‘Dit soort avonden helpen hopelijk een beetje tegen onverdraagzaamheid’, zegt Jeroen, die een etentje met vluchtelingen organiseerde

7 uren geleden 1

‘Najwa, zou jij de soep even willen proeven?” Vragend kijkt Jeroen van der Woude (65) naar de stijlvol geklede vrouw die kort daarvoor zijn huis binnen wandelde. In wijk C, een volksbuurt in het centrum van Utrecht. Hij heeft een grote pan linzensoep gemaakt, en wil er zeker van zijn dat hij zijn gasten iets lekkers voorschotelt.

Najwa Alshaar (56) stopt met het schillen van de komkommer en buigt zich over de dampende pan. Voorzichtig brengt ze de lepel naar haar mond. „It’s okay”, zegt ze, tot opluchting van Van der Woude. Hij wendt zich tot de twee mannen in zijn woonkamer, die een verhit gesprek in het Arabisch voeren. „Helpen jullie niet mee?”, vraagt hij plagend, terwijl hij naar Alshaar wijst.

Eenmaal aan tafel vertellen zijn gasten (voertaal Engels) over hun vroegere leven. Imad Alsulaiman (35) was civiel ingenieur in het Syrische Homs. Mohamed Ibraheem (31) werkte in het Libische Bengazi voor een mensenrechtenorganisatie en een politieke partij. De Syrische Alshaar is een duizendpoot, die meerdere universitaire studies volgde en zichzelf als „business woman” typeert.

Ze wonen in verschillende Utrechtse opvanglocaties en kennen elkaar niet. Hun ervaringen als vluchteling in Nederland komen sterk overeen. Ze voelen zich onzeker over hun toekomst, hebben depressieve klachten of last van paniekaanvallen, willen graag iets met hun talenten doen en proberen het asieldebat zo goed mogelijk te volgen via vertaalprogramma’s en Tiktokkers. Zoals vorige week, toen de Eerste Kamer de asielnoodmaatregelenwet verwierp, waarin illegaal verblijf strafbaar wordt gesteld, maar wel een tweestatusstelsel aannam, dat onderscheid maakt tussen mensen die hun land ontvluchtten vanwege persoonlijke vervolging en mensen die hun land verlieten vanwege oorlog en geweld.

Teruggetrokken

Van der Woude hoort hun verhalen zwijgend aan. Hij leidt als alleenstaande man een teruggetrokken bestaan, vertelt hij. Aan zijn verliefde papegaaien Zazu en Lola, die rakelings over de hoofden van zijn gasten scheren, heeft hij genoeg. Is het Arabisch van een Syriër goed te volgen voor een Libiër, vraagt hij aan Ibraheem. En hoe voelt het om tv-beelden van boze burgers voor asielzoekerscentra te zien? Voor zijn gasten arriveerden zei hij niet naar trauma’s te zullen informeren. „Ik wil niet nieuwsgierig zijn.”

Voor de deur van Jeroen van der Woude (rechts) in Utrecht.

Foto Mona van den Berg

Het etentje is een initiatief van Eet Mee, een in 2009 opgerichte stichting in De Bilt die via verschillende projecten ‘mensen samenbrengt door eten’. Bij Come & Eat worden bewoners van Utrechtse (nood)opvanglocaties thuis uitgenodigd voor een diner bij inwoners van Utrecht en omgeving. Van der Woude is een van de circa duizend mensen die voor een vluchteling heeft gekookt, deze zaterdag voor de vijftiende keer.

De projecten van Eet Mee werden meermaals onderscheiden, onder andere met de Tolerantieprijs Utrecht in 2016 en de Rode Pluim van GroenLinks in 2019. Afgelopen vrijdag werd Annelies Kastein, oprichter van de stichting, Ridder in de Orde van Oranje Nassau. „In een samenleving die vaak polariseert bent u degene die voor verbinding zorgt. Een prestatie van formaat en groot maatschappelijk belang”, zei burgemeester Maarten Haverkamp van De Bilt.

Vanzelfsprekend

Een dag voor de uitreiking vertelde Kastein dat ze jarenlang werkte in de openbare bibliotheek in Utrecht, waar ze verantwoordelijk was voor de collecties Turks, Arabisch, Grieks, Italiaans, Joegoslavisch en Spaans. „Ik kreeg te horen dat ik zo makkelijk contact maak met mensen uit verschillende culturen. Voor mij was dat vanzelfsprekend, voor anderen niet.”

Kastein besloot haar baan op te zeggen om een cultureel organisatiebureau op te richten. De stichting Eet Mee is daaruit voortgekomen. Aanvankelijk was het doel zoveel mogelijk mensen met verschillende achtergronden met elkaar te verbinden, maar met de jaren kwamen er steeds meer projecten voor specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare ouderen, studenten en dus ook vluchtelingen.

Aan Come & Eat doen gastontvangers om meerdere redenen mee, zegt Kastein. Sommigen maken zich zorgen over de groeiende onverdraagzaamheid jegens vluchtelingen, anderen willen hun kinderen meegeven dat er meer is dan de eigen bubbel. Een enkele keer meldt zich iemand van wie je het niet zou verwachten. „Een man vertelde dat hij ‘op een bepaalde politieke partij stemde’, niets met vluchtelingen had, maar er toch een wilde ontmoeten. Hij volgde een universitaire studie en was verrast dat zijn gasten een academische graad hadden. Dat heeft hem aan het denken gezet.”

In de loop der jaren is Come & Eat steeds professioneler geworden. In het eerste jaar werden Syriërs die in de Jaarbeurs in de noodopvang zaten, gekoppeld aan gastontvangers die zich na een oproep in de media op het plein voor het evenementencomplex meldden. Inmiddels heeft de stichting een vrijwilliger die met alle ‘aanbiedingen’ langs opvanglocaties gaat. Bij het matchen van tafelgenoten wordt rekening gehouden met huisdieren, eetgewoonten (vegetarisch/halal) en de rolstoelvriendelijkheid van een woning.

Ontroerend

In principe worden de tafelgenoten voor één keer gematcht, maar soms blijven ze elkaar opzoeken. Kastein: „We maken heel wat ontroerende dingen mee. Zoals de bewoners van een eetadres die tijdens hun vakantie hun huis ter beschikking stelden aan het vluchtelingengezin waarmee ze bevriend raakten. Of de man die een gerecht wilde koken voor zijn gastontvangers, en via de telefoon instructies kreeg van zijn vrouw die nog in het thuisland zat. Gasten komen niet alleen iets halen, maar ook iets brengen, zeg ik altijd.”

Najwa Alshaar snijdt komkommer in de keuken van Jeroen van der Woude.

Foto Mona van den Berg

In de kleine woonkamer van Van der Woude ontspint zich na het toetje – in warme chocoladesaus gedompelde soesjes – een levendig debat over de Nederlandse politiek. Alsulaiman wil weten of er tien jaar geleden ook zo heftig gedemonstreerd werd voor asielzoekerscentra. Ibraheem zegt dat het zogenaamde vluchtelingenprobleem vooral een managementprobleem is. En Alshaar vraagt zich geëmotioneerd af waarom Syrië in Den Haag ‘veilig’ wordt verklaard, terwijl bijvoorbeeld christenen daar hun leven niet zeker zijn.

Mensen die van een vluchtelingenprobleem spreken, gebruiken altijd dezelfde onzinnige argumenten, sust Van der Woude. „Ze zouden onze huizen inpikken en onze meisjes verkrachten.” Hij is blij verrast over de openheid van zijn gasten. „Tegen onverdraagzaamheid is geen kruid gewassen, maar dit soort avonden helpen hopelijk een beetje.”

Lees het hele artikel