Hoe moeilijk is het om los te komen van big tech? Dit kleine groepje Nederlanders probeert het

2 dagen geleden 3

Om iedereen stil te krijgen, zet Pieter van Boheemen muziek aan. Op het beeldscherm achter hem verschijnt een video van Neil Young die in 1989 ‘Rockin’ in the free world’ speelt nadat een tournee door de Sovjet-Unie niet doorging. „Dit is de soundtrack van deze workshopserie”, zegt Van Boheemen tegen de aanwezigen. „Wist je dat Young geldt als een rocker uit de techscene? Hij bouwde zijn eigen mp3-speler.”

Aan de ovalen vergadertafel in een souterrain in het centrum van Den Haag verstommen de kennismakingsgesprekjes. De vijftien deelnemers kennen elkaar nog niet en hebben op verschillende manieren gehoord over de vrijdagmiddagbijeenkomsten onder de noemer ‘Post Tyranny Tech’. Ze hebben gemeen dat ze kennis willen maken met open source alternatieven voor de bekende – meest Amerikaanse – techdiensten.

Uit het geroezemoes valt op te maken dat ze grotendeels hetzelfde denken. Er zijn zorgen over de Europese afhankelijkheid van Aziatische en Amerikaanse technologie. Als Van Boheemen een foto projecteert van Donald Trump die in een zaal met gouden ornamenten met de bazen van een aantal invloedrijke techbedrijven dineert, maakt iemand een kotsgeluidje en zegt: „Ze buigen nederig voor de keizer.”

Het is een gemengde groep. Er zijn ambtenaren van verschillende ministeries en een provincie. Een aantal zzp’ers dat zich bezighoudt met technologie. Een vertegenwoordiger van een ngo die bezorgd is over polarisering in de maatschappij door sociale media. En ik doe ook mee, want ik schrijf over digitale autonomie en wil daar meer over leren.

Van Boheemen (40), die voor de groep staat, is de initiatiefnemer. Hij doet onder meer onderzoek naar haatverspreidende accounts op sociale media. En hij probeert met zijn stichting Post-X-Society transities te versnellen. Zoals nu een transitie van het gebruik van hoofdzakelijk techdiensten van Amerikaanse bedrijven naar alternatieven daarvoor, die in de regel gratis beschikbaar zijn. De X in de naam van de stichting kan voor van alles staan. Van post-kapitalisme tot post-realiteit en nu post-tirannieke technologie.

Het voorstelrondje tijdens de eerste bijeenkomst eind januari is een soort biechtsessie. Je moet de persoon naast je vertellen over de hardware en applicaties die je gebruikt en waar je alternatieven voor zou willen leren kennen. „Het lijkt wel een AA-meeting”, grapt Sacha van Tongeren, een zzp’er uit Hilversum.

Bij de workshop gaan gesprekken al snel de diepte in. Zijn alle Amerikaanse techbedrijven per definitie slecht? En Europese goed? Europeanen kunnen net zo goed de data van hun gebruikers verhandelen.

Foto’s Bart Maat

We schrijven de namen op post-its en plakken die op de glazen wand van de vergaderruimte. De lijst groeit snel en vrijwel alles wat wordt genoemd is Amerikaans: Dell, Slack, WhatsApp, LinkedIn, Office, Github, Zoom, LinkedIn, Dropbox, Airbnb, Discord, HP, Adobe, Duolingo, Strava, Illustrator, PayPal, Apple.

Van Boheemen doet een oproep die hij nog vaak zal herhalen: „Laten we een beetje mild zijn voor elkaar. Ik gebruik ook een Mac. Je probeert de wereld te verbeteren. Dat gaat niet in één keer lukken.”

Het gesprek gaat al snel de diepte in. We vinden toch niet ineens alles wat Amerikaans is slecht? Europeanen kunnen net zo goed de data van hun gebruikers verhandelen. Of software op zo’n manier bouwen dat je bijna niet meer kunt overstappen en dus verandert in een eeuwige klant die elke prijsverhoging slikt.

Het ideaal hier is FLOSS, doceert Van Boheemen. Dat staat voor Free Libre Open Source Software. Software als een gedeeld mondiaal maatschappelijk project, waaraan samen wordt gebouwd en die iedereen mag gebruiken. De termen Free en Libre leveren glazige blikken op en dat blijft zo na een korte uitleg over de vele politieke kampen in wereld van softwarebouwers. De een is wel open, maar geen ‘gratis bier’, vat Van Boheemen samen.

En het klinkt allemaal prachtig, maar wie kun je bellen met vragen, als de software niet van een bedrijf is? Wie zorgt voor beveiligingsupdates? Van Boheemen legt uit dat er bedrijven zijn die aan dat soort software verdienen. Het is sociaal, maar geen liefdadigheid. Ze bouwen bijvoorbeeld diensten bovenop die software bouwen en verkopen die. Of doen voor klanten de installatie, onderhoud en service. Allemaal prima, zolang ze de softwarecode blijven delen.

Tech en wc-papier

Dat is potentieel voer voor eindeloze discussies, maar deze sessies zijn bedoeld om daadwerkelijk met FLOSS-alternatieven te leren werken. Dus we moeten aan de bak. Van Boheemen heeft cloudruimte voor ons gehuurd bij het Duitse familiebedrijf Hetzner. „Is dat ook een duurzame cloud”, vraagt iemand. „Of is ie kolengestookt?” Dat weet Van Boheemen zo snel niet zeker, die discussie is complex. Hij heeft wel over de keuze nagedacht: het bedrijf valt niet onder Amerikaanse wetten, legt hij uit. En het heeft geen investeerders die op winstmaximalisatie azen.

Hij noemt het ‘De Vrije Cloud’. Iedereen heeft daarop zijn eigen servertje met een dierennaam. Mijn cloudje heet Mees. Op mijn ‘vrije cloud’ kan ik programma’s draaien die ik wil gebruiken en data opslaan.

Stap één op ons pad naar technologische onafhankelijkheid is het toegangsbeheer. Want je eigen systeem beheren betekent ook zelf bepalen wie er nog meer op jouw server mag. Dat kun je doen met Authentik. Het is wel even pielen met de instellingen. Om ermee te oefenen moeten we elkaar uitnodigen voor onze server. Dat lukt niet bij iedereen meteen.

Wie had gedacht hier alleen te leren hoe je in plaats van WhatsApp met Signal kunt chatten, komt bedrogen uit. Dit is ict-beheer voor dummies. Een van de terugkerende plaatjes tijdens de inleiding op de middagen is van een wc-rol. „We hebben over IT lang gedaan alsof het wc-papier is”, zegt Van Boheemen dan. „We hebben het op dezelfde afdeling gezet als facilitaire zaken. Je denkt er niet over na en het wordt voor je ingekocht. Daarom zit heel Nederland op twee soorten tech en twee soorten wc-papier.” Wat hem betreft wordt dat in ieder geval bij de techdiensten anders.

Als de geïnteresseerden – ambtenaren, kunstenaars, zzp’ers – het over kunstmatige intelligentie hebben, schippert het gesprek tussen grenzeloos techoptimisme en grote maatschappelijke zorgen.

Foto’s Bart Maat

Wennen aan nieuwe routine

De zaaltjes wisselen. De deelnemers ook, afhankelijk van het thema dat wordt behandeld. Chatten en videobellen, nieuwsbriefmanagement, evenementen organiseren en een systeem voor kaartverkoop opzetten. Online enquêtes doen zónder Google of Microsoft-tools (met LimeSurvey). Na afloop is er standaard een borrel en de meeste middagen beginnen met het delen van ervaringen. „Ik heb mijn nieuwsbrief met ListMonk verstuurd, maar nu krijg ik geen reacties meer”, zegt Elja Daae. „Waarschijnlijk toch iets aan je settings doen”, kopt een ander in. Ook een terugkerende dooddoener: „Die interface is wel erg Duits.” En: „Dat is geen bug maar een feature.” Oftewel: omarm de ogenschijnlijke onwerkbaarheid.

Een harde kern van een man of tien leert elkaar na een paar maanden een beetje kennen. De meeste deelnemers waren al behoorlijk digitaal vaardig. Maar ook dan is overstappen een opgave en iets wat hooguit ten dele lukt. Deelnemers willen zelf wel, maar de organisatie waar ze werken draait helemaal op Microsoft. Opdrachtgevers staan niet open voor een videocall via NextCloud Talk in plaats van Teams of Zoom. „Software is ook routine”, moedigt Van Boheemen aan. „Je moet even door de strubbelingen heen en wennen. Het brein heeft gemiddeld zestig dagen nodig om te wennen aan een nieuwe routine.”

Een terugkerende bezoeker is bijvoorbeeld Stefano Bocconi, die in een wooncomplex woont waaraan een culturele stichting gelieerd is die hij helpt runnen. Hij ziet geschikte alternatieven voor de administratie van de stichting en voor de nieuwsbrief en kaartverkoop (Pretix), vertelt hij op de vrijdagmiddagsessie in maart. Maar omdat hij die alternatieven niet aan een Google-account wil koppelen, zal hij serverruimte moeten huren. „Dan kom je op het punt dat principes geld kosten”, lacht Van Boheemen.

Proefkonijnen

Van Boheemen heeft de reeks workshops opgezet omdat hij voortdurend ‘hoe doe je dat’-vragen kreeg. „Mensen hebben vaak een totale verlamming als iets technisch is. Voor mij is technologie altijd iets geweest dat ik zelf kan doorgronden”, vertelt hij tijdens een lunch voorafgaand aan een van de workshops. „Ik heb er nooit een mystieke beleving bij gehad.” Als tiener bouwde hij websites om bij te verdienen. Hij had onder meer een webshop voor sportartikelen en na zijn studie biotechnologie in Delft een start-up in biotechnologie. „Maar ik zie dat dit voor anderen anders is.”

Bij een aantal sessies laat hij aan het begin een slide zien over gedragsverandering. „We willen van A naar B”, zegt hij dan vrolijk. Beide bestaan al. We hoeven niets uit te vinden en A hoeft ook niet in de ban. B (alternatieve tech), moet alleen groeien ten opzichte van A (de bekende techdiensten). „En dat doe je door ze te gebruiken en waar nodig te verbeteren.”

„Mijn verandertheorie is dat je een zwaan-kleef-aan-effect krijgt als je iets gaat doen”, zegt hij. En dat merkt hij nu ook. De groep startte met veel zzp’ers en mensen die op persoonlijke titel kwamen. Inmiddels melden zich kleine organisaties met interesse in een vervolg. Dat zijn clubs die willen leren hoe je een organisatie kunt runnen zonder big tech.

Wij, het groepje waarmee hij begin 2026 vijf „nog ongepolijste” bijeenkomsten doet, zijn eigenlijk proefkonijnen, zegt hij tijdens de lunch. Mensen die zich niet laten afschrikken door een naam als ‘Post Tyranny Tech’ en die bereid waren naar Den Haag te komen. Hij hoopt op een vervolg. Met meer groepen in andere steden en vooral organisaties die hun krachten bundelen en van elkaar leren.

Is Jan goed in AI?

De laatste bijeenkomst is in april en gaat over AI. De zaal is voller dan gebruikelijk. Er zijn onder meer twee kunstenaars aangeschoven, een adviseur digitalisering in het onderwijs en iemand met een eigen bedrijf dat AI-agents bouwt. Hij werkt veel en graag met AI, maar is tegelijk heel bezorgd over de mogelijke maatschappelijke gevolgen. Dat geldt voor veel aanwezigen. Het geeft ze „een rotgevoel”, zeggen ze.

Van Boheemen waarschuwt dat dit een complexe sessie wordt met een ‘nerd-dive’. Hij komt aan het begin met een bijsluiter: „Als we met AI gaan werken moeten we een paar dingen accepteren: dat het op gestolen data is getraind, dat het milieu is geschaad, dat je je eigen skills aan het ondermijnen bent, en dat je big tech en de VS meer macht geeft.” Hij brengt het zoals altijd met een brede lach. „Als je het daar niet mee eens bent, wordt het lastig.”

We hebben vooraf Jan.ai gedownload. Een applicatie die je op je eigen laptop kunt draaien. Vooraf had nog niemand van Jan.ai gehoord. Dat geldt ook voor de andere namen die langskomen, zoals de AI-modellen OLMo en OpenEuroLM en NextCloud AI. „Wie kent Thaura.ai?” Het blijft stil. Het is antikoloniale AI gebouwd door twee Syrische broers met een logo van een kameel. Het uitgangspunt is dat technologie niet neutraal is, maar bestaande machtsverhoudingen vaak versterkt. Dat willen de broers voorkomen.

We spelen een half uur met Jan.ai, om te ervaren of het werkt. „Jan is niet zo goed in AI”, is de conclusie over Jan.ai. „Wel verfrissend dat Jan expliciet vraagt of hij het internet op mag. Hij laat zijn denkstappen zien”, merkt iemand op. Onderwijsadviseur Frank wil ‘Jan’ het voordeel van de twijfel geven, maar zegt ook gelijk: „Claude begrijpt mij veel beter.”

Wie had gedacht bij deze workshop alleen te leren hoe je in plaats van WhatsApp met Signal kunt chatten, komt bedrogen uit. Dit is ict-beheer voor dummies.

Foto’s Bart Maat

Goedwerkende, verantwoorde AI-alternatieven bestaan nog niet echt. Van Boheemen gebruikt de AI-middag vooral om les te geven over de werking van AI en om bewustzijn te creëren over de financiën erachter. Want wie een AI-model wil laten werken op zijn eigen server, ziet al snel hoeveel rekenkracht daarvoor nodig is en wat dat kost. „Met een paar testpromptjes ben ik al 3 euro kwijt”, laat hij zien.

Het contrasteert met de ervaringen met de vele ‘AI’s’ die nu schijnbaar gratis worden aangeboden door grote Amerikaanse bedrijven en die door het vele gebruik razendsnel beter worden. Het geld dat daarvoor nodig is, wordt voorgeschoten door investeerders die ervan uitgaan dat ze daarmee de markt veroveren en het later terugverdienen. Van Boheemen spreekt van het ‘koloniseren van de markt’.

Een van de kunstenaars die op de term ‘Post Tyranny AI’ was afgekomen klinkt aan het einde teleurgesteld. Hij was graag naar huis gegaan met een hapklaar, verantwoord alternatief voor ChatGPT of Claude op zak, maar dat lukt niet, concludeert hij. „Zelfs al doe je alles goed, dan nog zit je niet in het groen.” Dan blijft alleen de optie over om het niet te gebruiken.


Kitty Leering (54), zzp’er uit Amsterdam, organiseert onder meer evenementen over technologie‘In de zomervakantie ga ik digitaal puinruimen’

„Ik ben van de vroege internetgeneratie, met aanvankelijk veel enthousiasme en geloof in democratisering en de vrijheid van informatie. Maar langzaam ben ik steeds kritischer geworden. En op een gegeven moment dacht ik: ik ben er veel over aan het mopperen, nu moet ik er iets gaan doen.

Van de meeste socials ben ik af. Maar Instagram is een secret pleasure. Terwijl ze het vertelt staat op haar scherm een Google-agenda open. „Ik ben dingen aan het overzetten, maar De Grote Overstap heb ik nog niet gemaakt. Mijn voornemen is om daar de zomervakantie voor te gebruiken. Dat betekent ook digitaal puinruimen. Ik heb bijvoorbeeld nog een enorme Dropbox vol troep.”

„Mijn klanten werken met veel verschillende programma’s. Ze bellen met Teams of werken samen op Google Drive. Als freelancer en dus externe kun je je eisen niet opleggen. Dat is eigenlijk mijn grootste obstakel. De rest is te leren of een kwestie van wennen.”


Björn de Graaf (34), zelfstandig ondernemer uit Papendrecht‘Ik wil zelf een AI-model draaien om m’n gamingcomputer’

Björn de Graaf is op de AI-cursusmiddag afgekomen. Bij het voorstelrondje noemt hij zichzelf een ‘bezorgde burger’. Dat komt momenteel vooral door wat hij ziet gebeuren op sociale media en hoe dat politieke keuzes van mensen beïnvloedt. „Veel sociale-media-accounts zijn bots. Mensen zitten in een soort echokamer van Russische trollen.”

De Graaf heeft industrieel ontwerpen en psychologie gestudeerd en is niet bang om met technologie te experimenteren. Hij heeft een eigen server en is „aan het hobbyen met AI”. Hij wil zelf een AI-model draaien op een gamingcomputer met een daarvoor geschikte videokaart. Doel is ‘alles zelf, zonder derde diensten’ zegt hij. Als hij zichzelf daarin heeft bekwaamd wil hij het hosten van AI via zijn eigen bedrijf ook aan anderen gaan aanbieden.

Maar op dit moment bestaat het in zijn leven allemaal naast elkaar. Want ‘ont-Googelen’ is een weerbarstig proces. Hij heeft nog een gmail-adres en gebruikt ook nog veel WhatsApp. „Wat zei Pieter ook alweer? Je mag een hypocriete deugmens zijn toch?”


Sacha van Tongeren (47) uit Hilversum, zzp’er‘Volgende week verloopt mijn Microsoft-abonnement’

Digitale autonomie is bij Sacha van Tongeren zowel zakelijk als privé een terugkerend thema. Ze was een van de aanjagers van smartphonebeleid op scholen. „Het afgelopen half jaar heb ik last van een soort techdepressie. Mijn god, wat er zich allemaal afspeelt.” Dan helpt het om wat te doen, zegt ze.

„Ik heb afgelopen jaar al een keer of tien geprobeerd de kantoorsoftware van NextCloud te installeren, onder meer omdat ik opdrachtgevers heb die er mee werken. Ik ben digitaal best handig, maar het lukte me niet. En als je het dan samen doet, krijg je het wel werkend. Ik vind het fijn om zo’n clubje te hebben.”

„Ik hoef niet per se een eigen server, maar ik zet wel stappen. Volgende week verloopt mijn Microsoft-abonnement. Dat heb ik niet meer nodig, want Libre Office werkt prima, ook voor Word-docs.”

Het gaat niet zonder ups and downs, vertelt ze een paar weken later. „Ik heb vijf verschillende opdrachtgevers, met vijf verschillende werkomgevingen. Dan zit ik heel dapper links naar NextCloud-documenten te sturen en dan krijg ik terug ‘sorry, kan ik niet openen’. Terwijl dat wel zou moeten kunnen. Met wat ik hier heb geleerd kan ik iets meer doorduwen, maar je krijgt dus ook tegengas.”


Steven van Vessum (39), ondernemer uit Bennebroek, gespecialiseerd in Search Engine Optimization‘Ik heb Google ingewisseld voor een betaalde zoekmachine’

„Rond de tijd dat Trump weer in het Witte Huis kwam werd mijn eigen bedrijf overgenomen en ben ik daar weggegaan. Ik had opeens veel vrije tijd en dacht na over de wereld waarin mijn twee zoontjes opgroeien. Digitale autonomie werd belangrijk voor me en ik heb besloten dat ik daar mijn werk van wil maken. Dit soort bijeenkomsten helpt me vooral om mensen te ontmoeten die daar ook mee bezig zijn.

Na de eerste sessie ben ik gestopt met Chrome. Ik gebruik nu Firefox en dat bevalt. Ik heb Google ingewisseld voor een betaalde zoekmachine, Kagi. Die is wel Amerikaans en nog niet tiptop, maar ik heb ook geaccepteerd dat als je producten niet gebruikt en ze niet steunt, ze ook niet beter en groter kunnen worden.

Ik heb ChatGPT eruit gegooid en gebruik Mistral, niet zo soeverein als ik zou willen, maar een stapje in de goede richting, want een Frans bedrijf. Ik wil ook van Google Drive, Mail en Calendar af, maar ik ben nog aan het uitzoeken waar ik dan naartoe verhuis.”

Lees het hele artikel