‘Als je minder geld hebt en je werkt hard, dan lukt het wel’, zegt Rafi (11). Vier kinderen en een onderzoeker over ongelijkheid

2 dagen geleden 4

„Ik had al verwacht dat hij een bril had”, zegt Eastwood (12).

„Ja, ik ook”, zegt Defne (13).

Waarom? „Gewoon. Vaak in films, als iemand slim is, dan heeft hij een bril op”, zegt Rafi (11).

Het is zondagochtend, half tien. De kinderen zitten in een lokaal van een middelbare school in Amsterdam-Noord. Degene die inderdaad een bril heeft, zoals verwacht, is onderzoeker Eddie Brummelman van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze bekijken een foto van hem. Zo direct gaan ze hem interviewen, op verzoek van NRC.

Brummelman, universitair hoofddocent pedagogiek, heeft recentelijk 1 miljoen euro gekregen om te onderzoeken hoe kinderen economische ongelijkheid ervaren, en wat dat met hen doet. Generatie Hoop heet het project: wat hebben kinderen nodig om hoopvol op te groeien? Brummelman wil niet alleen kinderen ondervragen, maar hij wil hen ook betrekken bij de opzet van de studie, hen laten meedenken over de vragen.

Brummelman komt over een half uur. Als de eerste vragen zijn opgetikt, bespreken de kinderen wat ze zelf merken van ongelijkheid. „In mijn straat staan allemaal normale auto’s en daartussen één grote Porsche, van de buurvrouw. Altijd precies voor mijn deur”, zegt Eastwood. „Maar ik vind het eigenlijk gewoon cool dat die voor mijn huis staat.”

Rafi: „Als je minder geld hebt dan anderen is dat jammer. Maar als je meer geld hebt dan anderen, dan moet je niet zeggen: ik vind het superzielig voor hen, want je hebt er gewoon voor gewerkt.” Je kan wél een beetje rekening met anderen houden, vindt hij. „Als je rijke ouders hebt, hoef je niet super erg te flexen met je geld, je moet niet stoer doen.”

Hebben mensen met geld daar altijd zélf voor gewerkt? Defne: „Nee, kijk naar Musk. Als hij doodgaat krijgen zijn kinderen de erfenis.”

Rafi: „Maar als je minder geld hebt en je werkt hard, dan lukt het wel gewoon.” De anderen geloven dat ook. En als dat niet lukt, is dat dan je eigen schuld? „Nee. Maar als je helemaal niks doet, dan moet je niet denken dat je er niks aan kon doen. Want je kon er wel wat aan doen.”

Eastwood: „Ik zeg altijd: vind snel je talent. En graaf daar diep in, zodat je succesvol kan worden.”

Eastwood vraagt de onderzoeker of hij zelf ervaring heeft met ongelijkheid; Rafi merkt dat mensen op school hoge verwachtingen van hem hebben, Defne kreeg juist een te laag advies.

Foto Mona van den Berg

‘Sorry voor mijn taalgebruik’

Bijna elke zondag gaan Defne, Eastwood, Rafi en Qwinty (12), die iets later aanschuift, naar school, van elf uur tot half drie. Ze zijn leerlingen van de IMC Weekendschool, waar kinderen vanaf groep zeven drie jaar lang kennismaken met allerlei beroepen. Er zijn tien van deze scholen in verschillende grote steden. De kinderen krijgen les over bijvoorbeeld geneeskunde, rechten, ondernemen, politiek én journalistiek – daarom heeft NRC de IMC Weekendschool benaderd voor dit interview. Defne, Eastwood, Rafi en Qwinty – ze zitten alle vier in de brugklas – wilden het graag doen.

Als de kinderen er klaar voor zijn komt Eddie Brummelman (38) binnen. De kinderen krijgen een hand. „Nou, spannend”, zegt hij als hij tegenover ze zit.

Defne mag beginnen. „Gaat het onderzoek ook over ongelijkheid tussen meisjes en jongens?”

Brummelman: „Ik wil weten hoe het voor kinderen is om op te groeien in een ongelijke samenleving.” Uit CBS-cijfers blijkt dat 10 procent van de rijkste huishoudens meer dan de helft van het vermogen bezit. De ‘armste’ 50 procent van Nederland bezit 4 procent van het vermogen. „Waar zien ze dat, en wat doet dat met hoe ze zichzelf, anderen en de wereld zien? Verschillen tussen jongens en meisjes spelen wel mee, denk ik. De rijkste mensen ter wereld zijn mannen. Er zijn stereotypen over jongens en meisjes, wat zij kunnen bereiken. Dus ja, dat lijkt me belangrijk om in het onderzoek mee te nemen, of ongelijkheid dezelfde invloed heeft op jongens als op meisjes.”

Eastwood kijkt op de laptop. „Hebt u zelf ongelijkheid meegemaakt?”

Brummelman: „Ik ben opgegroeid in de Achterhoek en ik dacht altijd dat studeren niet was voor mensen zoals wij.” Hij was de eerste in het gezin die ging studeren op de universiteit. „Op de universiteit had ik het gevoel dat ik anders was, al begreep ik niet helemaal waarom. En daarna, toen ik onderzoek ging doen aan Stanford in Amerika, had ik dat gevoel nog sterker. De anderen waren ook wit, net als ik, maar ze kwamen wel uit hele rijke gezinnen, of zowel hun vader als hun moeder was professor.”

Eastwood: „Hoe ging u daarmee om?”

„Dat vond ik moeilijk, ik dacht dat er wat mis was met mij. Pas jaren later begreep ik: het ging helemaal niet over mij, maar over de context waar ik in zat, en hoe we kijken naar ongelijkheid. Als we zien dat iemand meer heeft dan een ander, dan denken we: dat komt doordat die persoon heel slim is of heel hard gewerkt heeft.”

Terwijl: het maakt ook uit in wat voor gezin een kind opgroeit – arm, rijk, iets ertussenin. Vorige maand publiceerde de Vrije Universiteit een studie die aantoont dat hoe hoger het inkomen van de ouder was, hoe hoger het inkomen van hun kinderen is als ze tussen de dertig en veertig jaar oud zijn.

„Even terug naar het onderwerp”, zegt Eastwood als het gesprek afdrijft

Kinderen, zegt Brummelman, hebben al heel jong door dat er ongelijkheid bestaat. „En daar reageren ze heel sterk op. Er zijn onderzoeken gedaan waarin twee kinderen dezelfde opdracht uitvoeren, en het ene kind krijgt daar vier snoepjes voor en het andere maar één. Dat vinden ze héél vervelend. Soms zijn kinderen bereid om die snoepjes allemaal weg te geven. Om er maar voor te zorgen dat de ongelijkheid ongedaan gemaakt wordt.” 

Als Musk dat nou eens zou doen, zegt Defne. „Als hij iedereen in de wereld een miljoen geeft, heeft hij nog genoeg geld over.”

Qwinty, die tot nu toe stil was: „Ja, sorry voor mijn taalgebruik, maar ik vind het asociaal gedrag dat hij dat geld zelf houdt. Hij zou het beter kunnen doneren.” Zelf zou ze heel veel doneren, zegt ze, als ze zo rijk was als hij.

Eastwood kijkt weer naar de vragen. Ze willen ze allemaal stellen in de drie kwartier die ze met Brummelman hebben. „Even terug naar het onderwerp”, zegt hij.

Qwinty zou veel geld doneren, als ze zo rijk was als Elon Musk.

Foto Mona van den Berg

Een beetje huilen

Rafi: „Wat voelen kinderen bij ongelijkheid, denkt u?”

Brummelman: „Dat wil ik in mijn onderzoek aan kinderen vragen, maar ik heb wel een hypothese. Ik denk dat kinderen het ontmoedigend vinden om te zien hoe ongelijk de wereld is, vooral als ze zelf in armoede opgroeien. Omdat ze denken: ik wil later genoeg geld hebben, maar dat lukt mij misschien helemaal niet. Aan de andere kant denk ik ook dat kinderen die in een rijk gezin opgroeien misschien druk voelen om net zoveel geld te gaan verdienen als hun ouders.”

De kinderen zijn gefascineerd door het bedrag van 1 miljoen euro dat Brummelman krijgt. Hij heeft in februari de Mercator Sapiens Stimulus gewonnen, de grootste privaat gefinancierde wetenschapsprijs van Nederland (toegekend door de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen). De UvA stelt dat er „geen inhoudelijke voorwaarden” zijn verbonden aan het onderzoek. Eastwood: „Vindt u 1 miljoen te veel of te weinig of precies goed?”

Brummelman vindt het „best gek” om over dit grote geldbedrag te praten. Juist omdat het over ongelijkheid gaat. Hij geeft een lang antwoord, over bezuinigingen op universiteiten, subsidies en kansen voor wetenschappers. Eastwood probeert een gaap te onderdrukken. Qwinty plukt aan de touwtjes die aan haar paarse capuchonvest hangen.

„Ja, ik praat er heel erg omheen”, zegt Brummelman dan. „Dit is mijn antwoord: ik vind het bedrag precies goed. Het is best wel veel, daarom vind ik het fijn dat ik veel tijd heb om te bedenken hoe ik het precies ga gebruiken.” Toen hij hoorde dat hij gewonnen had, zegt Brummelman, kon hij „eigenlijk wel een beetje huilen”.

Rafi: „Als er geld overblijft, gaat u dat dan zelf houden?”

„Nee, het geld gaat allemaal naar onderzoek. Ik krijg ook niet meer salaris.”

Eastwood: „Vindt u dat jammer?” 

„Dat ik zelf niet meer geld ga verdienen?”

Rafi: „Nee, dat u het geld dat overblijft niet mag houden.”

Brummelman denkt kort na. „Nee, dat vind ik wel goed.”

UvA-onderzoeker Eddie Brummelman won de Mercator Sapiens Stimulus 2026.

Foto Mona van den Berg

‘Ik ben gewoon blij hoe ik ben’

Rafi: „Speelt geloof ook een rol in ongelijkheid?”

Ze vragen dit, legt Defne uit, vanwege Gaza. „Daardoor is in Nederland bijvoorbeeld een explosie geweest in een joodse synagoge. Alleen omdat Israël joods is. Dan worden mensen dus ook ongelijk behandeld.” 

Rafi: „Veel moskeeën zijn ook bedreigd.” Hij vraagt zich ook af of mensen door hun geloof soms minder kans hebben om bijvoorbeeld een baan te krijgen. „En discriminatie? Speelt dat ook mee bij ongelijkheid?”

Brummelman: „Ja, zeker. Op jonge leeftijd ontwikkelen kinderen al stereotypen, over groepen in de samenleving. Ze hebben bijvoorbeeld een beeld van mensen die heel rijk zijn en mensen die heel arm zijn, of van moslims of joden.”

Rafi: „Net zoals mensen denken dat mensen met een bril slim zijn.”

Brummelman: „Ja. Een heel hardnekkig stereotype is dat mensen die in armoede leven gewoon niet hard genoeg werken. Dat klopt natuurlijk niet, maar dat wordt steeds toegepast en daar moet je je steeds tegen verweren. Er bestaan ook negatieve ideeën op basis van geloof en daardoor worden mensen gediscrimineerd. Maken jullie weleens mee dat iemand lage of juist hoge verwachtingen van je heeft omdat je een bepaalde achtergrond hebt, of omdat je er op een bepaalde manier uitziet?”

Eastwood: „Ik merk het zelf niet, maar ik denk dat dat wel gebeurt.”

Rafi: ”Van mij heeft iedereen hoge verwachtingen omdat ik op de basisschool heel goed gepresteerd heb. Maar je kan niet altijd even goed zijn denk ik, de middelbare school is niet hetzelfde als de basisschool.”

Defne: „Op mijn basisschool heb ik een te laag advies gekregen: vmbo-t/havo. Op de middelbare school ben ik op de havo geplaatst en nu doe ik het zo goed dat ik misschien naar het vwo kan. De juffrouw zei dat ze me probeerde te beschermen. Maar dat is haar werk niet, dat is het werk van mijn ouders.”

Qwinty: „Omdat ik gewoon helemaal Hollands ben vinden ze op school dat ik heel vaak kaas moet eten, of hutspot ofzo. Vooral jongens uit mijn klas zeggen dat.”

Ze zijn alle vier Nederlands, maar Defne ziet zichzelf als een Turkse Nederlander, zegt ze. Rafi: „Ik ben gewoon Marokkaans-Nederlands, en ik ben daar trots op. Ik hoef mij daar niet voor te schamen.” Eastwood: „Ik ben ook gewoon blij hoe ik ben, ik ben een Ghanese Nederlander. Het boeit me niet wat mensen over mij zeggen.”

Krijgen zij dezelfde kansen als kinderen die geen wortels hebben buiten Nederland? „Het ligt eraan,” zegt Defne, „wat voor baas je hebt. En wat voor leerkracht je hebt.”

De vragen zijn op. „Zijn we er nu al doorheen”, zegt Rafi. „Ik denk dat het goed is om te stoppen”, zegt Defne terwijl ze om zich heen kijkt. „De andere kinderen beginnen ook binnen te stromen.” De Weekendschool gaat over een kwartier beginnen, vandaag krijgen ze les over ondernemen. Defne: „Volgens mij zijn alle vragen beantwoord. Dank u wel.” 

Lees het hele artikel