Aanval van de industrie op belangrijkste klimaatwet van Europa lijkt in strijd met haar eigen belang

3 uren geleden 4

Het is niets bijzonders dat Europese industriële bedrijven klimaatregels uit Brussel bekritiseren. Al jaren dringen ze aan op minder strenge wetgeving en lagere energiekosten. Maar niet eerder kwam de kern van de Europese verduurzaming zo onder vuur te liggen vanuit de industrie.

Een aanzwellende lobby wil het systeem afzwakken dat Europese bedrijven moet laten betalen voor de klimaatschade die ze aanrichten. „De toegenomen koolstofkosten zullen in 2026 verwoestend zijn”, verklaarden twaalf belangenorganisaties van Europese industriesectoren vorige week tijdens een industrietop in Antwerpen. Ze riepen op tot „noodmaatregelen”, die nodig zouden zijn vanwege de impact van een wet die al sinds 2005 bestaat, en die jarenlang alom geprezen is.

Al meer dan twintig jaar kent Europa handel in emissierechten, het recht om een bepaalde hoeveelheid van het broeikasgas CO2 uit te stoten. Sommige bedrijven krijgen gratis uitstootrechten van Brussel, andere moeten die via een veiling aankopen. Een ‘vergroend’ bedrijf dat minder is gaan uitstoten, kan zijn rechten doorverkopen en daarmee geld verdienen.

Binnen dit ‘emissiehandelssysteem’ is afgesproken hoeveel de industrie maximaal aan CO2 mag uitstoten. Dat maximum en de hoeveelheid rechten gaat jaarlijks omlaag, wat de prijs van de rechten opdrijft. Zo worden bedrijven aangespoord te verduurzamen, en komt bij de lidstaten extra geld binnen dat zij kunnen gebruiken voor verduurzaming.

Geroemde ETS geroemd op de schop?

En het werkt. In twintig jaar is de CO2-uitstoot bij bedrijven die vallen onder dit emissiehandelssysteem – ook wel ETS genoemd – met 50 procent afgenomen. Lange tijd werd het ETS geroemd omdat het industriebedrijven zekerheid geeft dat in de toekomst vervuiling duur is en dat investeringen in verduurzaming dus op termijn geld opleveren.

Tegelijkertijd luidt met name de chemische industrie de noodklok. Chemische bedrijven dreigen te vertrekken uit Rotterdam, en ook elders in Europa schroeft deze sector de productie terug doordat het moeite heeft de internationale concurrentie bij te benen. Ook chemiebedrijf Dow in Terneuzen schrapte daar banen en sloot een fabriek. Eerder liepen de verduurzamingsplannen van Dow liepen stuk op een stikstofvergunning.

Half maart komen EU-leiders bijeen in Brussel om te bespreken of het ETS op de schop moet. In de aanloop naar die top zet (een deel) van de energie-intensieve industrie de Europese regeringen alvast stevig onder druk. „Dat de industrie zo openlijk voor aanpassing lobbyt, toont aan dat de steun voor klimaatbeleid afzwakt. De industrie heeft de wind mee”, zegt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Europese leiders uit industrielanden zoals Giorgia Meloni (Italië), Christian Stocket (Oostenrijk) en Friedrich Merz pleitten vorige week voor herziening van het emissiehandelssysteem. Zo zei Merz dat Europa „alles moet vermijden wat het concurrentievermogen van de industrie in gevaar kan brengen”, al kwam hij daar later op terug. De politieke druk is reëel: eerder werd het ETS voor burgers en kleine bedrijven al uitgesteld.

Chinese concurrentie

De industrie heeft het moeilijk, klinkt het van alle kanten. Energiekosten liggen in Europa hoger dan elders en verduurzaming verloopt lang niet altijd even soepel. „Met name de chemische en staalindustrie duwen hard op het afzwakken van het ETS”, zegt Simone Tagliapietra van de Brusselse denktank Bruegel. „Zij waren altijd afhankelijk van goedkoop Russisch gas en staan nu zwaar onder druk door de goedkoop producerende Chinese concurrentie.”

Het Europese emissiehandelssysteem is „niet hun grootste probleem”, zegt Tagliapietra, „maar wordt gebruikt als zondebok”. Zeker niet de gehele industrie is tegen het ETS, benadrukt hij. „De kritiek komt van oude spelers in het veld die niet willen veranderen. Degenen die al hebben verduurzaamd of daarin investeren zeggen: verander het systeem niet, want we hebben zekerheid in wetgeving nodig.”

Zo ook Tata Steel. Het staalbedrijf waarschuwde vorige week in een brief aan de regering voor „het risico dat de huidige economische uitdagingen worden aangegrepen om klimaat- en milieuregels te verzwakken”. Voor bedrijven als Tata is het ongunstig om te rommelen met het ETS, want hun verduurzamingsplannen zijn gebaseerd en berekend op basis van de verwachte kosten van de CO2-uitstoot in de toekomst.

Europa moet accepteren dat goedkoop Russisch gas niet terugkomt en het gevaarlijk is om zo afhankelijk te zijn van buitenlandse, fossiele brandstoffen

De recente lobby heeft al voor een flinke dip in de ‘ETS-prijs’ gezorgd. Die koolstofprijs zakte vorige week van 81 naar 72 euro per ton uit te stoten CO2. De markt voor dit soort koolstofrechten anticipeert op een versoepeling, door uitspreken als die van de Duitse bondskanselier Merz.

Voor bedrijven met concrete verduurzamingsplannen leiden lagere ETS-prijzen tot onzekerheid over de vraag of hun investeringen zich voldoende terugverdienen. „Als de regels van het spel plots veranderen, sta je als bedrijf dat investeringen doet op achterstand”, zegt Tagliapietra. „Anderen kunnen blijven uitstoten en zijn concurrerender [doordat het groene bedrijf meer kosten maakt].”

Meebewegen

Een aantal Europese leiders tonen zich gevoelig voor het pleidooi om het emissiehandelssysteem aan te passen. In Antwerpen vroeg de industrie om langer gebruik te kunnen maken van gratis uitstootrechten. Volgens Tagliapietra zou de Europese Commissie alleen langer gratis uitstootrechten moeten verstrekken als een bedrijf zich echt committeert aan verduurzaming.

Hij pleit ervoor dat de veilingopbrengsten van het ETS-systeem (jaarlijks tientallen miljarden euro’s) terugvloeien naar de industrie, zodat die met dit geld kan verduurzamen. Nu belandt dat geld vaak op de begroting van de betrokken lidstaten. „ETS is geen vijand, maar juist een bondgenoot in het versterken van het concurrentievermogen”, zegt Tagliapietra.

Volgens Mulder kan Brussel „in deze spannende tijd voor het klimaatbeleid” het beste een beetje „meebewegen”, als dat ertoe leidt dat het emissiehandelssysteem als geheel in tact blijft. „De milieubeweging noemt het een fossiele subsidie”, maar zegt hij, „als het plafond voor CO2-uitstoot de komende jaren blijft dalen, kan de prijs voor CO2-uitstoot [op termijn] nog steeds verder oplopen.”

„Europa moet accepteren dat na de oorlog met Oekraïne goedkoop Russisch gas niet terugkomt en het gevaarlijk is om zo afhankelijk te zijn van buitenlandse, fossiele brandstoffen”, zegt Tagliapietra. Volgens hem krijgt Europa alleen lagere energiekosten door het produceren van eigen, hernieuwbare energie. „De snelheid van verduurzaming staat op het spel. Dat is voor zowel voor het concurrentievermogen als de veiligheid van Europa een probleem.”

De aankomende EU-top in maart wordt direct een test voor beoogd premier Rob Jetten (D66). Gezamenlijk hebben D66, CDA en VVD afgesproken geen extra nationale klimaatregels aan de Nederlandse industrie op te leggen, maar mee te gaan met de Europese plannen. Nu het krachtigste middel dat Brussel heeft om verduurzaming af te dwingen dreigt te worden verzwakt, moet Jetten besluiten waar hij staat. Komt hij de zorgen vanuit de industrie verder tegemoet of verdedigt hij het ETS zoals hij als klimaatminister gewend was om te doen?

Lees het hele artikel