neusslijmvlies slechts één van de slijmvliezen van de luchtwegen. Neusholte, bijholten, luchtpijp en longen: allemaal produceren ze slijm, maar slechts een klein deel komt door je neus naar buiten. Verschillende bronnen lijken al die slijmvormen op één hoop te gooien. Enkele ziekenhuizen en Scientific American brengen de één tot twee liter per dag keurig als optelsom van al het luchtwegslijm – hoewel die laatste zichzelf vervolgens tegenspreekt, door die zin over die ijsbak vol snot.
Ook enkele wetenschappelijke artikelen melden deze totale hoeveelheid slijm. Maar de getallen zijn in alle bronnen een schatting, gebaseerd op niet nader genoemde rekenmodellen. En de bronnen praten elkaar na. Exacte metingen ontbreken – want hoe zou je dit ook kunnen meten?
Het Zweedse Karolinska-instituut houdt het voor de neus op 200 milliliter, „waar we nog niet eens een fractie van opmerken”. Een theekop vol dus, die we grotendeels doorslikken. De ijsbakmetafoor kan bij dezen de prullenbak in. Laten we het houden op ‘een kopje vol’, zonder nader te specificeren.






/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23205249/230426VER_2033262906_Oekraine.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23140235/240426ECO_2033227369_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/23115731/240426WET_2033112099_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/22085332/240426WEE_2032887323_1.jpg)
English (US) ·