De Japanse Miho Takagi grijpt weer naast ‘de koninginnenrit’, na zestien jaar jagen op één race

2 uren geleden 1

Vrijdagavond, in de ijshal van Milaan, moet alles samenvallen voor de 31-jarige Japanse Miho Takagi. De voorbereiding. De ervaring. De jacht van zestien jaar op die ene titel.

Bij het ingaan van de slotronde staat haar naam bovenaan. Ronde na ronde rijdt ze onder de richttijd. Het scorebord kleurt groen, haar teamgenoten kijken ademloos toe. Maar in de laatste rechte lijn verliest ze haar snelheid. Het goud glijdt opnieuw uit haar handen.

Verrassende winnaar van de 1.500 meter is de Nederlandse Antoinette Rijpma-de Jong. Takagi haalt niet eens het podium en wordt zesde.

Ze stapt het ijs af en valt huilend in de armen van Nederlandse coach Johan de Wit. „Ik kan niet in woorden vatten hoe ik me voel”, zegt ze na de race. „De laatste spurt, mijn grootste uitdaging, heb ik niet kunnen overkomen.”

Op de tribune zit haar zus, olympisch kampioen ploegenachtervolging en massastart Nana Takagi, ditmaal als presentatrice. „Ze heeft al tien medailles”, zegt ze trots. „En ze heeft goed gevochten.” Snikkend breekt haar stem door de microfoon. „Maar dit is degene die ze écht wilde.”

Van ‘superscholier’ tot olympisch jager

Het was december 2009 toen de vijftienjarige Takagi plotseling een beroemdheid werd. Bij de olympische kwalificatiewedstrijden voor Vancouver plaatste ze zich als jongste Japanse ooit voor de Winterspelen. Een „superscholier” noemden de media de piepjonge schaatser uit Hokkaido, de meest noordelijke prefectuur van Japan.

Vancouver werd vooral een les in nederigheid. Laatste op de 1.000 meter, 23ste op de 1.500 meter.

Na het zilver op de ploegenachtervolging hingen haar oudere teamgenoten symbolisch hun medailles om haar nek, een teken van vertrouwen in haar veelbelovende toekomst. Met een brede glimlach vertelde ze achteraf dat ze „ook ooit iemand op zo’n manier wil raken met mijn schaatsen”.

De les van Sotsji: er ‘echt’ voor gaan

Na de middelbare school vertrok ze naar de hoofdstad, waar ook haar tweede olympische kans kwam in 2014. Maar ook hier mislukte het volledig. Ze kwalificeerde zich niet eens individueel voor Sotsji.

Haar zus Nana ging wél naar Sotsji. „Ik begreep toen nog niet wat het betekent om er echt voor te gaan”, vertelde ze in een interview met de Japanse krant Asahi Shimbun. „Ik dacht dat ik me vanzelf zou plaatsen.”

Het keerpunt kwam in 2015 met de komst van de Nederlandse coach De Wit. De trainingen werden wetenschappelijker onderbouwd en fysiek zwaarder. In de zomer zat ze uren op de fiets om haar duurvermogen te verbeteren. Ze trok naar hooggelegen trainingslocaties om in de ijle lucht haar longcapaciteit te vergroten.

Haar lichaam en houding veranderden zichtbaar. Ze kreeg geleidelijk het gevoel dat haar kracht „diep tot in het ijs doordrong”.

Miho Takagi tijdens de 1.500 meter.

Miho Takagi tijdens de 1.500 meter.

Foto Ben Curtis / AP

En tijdens de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang in 2018 betekende dit haar definitieve doorbraak. Ze won drie medailles, waaronder goud met de ploegenachtervolging. Een seizoen later reed ze op de 1.500 meter 1.49,83, een wereldrecord dat nog steeds staat.

Beijing 2022 werd haar meest succesvolle Spelen. Ze won goud op de 1.000 meter en drie keer zilver. Daarmee kwam ze op zeven olympische medailles, meer dan welke Japanse vrouw ook. Toch bleef één afstand knagen. Twee keer zilver op de 1.500 meter. Twee keer nét niet. Ze overwoog zelfs te stoppen.

Alles voor die 1.500 meter

Kort na de Olympische Spelen van Beijing verliet Takagi onverwacht het nationale team. Ze koos voor een zelfstandig traject met De Wit. In Japan een uitzonderlijk besluit. Takagi richtte Team GOLD op, zocht eigen sponsors en organiseerde zelfstandig internationale trainingen.

In april 2023 lichtte ze haar keuze toe tijdens een persconferentie. „Mijn focus ligt volledig op de Winterspelen van 2026. Daarom heb ik dit team opgericht”, zei ze. „Alles om de 1.500 meter te winnen.” De koninginnenrit werd een obsessie. „Als ik daar geen goud win, heeft het geen betekenis”, verklaarde ze stellig.

Begin 2025 viel Takagi bij de wereldkampioenschappen buiten de prijzen op de 1.500 meter. Ze werd vierde, op 0,43 seconde van de Nederlandse Joy Beune. En in Japan, waar sportcarrières vaak kort zijn, geldt de 31-jarige inmiddels als veteraan.

De vragen keerden terug. Over haar topsnelheid. Over het vermogen om in de slotronde nog één versnelling te vinden tijdens de eindsprint. Maar in december liet ze wederom zien dat ze kan winnen wanneer het moet: tijdens de wereldbekerwedstrijden pakte ze goud op de 1.000 meter en op de 1.500 meter, juist de afstand waar alles om draait.

En in Milaan-Cortina arriveerde Takagi als meervoudig olympisch medaillewinnaar. Nog vóór ze aan haar laatste race begon, had ze al drie keer olympisch brons in haar bezit. Met 38 wereldbekerzeges is ze bovendien de succesvolste langebaanschaatser die het land heeft voortgebracht.

In Japan liep de spanning daarom met de dag op. Kranten spraken van haar „laatste kans op de ware kroon”. Geen onrealistisch scenario omdat Beune, haar grote rivaal op deze afstand uit Nederland, zich niet had weten te kwalificeren.

De publieke omroep NHK zette de race prominent in het uitzendschema onder de titel: „Takagi grijpt op de 1.500 meter naar het langgekoesterde goud.” Hogere verwachtingen zijn nauwelijks denkbaar.

Zo stond de wereldrecordhoudster vrijdag op het ijs, terwijl het in Japan nog vroeg in de ochtend was, met een heel land dat over haar schouders meekeek. Voor de derde keer bleef de olympische kroon buiten bereik. „Voor Miho betekende deze race meer dan welke medaille voor mij ooit zou kunnen betekenen”, vertelde ploeggenoot Ayano Sato in tranen voor de camera.

Enkele minuten later stond Takagi zichtbaar aangeslagen zelf voor de camera. Veel antwoorden kon ze niet geven. Het laatste woord kwam daarom van de interviewer: „Rust goed uit alsjeblieft, neem de tijd om te herstellen.”

Lees het hele artikel