Een positief natuurverhaal over een miniatuurwereld vol termen als trompettak, heksenvinger en vliegenstrontjes

1 dag geleden 4

Wat als je óveral waar je kijkt, iets interessants ziet? Als je weet dat óveral meer achter schuilt, letterlijk en figuurlijk? Dan schrijf je daar een boek over, om zo veel mogelijk mensen te laten delen in jouw kennis en enthousiasme. Over korstmossen, want daar hebben we het over.

Dat is in het kort waarmee Harold Timans (25) zich de afgelopen twee jaar heeft beziggehouden, samen met twee medegepassioneerden – deels naast zijn masterstudie. Het resultaat is het boek Miniatuurwereld – De kracht en pracht van korstmossen, dat eind januari is verschenen. Een handzame combinatie van koffietafel-, informatie- en verhalenboek. Zelf noemt Timans het een ‘fascinatieboek’ – en wie het openslaat, ziet waarom. Het boek trekt je de wereld van de korstmossen binnen. Je voelt je als Erik uit het Klein Insectenboek als je rondneust tussen de close-ups van rood bekermos, gewoon stapelbekertje en doornig heidestaartje. En de vlot geschreven verhalen smaken allemaal naar meer.

„Kijk, hier word ik dus gewoon ontzettend blij van”, zegt Timans. Hij tuurt door een loepje naar een eikentak. „Dit is kapjesvingermos. Je ziet hier die hangende kapjes waar een soort poeder uit komt. Dat zijn sorediën: piepkleine stukjes korstmos die zelf kunnen uitgroeien tot een heel korstmos.”

Cladonia coccifera (rood bekermos).

Cladonia coccifera (rood bekermos).

Foto Ron Poot

We lopen in het Bos van Bosman, een fraai historisch park net buiten het centrum van Leiden, op een steenworp afstand van het Leiden Bio Science Park. Overal staan indrukwekkende oude eiken, beuken en wilgen. En dat is mooi, want daarop groeien volop voorbeelden van Timans’ miniatuurwereld. Aan de vlekken op de stammen kan hij al vanaf meters afstand aflezen wat erop groeit: „Groot dooiermos, gewoon schildmos, purperschaaltje, vliegenstrontjesmos… Ja, die namen zijn echt fantastisch.”

Welke tak Timans ook van naderbij bekijkt: overal ziet hij tien, vijftien soorten korstmos. Vage plakkaten, maar ook prachtige ‘klassieke’ korstmosstructuren, vertakt of dakpansgewijs, of met schoteltjes, bekertjes of haartjes. Je ziet ze het beste met een loep, maar vaak ook met het blote oog – als je er de moeite voor neemt. De truc: maak er een foto van met je mobiel, en vergroot die flink uit. Dikke kans dat je een kunstwerk ziet dat zo aan de muur zou kunnen.

Hoe raakt een twintiger zo verslingerd aan korstmossen? „Ja, veel mensen zien dit als een hobby van oude mannetjes die naar bomen staan te turen”, zegt Timans met een lach. „Maar er is een réden dat die mensen dat doen. Die korstmossen zijn zó verbazingwekkend.”

Physcia adscendens (kapjesvingermos, links) en Normandina pulchella (hamsteroortje).

Foto’s Ron Poot

Eerst hield ik vooral van reptielen, maar die heb je niet zoveel in ons land

Timans kreeg zijn liefde voor de natuur van zijn ouders, beiden bioloog. „Eerst hield ik vooral van reptielen, maar die heb je niet zoveel in ons land. Daarom begon ik naar vogels te kijken.” Als jonge tiener raakte Timans geïnfecteerd door de plantenliefde van zijn vader. „We gingen vaak samen op zoek naar bijzondere planten. En naar de verhalen erachter. Als ik weet waarom een bepaalde soort specifiek op díé plek voorkomt… ja, dan krijg ik daar een wonderlijk en fijn gevoel van.”

Op een dag trof Timans in een boekhandel een gids over korstmossen. „Die vond ik eigenlijk nóg interessanter. Het is echt nog onontgonnen terrein. In Nederland zijn nu zo’n 800 soorten bekend, maar elk jaar worden er nieuwe ontdekt. Nieuwe voor Nederland, of zelfs nieuw voor de wetenschap.”

Neem nu oranje wimpermos, een soort die vroeger vooral zuidelijker in Europa voorkwam. Geleidelijk werd hij steeds meer gevonden aan weerszijden van het Kanaal en in de Ardennen. „Maar toen dook hij een paar jaar geleden opeens op in de Korte Duinen bij Soest”, vertelt Timans. „Ik ging echt uit mijn dak toen ik hem voor het eerst zag. Een van de allermooiste korstmossen die ik ken.” De soort schuift naar het noorden op door klimaatverandering. In ons land wordt hij steeds algemener. „Ik vond hem een keer op de Marker Wadden, op het eerste het beste houten bruggetje. Dus ik helemaal gelukkig. Het is een leuk
voorbeeldje van hoe een soort een nieuwe plek kan koloniseren, en dat dit wimpermos dus actief aan het uitbreiden is.”

Andere soorten komen geleidelijk terug wanneer de luchtkwaliteit verbetert. „In Nederland is de concentratie zwaveldioxiden in de lucht sinds de jaren 80 sterk afgenomen”, weet Timans. „Veel korstmossen zijn daar erg gevoelig voor. Nu zie je ze dus op sommige plekken terugkomen. Laatst is er nog klein baardmos gevonden, hier in een woonwijk in Leiden. Dat zou een paar decennia geleden ondenkbaar zijn geweest.”

Andersom zijn er ook soorten die juist verdwijnen wanneer het schoner wordt. „Bijvoorbeeld de zwavelvreter. Die houdt juist van die zwavelverbindingen – en dus staat-ie nu op de Rode Lijst. Zo zijn korstmossen een prachtige indicator voor de kwaliteit van de leefomgeving. Dat is een van de dingen die ik zo boeiend vind.”

Foto Ron Poot
Foto Henk-Jan van der Kolk

Stereocaulon saxatile (wolkenboompjes, links) en Polycauliona polycarpa (klein dooiermos).

Dat vind ik nou ook zo leuk: veel korstmossen vertellen een positief verhaal

Timans houdt even stil bij een oude eik. „Nu wil ik even iets voor je opzoeken. Eentje die zo schattig is – die móét je even zien.” Hij speurt geroutineerd langs de randen van de grove eikenschors. „Ja hoor, daar zit-ie. Hamsteroortje.” Alleen met de loep is het goed te zien: piepkleine, grijze, viltige schoteltjes die inderdaad wel wat weg hebben van hamsteroortjes. „Ook die was in de vorige eeuw heel zeldzaam. Nu vind je hem overal. Dat vind ik nou ook zo leuk: veel korstmossen vertellen een positief verhaal. Dat is óók waarom ik dit boek heb geschreven.”

We verlaten het park en strijken neer in een nabijgelegen café. Hier tovert Timans de een na de andere schat uit zijn rugzak, zorgvuldig bewaard in doosjes en enveloppen, en elk met een eigen verhaal: trompettakmos, heksenvingermos, een enorme flap longenmos uit Schotland, paardenhaarmos uit Tsjechië. „En kijk deze eens: stapelbekertje. Die bouwt een bekertje op een bekertje op een bekertje. Soms wel vijf niveaus boven op elkaar. Waarom? Niemand die het weet.”

En zo zijn er nog veel meer mysteries. Wat een korstmos precies ís, bijvoorbeeld. „Ja, het is een samenlevingsvorm tussen een schimmel en een alg”, zegt Timans, „maar we weten nog niet hoe die elkaar precies vinden, in het veld, en wat nu bepaalt of ze samen een korstmos gaan vormen. Het is dus ook nog nooit echt goed gelukt om ze in het lab te kweken.” Feitelijk, zo vervolgt Timans, is een korstmos niet één organisme, en zelfs niet een twee-eenheid. „Inmiddels is duidelijk dat het een heel mini-ecosysteem is, waarbij ook bacteriën en gisten cruciaal zijn. Afhankelijk van welke soorten er precies meedoen, zien ze er soms anders uit, zelfs bij dezelfde schimmel-algcombinatie.”

Die zijn dan vroeger soms beschreven als verschillende korstmossoorten, voegt hij eraan toe. Nieuwe ontdekkingen zetten eigenlijk het hele concept van een ‘korstmossoort’ op losse schroeven. Hetzelfde geldt overigens voor koralen.

Tijdens zijn master in Leiden – biologie en wetenschapscommunicatie – besloot Timans een boek te schrijven over de wondere korstmossenwereld. „Zoiets bestond nog niet. Ja, alleen gidsen en wetenschappelijke werken. Niets wat voor iederéén leuk is.” Timans nam contact op met korstmossenkenner Henk-Jan van der Kolk van de Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG), de vereniging die zich bezighoudt met onderzoek naar mossen en korstmossen en de verspreiding van kennis daarover. „Henk-Jan is een wandelende encyclopedie. Geweldig dat hij wilde meewerken.”

En dan zijn er de prachtige foto’s. „Ik bedacht: beeld is heel bepalend bij dit onderwerp. Dus ik dacht meteen aan Ron Poot, een bekende natuurfotograaf”, vertelt Timans. „Hij maakt topfoto’s die echt dat charisma van korstmossen weten te vangen. Ron zei meteen ja. Hij begreep precies wat ik met dit boek wilde doen… die brug slaan, die liefde voor de Nederlandse natuur overbrengen. Strijdbaar, maar niet bitter of vijandig.”

Harold Timans.

Harold Timans.

Foto Fenna Jensma

Er is één obscure groep die ik echt intrigerend vind: stuifmeelkorsten. Dat zijn piepkleine gele bolletjes

Twee jaar lang werkten de drie korstmoskenners aan het boek. Vaak gingen ze samen op pad naar bijzondere vindplaatsen. „Bijvoorbeeld naar Paleispark Het Loo, een van de schoonste plekken van Nederland. Daar groeit één plukje boerenkoolmos op een boom. Dat wilden wij natuurlijk vastleggen.”

Tijdens de tweede helft van het project was Timans afgestudeerd en aan het werk – onder meer bij de BLWG, en bij een start-up die mosmuren ontwikkelt voor in steden. Op de lange termijn hoopt hij het onderzoek in te gaan. „Verder uitzoeken hoe dat zit, met die symbiose. En ik zou ook wel met één been in de wetenschapscommunicatie willen blijven.”

En, welke soort is zijn favoriet? „Oei, ik vind alles mooi. Ook die kleine ronde vlekjes op de stoep, waarvan je eerst denkt dat het kauwgom is.” Hij denkt even na. „Er is één obscure groep die ik echt intrigerend vind: stuifmeelkorsten. Dat zijn piepkleine gele bolletjes, letterlijk niet veel groter dan stuifmeel. Ze leven als pionier op hout, of op andere korstmossen of algen. Onder de microscoop zijn die prachtig, en lijken het net lichtjes.”

Samen met Henk-Jan van der Kolk heeft Timans zelfs een geheel nieuwe soort voor Nederland beschreven: de geringde stuifmeelkorst. Die is inmiddels gevonden op een handvol plekken in Nederland – en ook in Zwitserland. „Stuifmeelkorsten zijn heel zeldzaam. De gewone stuifmeelkorst groeit hier ook in de stad, op één granietblok. Niet op de vijftig andere blokken die ernaast liggen. Ja, die heb ik natuurlijk allemaal bekeken. Waarom alleen op dat ene blok? Ja, dat is weer zo’n mysterie.”

Teloschistes chrysopthalmus (oranje wimpermos).

Teloschistes chrysopthalmus (oranje wimpermos).

Foto Harold Timans
Lees het hele artikel