Misschien kwam het door de oorlog, suggereerde Thijs de Raedt van het Kunstmuseum in Den Haag tijdens de persvoorbezichtiging van de tentoonstelling London Calling. De fascisten hielden van figuratieve schilderkunst, dus op het Europese vasteland werd dat soort kunst na de Tweede Wereldoorlog door een deel van de progressieve bevolking gewantrouwd. In Engeland leefde de associatie met het fascisme niet zo. Daar ontstond zelfs een krachtige tegenbeweging van moderne figuratieven. Eén van hen, R.B. Kitaj, schreef in 1976: „Luister niet naar al die idioten die zeggen dat afbeeldingen van mensen er niet meer toe doen of dat de schilderkunst dood is. Er is nog zoveel te doen.”
Kitajs woorden verschenen destijds in de catalogus bij The Human Clay in de Londense Hayward Gallery. De titel van die tentoonstelling was ontleend aan een dichtregel van W.H. Auden: To me Art’s subject is the human clay / And landscape but a background to a torso. Kitaj had als samensteller zo’n vijftig schilders, tekenaars en grafici bijeengebracht die ook werkten met de ‘menselijke klei’ als voornaamste onderwerp. Samen vormden ze naar Kitajs idee een ‘School of London’, een Engelse equivalent van de École de Paris. Aan zes van de vijftig exposanten bleef die term vervolgens kleven: in de jaren tachtig en negentig werd in tentoonstellingen over de School of London steevast werk getoond van Francis Bacon, Lucian Freud, Leon Kossoff, Michael Andrews, Frank Auerbach en Kitaj zelf. Zes bevriende Londense figuurschilders, geboren tussen 1909 en 1932.
Lees ook
Paula Rego is raadselachtig maar nooit intimiderend
Een halve eeuw na The Human Clay presenteert het Kunstmuseum – dat eerder al indrukwekkende retrospectieven van Freud, Bacon en Paula Rego maakte – een overzicht van de naoorlogse Engelse figuratie. Het bekende zestal is opnieuw goed vertegenwoordigd, maar heeft in Den Haag gezelschap gekregen van andere, verwante schilders. Aan Rego en de lange tijd in Amerika werkzame David Hockney zijn ook grote zalen gewijd, evenals aan de wat jongere Denzil Forrester, die in de jaren tachtig en negentig het leven in de multiculturele wijk Hackney verbeeldde. In kleinere kabinetten komen nog vijf andere figuurschilders aan bod.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17103924/170226CUL_2022571822_6.jpg)
Sylvia Sleigh, ‘Paul Rosano Reclining’, 1974.
Foto Tate / Tate Images/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17103844/170226CUL_2022571822_2-2.jpg)
Lucian Freud, ‘Boy Smoking’, 1950-51.
Tate / Tate ImagesVervormde koppen
Hun aanpak verschilt. Hockney, Rego en Freud – scherpe, soms haast meedogenloze realisten – zijn hier de preciezen naast rekkelijken als Bacon, Kossoff en Auerbach, die koppen en lijven vervormen en abstraheren. Maar in alle gevallen zijn er medemensen verbeeld, met glimmende nagels en oogballen, handen en voeten, ellebogen, borsten en geslachtsdelen. Het overdadige hoofd- en lichaamshaar van een mannelijk naakt is door Sylvia Sleigh in 1974 zo nauwgezet in verf nagetekend dat je medelijden krijgt met de doucheputjes in de hippietijd. Lucian Freud heeft grote belangstelling voor de witheid van mensenvlees zonder kleren, Paula Rego juist voor de bonte garderobe die lichamen omhult. Haar pasteltekeningen zijn een soort toneelscènes, met maskers en kostuums, spel en tegenspel.
In alle gevallen zijn er medemensen verbeeld, met glimmende nagels en oogballen, handen en voeten, ellebogen, borsten en geslachtsdelen
Landschappen zijn er nauwelijks, zelfs niet als de achtergrond bij blote lijven die Auden er het liefst in zag. Wel is er soms een bijvangst van dieren: een witte kat bij Hockney, honden bij Freud, bij Rego zelfs een papegaai en een ezel. En veel figuurschilderijen zijn voor een deel stillevens, want mensen omringen zich met spullen. Een halfverdorde potplant kreeg van Lucian Freud dezelfde aandacht als de naakte man op het bed ernaast. In dubbelportretten van Hockney vinden we boeken, bloemen, een spiegel en een ouderwetse telefoon. Naast Sleighs harige hippie ligt een onbegrijpelijk ding van glas of doorzichtig plastic dat het model zich herinnert als een ‘ongewone moderne sculptuur’.
De ultieme spullen in een mimetisch schilderij zijn natuurlijk schildersmaterialen: voor een liggend naakt van Freud staat een krukje met penselen, terpentijn en paletmes – de instrumenten waarmee het model op het doek is gezet.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17103917/170226CUL_2022571822_5-1.jpg)
R.B. Kitaj, ‘The Wedding’, 1989-93.
Foto Tate / Tate Images/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17103901/170226CUL_2022571822_3-1.jpg)
David Hockney, ‘My Parents’, 1977.
Foto Tate / Tate ImagesGemengde sport
Van de acht toevoegingen aan het originele mannengroepje zijn er zes vrouw, onder wie Kitajs echtgenote Sandra Fisher en Celia Paul, die tien jaar de geliefde van Lucian Freud was. (Er hangt een portretje van haar in de Freud-zaal.) De naoorlogse Engelse schilderkunst was, zo blijkt uit London Calling, een gemengde sport. Mannelijke en vrouwelijke schilders onderhielden vriendschappen en relaties. De enige onlogische aanvulling lijkt Lynette Yiadom-Boakye. Haar werk is volgens de catalogus ‘stevig verankerd in de Britse figuratieve traditie’, maar met 1977 als geboortejaar is ze een flink stuk jonger dan de rest, en als haar generatie ook mag meedoen wil je er eigenlijk meer dan één representant van zien. Nu is Yiadom-Boakye een uitzondering, en ze is niet zo’n opmerkelijke schilder dat haar werk die keuze rechtvaardigt.
De ontdekking op de tentoonstelling is Sandra Fisher, er hangen maar twee werken maar Google Images maakt nieuwsgierig naar meer
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19111513/170226CUL_2022571822_LondonCalling_Fisher.jpg)
Sandra Fisher, Tulio in Patternaced Trousers, 1992.
Foto privécollectieDe ontdekking op de tentoonstelling is Sandra Fisher (1947-1994). Haar Tulio in Patterned Trousers uit 1992 is een heerlijke, hedendaagse, sensuele figuurstudie die stand houdt naast vergelijkbaar werk van Hockney en Freud. Lenig genesteld in een modernistische ligstoel is het sexy model door Fisher ook nog eens sexy geschilderd, in smakelijke rake streken, zijn okselhaar gesuggereerd in halfnatte penseelveegjes. De female gaze is hier net zo gretig op een jongen losgelaten als de male gaze vanouds op meisjes. Er hangen in Den Haag maar twee werken van Fisher, maar Google Images maakt nieuwsgierig naar meer. Ze verdient een tentoonstelling voor zichzelf. In het Haagse Kunstmuseum natuurlijk, het museum dat voor Nederland de naoorlogse Engelse figuratie op de kaart heeft gezet.
Lees ook
Verf is huid bij schilder Lucian Freud


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20221326/200226VER_2031755483_nigeria.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20232127/ANP-551314486.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20105710/200226ECO_2031729369_nieuwbouw.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18180707/web-180226VER_2031688849_Nestle.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18151808/180226VER_2031682823_irak.jpg)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/e3/0c/4e/41/e30c4e41-39c9-4cbc-adec-5203e7bcc24a/28134e97ecb162f146775d0320c0172b9338754bb12125def17c6792d48d796486fd159c4dfa47265c3677bb62159dc91e1d4c35f8e34c170e151805e1d36011.jpeg)
English (US) ·