Altijd een noodscenario in mijn achterhoofd, als ik in het donker over straat loop

2 dagen geleden 4

Het was iets na acht uur s avonds toen ik, destijds negentien jaar, uitcheckte in de bus. Het was al donker. Niemand anders stapte uit. Op het plein, in een volksbuurt in Utrecht, was ook niemand te bekennen.

Voor de zekerheid, zodat ik kon horen wat er om mij heen gebeurde, zette ik mijn muziek op pauze. In één oor liet ik mijn oordopje zitten, om te doen alsof ik nonchalant naar huis liep. Ik nam wat grotere stappen, om sneller thuis te komen.

De bus reed weg. Ik wilde net het zebrapad oversteken. Maar achter de bus stond een kleine zilverkleurige auto. „Ewa, Roodkapje! Waar ga je heen zo alleen?”, riep een man van in de veertig vanuit de auto. Ik had een rode spijkerjas en een rode pantalon aan. Oogcontact vermijden lukte niet. Shit, nu denkt hij dat ik iets van hem wil, dacht ik. Gelukkig reed hij me voorbij.

Op de zijkant van zijn auto zat een sticker van een zwarte vlam. Terwijl ik in mezelf om die ordinaire sticker aan het lachen was, zag ik in mijn rechterooghoek iets gebeuren. De man keerde ineens om over de middenberm.

Hij reed recht op mij af. Ik belde een vriendin die aan het einde van de straat in een voormalig seniorencomplex woonde. Gelukkig was ze thuis. De man reed in de richting van de straat naar mijn huis, die ik eigenlijk van plan was in te lopen. Met een hoge stem riep hij: „Roodkapje”. Ik negeerde hem, het leek alsof hij daar niet tegen kon. Om thuis te komen moest ik rechts afslaan. Dat had hij in de gaten. Hij haalde mij in om die weg te blokkeren.

Mijn vriendin was nog aan de lijn. „Luister”, zei ik. „Ik loop nu richting je flat. Druk de knop van de voordeur zo lang mogelijk in zodat ik naar binnen kan rennen.” Ze dacht dat ik een grapje maakte.

„Druk op de knop. Nu!”

Ik heb een paar jaar geen hoge hakken meer gedragen

Ik twijfelde even of ik mijn laarzen — met hoge hakken — zou uitdoen. Op sokken ben ik sneller. In volle vaart rende ik onverwachts een andere straat in, richting de flat. De man reed snel achteruit en blokkeerde de weg naast de voordeur van de flat. Hij stapte uit. Het enige wat ons nog van elkaar scheidde, waren twee geparkeerde auto’s. Ik wurmde mij tussen de geparkeerde auto’s die vlak voor de flatdeur stonden. Zijn vingertoppen raakten bijna mijn jas aan.

Die kan geen kant meer op, dacht hij waarschijnlijk. Totdat ineens de grote glazen deuren van de flat open gingen. Ik sprintte naar binnen en duwde de deur dicht. Daar stonden we dan. Oog in oog, met een glazen wand tussen ons in. „Bitch! Kankerhoer! Doe die deur open!” De man bonkte en spuugde op de deur.

Ik heb een paar jaar geen hoge hakken meer gedragen.

Net als Mike Tyson

Op straat voelt driekwart van de jonge vrouwen (tussen de 18 en 34 jaar) zich regelmatig onveilig – en mannen voelen zich daar nauwelijks verantwoordelijk voor. Vrouwen nemen tal van voorzorgsmaatregelen om veiliger over straat te kunnen. Zo kiest meer dan de helft voor een beter verlichte route. Ook gaat een deel minder op stap of kleedt zich „minder gewaagd”. Dat blijkt uit recent onderzoek van denktank HCSS naar de vrouwelijke onveiligheidservaring, die ontstaat door onder meer seksistische opmerkingen, straatintimidatie en fysiek geweld.

Veel vrouwen dragen op straat een sluier van angst. De angst om te worden lastiggevallen door een man, aangerand, verkracht of in het ergste geval vermoord.

Sinds de man met de zilveren auto mij acht jaar geleden achternazat, spelen zich in mijn gedachten allerlei noodscenario’s af als ik in het donker over straat loop. Als het moet, ben ik écht wel in staat om iemands oor eraf te bijten, bedenk ik. Net zoals bokser Mike Tyson dat ooit deed bij zijn tegenstander in de ring — maar dan om mezelf te beschermen. Of ik trek mijn uitschuifbare paraplu uit mijn tas. Met één klik wordt die een zelfverdedigingswapen. „En garde!”, zou ik zeggen tegen de man die mij lastigvalt.

Ben ik de enige vrouw die voortdurend zulke noodscenario’s bedenkt?

Nee, blijkt als ik het vraag op Instagram. Ook Keri (30) die door een onbekende man herhaaldelijk werd bedreigd en bespuugd, Lotte (28) die pal naast een bos woonde waar een serieverkrachter actief was, Nienke (30) die door een man op straat in haar gezicht werd geslagen en Ties (27) die doelwit was van een masturberende man in de trein, gaan altijd de deur uit met een noodscenario in hun achterhoofd.  Net als alle andere vrouwen die zijn nageroepen, de weg zijn versperd of achterna gezeten door mannen. Wat doe ik áls?

Het is een dwanggedachte, zoals ik die heb als ik een ui snijd. Dan zie ineens voor me dat ik met het mes mijn vingers eraf snijd. L’appel du vide heet dat, de roep van de leegte, een plotselinge impuls om iets gevaarlijks te doen. Je hersenen laten je in gedachten een gevaarlijke situatie beleven, juist om ervoor te zorgen dat je tijdens het snijden de topjes van je vingers wat naar binnen trekt.

Illustratie Martien ter Veen, foto Getty Images

Stilstaan bij risico’s, het zien van gevaar en maatregelen treffen om risico’s te verkleinen is heel normaal en meestal functioneel, zegt psycholoog Jiska Dijk. Ze werkt bij Slachtofferhulp en houdt zich bezig met geweld tegen vrouwen. „Het risico om in je vinger te snijden als je een ui snijdt is voor vrouwen en mannen even hoog”, zegt Dijk. 

Maar op straat, zegt Dijk, zijn de genderverschillen er wel. Vrouwen maken structureel vaker geweld mee dan mannen, aldus de psycholoog. Mannen zijn vaker slachtoffer van mishandeling, maar vrouwen zijn vijf keer vaker slachtoffer van seksueel geweld dan mannen. Dit geweld overkomt hen vaker binnenshuis terwijl mannen het vaakst op straat doelwit zijn. Dat staat in onderzoeken van het CBS naar emancipatie, veiligheid en straatintimidatie. „De dreiging van het risico op aanranding of verkrachting is voor vrouwen continu voelbaar”, zegt Dijk.

Ik ben moe

„Wat doe je als je de voordeur opent en een man zijn voet tussen de deur zet?”, vroeg mijn vader aan de toen negenjarige ik. We zaten samen met mijn moeder op de bank te praten over noodscenario’s. „Zijn voet verpletteren met de deur?”, zei ik. Volgens mijn ouders was dat niet het juiste antwoord, want een man overmant je. Ik moest wegrennen richting de achterdeur van de tuin, zeiden ze, en daarna over het hek naar de buren springen.

Meisjes leren al jong dat de wereld gevaarlijk is, gevaarlijker voor hen dan voor hun broertje of hun buurjongen. „Ze worden opgevoed met dat ze voorzichtig moeten zijn, want er kan van alles met ze gebeuren. Daardoor beseffen ze ook eerder wat de mogelijke gevaren zijn”, zegt psycholoog Dijk. „Het is dus logisch dat vrouwen meer angst bij zich dragen, zich extra bewust zijn van hun omgeving of de drang voelen om een noodplan paraat te hebben.”

Is het gek dat die noodscenario’s mij veel energie kosten? Als ik ’s nachts alleen fiets, race ik voor mijn gevoel zo’n 280 kilometer per uur. Voor het geval een man op een scooter me van mijn fiets wil rukken. Loop ik in mijn eentje in het donker over straat, dan doe ik een knot in en probeer ik op Quasimodo te lijken. Voor het geval een man denkt: laat ik deze vrouw eens aan haar lange haren meeslepen.

Ik word er moe van. De overlevingsmodus op straat kost vrouwen een deel van hun levensvreugde. We doen alsof we muziek luisteren om ons af te schermen van vreemde mannen. We zetten een capuchon op om masculien over te komen. We lopen rond met een resting bitch face. Een ieniemienie, doodnormale glimlach kan kennelijk al worden opgevat als een uitnodiging voor seks.

Een onderzoek van de Brigham Young Universiteit in Utah uit 2024 laat haarscherp het verschil zien tussen de angst van vrouwen en mannen. De onderzoekers vroegen mannen en vrouwen op een donker campusterrein de plekken aan te wijzen waar hun ogen naartoe werden getrokken. Mannen bleken simpelweg voor zich uit te kijken. De blik van de vrouwen ging alle kanten op, en richtte zich veel meer op de randen van hun gezichtsveld, alsof ze elk moment konden worden overvallen vanuit de bosjes.

Elke minuut die ik niet aan overlevingsstrategieën hoef te besteden, zou me veel waardevolle ruimte in mijn brein opleveren

Elke minuut die ik op straat niet aan overlevingsstrategieën hoef te besteden, zou me veel waardevolle ruimte in mijn brein opleveren. Ruimte om te bedenken of een voetbalstadion echt gras of kunstgras heeft, bijvoorbeeld — al heb ik niets met voetbal. Hoe kan ik mijn hersens zover krijgen dat ze alleen veiligheidsplannen verzinnen als het echt nodig is? Van Dijk: „Je hebt niet onder controle of je hersens je het signaal geven dat je onveilig bent. Je kunt tot op zekere hoogte wel beïnvloeden hoe je omgaat met zo’n signaal.”

De dingen die je doet om gevaarlijke situaties uit de weg te gaan – noodscenario’s uitdenken, omfietsen of oogcontact vermijden – worden safety work genoemd. Volgens Dijk is er nog onvoldoende bewijs dat safety work het risico dat je slachtoffer wordt verkleint. „Het is belangrijk om jezelf af te vragen welke functie safety work vervult. Verklein je daadwerkelijk het risico om slachtoffer te worden? Of is het om de angst te verminderen?”

Dijk noemt safety work soms „de illusie van onschendbaarheid”. Je wilt geloven in je veiligheidsplannen zodat je jezelf beter voelt. Maar, zegt ze, het resultaat van al dat safety work kan ook zijn dat je onnodig angstiger wordt. „Als je merkt dat de angst overheerst, is het goed om hulp te zoeken. Het is alsof je geen ui meer durft te snijden zonder werkhandschoenen aan.” 

Oneerlijk

Laat er geen misverstand over bestaan: het is niet de verantwoordelijkheid van de vrouw om te voorkomen dat zij slachtoffer wordt. Weerbaarheidstraining kan wel helpen, blijkt onder meer uit literatuuronderzoek van verpleegkundig specialisten Ashlyn Johnson en Britt Cole aan de Miami University in Ohio. Dijk: „Het kan de kans op (poging) tot aanranding en verkrachting [met rond de vijftig procent] doen afnemen.”

Keri, die door een onbekende man meermaals werd bedreigd en bespuugd, wilde aangifte tegen hem doen. Maar ze had de „pech” dat hij nog geen misdrijf had gepleegd. Volgens de politie kon ze dus geen aangifte doen. Lotte, die pal naast een bos woonde waar een serieverkrachter actief was, kreeg net als de andere vrouwen die daar woonden van de politie het advies om binnen te blijven als het donker was.

Lees ook

Keri werd bedreigd en bespuugd door een onbekende man en Nienke werd in haar gezicht geslagen

Keri.

Sinds de man met de zilveren auto mij wilde vastgrijpen, droeg ik altijd een klein, vlijmscherp nekmes bij me (cadeau gekregen, echt waar). Ik bewaarde het netjes opgeborgen in een blauw hoesje in mijn tas. Safety work. Totdat de politie erachter kwam. Voor NRC ging ik verslag doen van een rechtszaak in Rotterdam. Om de rechtbank in te komen moesten mijn tas en ik door een securityscan.

„U neemt een més mee naar de rechtbank?”, zei de politieagente. Haar collega, een man, was zijn lach aan het inhouden. In plaats van te zeggen dat ik het mes bij me had om fruit mee te schillen, zei ik: „Voor zelfverdediging.”

De twee politieagenten leken het te begrijpen. Wonder boven wonder mocht ik de rechtszaal in. Maar ik moest het „steekwapen” wel inleveren. Na de zitting kreeg ik te horen dat mijn dierbare mes werd vernietigd en dat er een aantekening in het politiesysteem was gemaakt. Ik had het mes nooit gebruikt, hooguit een keer om een envelop te openen.

Wat ik nu in mijn tas bij me draag om mezelf te beschermen? Dat zeg ik niet.

Lees het hele artikel