‘Is er iemand die de laatste lezing zou willen doen?” Aalmoezenier Reniér, in een beige pij gestoken, kijkt het zaaltje rond. Het blijft stil. Zo gaat het al de hele dienst. „Dan ga ik jullie voor”, zegt hij, en hij pakt de tekst die op de piano ligt.
In de derde rij schiet een hand omhoog. „Ik wel, zei ik.”
Het is een jongen van een jaar of twintig met gemillimeterd haar. „O, toch”, zegt de aalmoezenier. „Wat mooi. Nou, als je naar voren wil komen.”
Op zijn slippers schuifelt de jongen tussen de rijen door. Reniér reikt hem een blad met tekst aan en stapt opzij. Het is Allerzielen; de passage gaat over geloof in de opstanding en het eeuwige leven.
Deze kerk een kerk noemen vergt een hoop verbeelding. Het lijkt eerder een klaslokaal, met drie grote ramen die vanaf de eerste verdieping uitkijken op het binnenhof van de penitentiaire inrichting (PI) Zwolle. De moestuintjes liggen braak voor de winter, de novemberzon klimt omhoog.


De ‘kerk’ van de gevangenis, en de buitenmuur.
Foto Wouter de WildeGeen van de ramen kan open. Wel zijn er smalle, openslaande luiken van staal: groot genoeg om frisse lucht door te laten, net te smal voor een mens om zich doorheen te wurmen. Mocht iemand het toch proberen, dan wacht buiten een dikke haag stroomdraad, rond het hele dak. Achterin de zaal zitten drie beveiligers. Camera’s observeren elke hal, doorgang en poort.
Na de dienst spoeden aanwezigen zich naar buiten, waar koffie en koekjes worden geserveerd.
„Ik heet Sem, trouwens.” De jongen met gemillimeterd haar steekt zijn hand uit. Even is hij stil, dan verschijnt een glimlach. „Ik kom bijna vrij.”
Verslaafd aan een designerdrug
„Lastig”, zegt Sem. Geen woord gebruikt hij vaker. Wat er lastig was, in zijn jonge leven: vechtpartijen in de gesloten jeugdzorg, daar wegvluchten, 2.000 euro aan boetes voor zwartrijden in het ov, de zware drugsverslaving die hem, zegt hij, tot een misdrijf dreef. En dat zijn broertje van zeven niet op bezoek mag komen van zijn moeder. „Ze wil niet dat hij me hiermee associeert”, zegt hij. „Dat snap ik. Zij beslist. Dat is lastig.”
We zitten in een zijkamertje van zijn cellenblok, een paar dagen na de kerkdienst. Hij draagt een shirt, trainingsbroek en slippers, zoals altijd. Om zijn ogen zitten, ook zoals altijd, donkere ringen. Sem antwoordt in korte zinnen, soms kinderlijk eerlijk, dan weer met een mate van reflectie waarin doorklinkt dat hij de woorden van hulpverleners heeft overgenomen. Hij is een gevangene zoals zovelen hier: verstandelijk beperkt, moeilijke jeugd, verslaafd. Vaak hebben ze er nog een vierde probleem bij. Voor Sem is dat autisme.
Op zijn veertiende zette zijn moeder hem uit huis. Ze kon hem simpelweg niet meer aan, vertelt hij, na haar scheiding en door zijn moeilijke gedrag. Sem belandde in de gesloten jeugdzorg. „Het is niet leuk hier,” zegt hij over de PI, „maar daar was het echt erger. Veel erger. Zo veel erger.” Even maakt hij oogcontact. „Hier behandelen ze me als een mens. Daar ging ik een stoel op iemands hoofd gooien.”
Na zijn achttiende verjaardag woonde hij een tijdje in een instelling voor beschermd wonen. Toen was hij al verslaafd aan 3MMC, een designerdrug waar hij mee in aanraking kwam via vrienden in de gesloten jeugdzorg. Het ging mis, zo somt hij op, nadat hij eens dagen achter elkaar had gebruikt en al die tijd niet geslapen had. De drugs raakten op, Sem was psychotisch en blut. Om snel aan geld te komen pleegde hij een misdrijf. Hij werd gearresteerd, kwam bij zinnen in een politiecel en probeerde daar zelfmoord te plegen.
Nu zit hij hier in Zwolle.
„Dat was echt heftig”, vat hij kalm samen. „Het heeft me bijna een jaar straf gekost en mijn leven veranderd. Maar ik maak er wel weer iets positiefs van. Dit was wel goed, om even keihard te vallen en dan weer op te staan.”
Over twee maanden komt hij vrij. Dan wil hij een simpel leven. Beschermd wonen (huisvesting met intensieve begeleiding en constant toezicht), dagbesteding, af en toe vissen. „O, en mijn broertje weer zien.”
Vier soorten gevangenen
De gevangenis is er in de regel om mensen te straffen en voor te bereiden op hun re-integratie. Zo niet als modelburger, dan op zijn minst als gezagsgetrouw deelnemer aan de samenleving. Sem lijkt zich voor te nemen dat te worden. In de PI Zwolle zitten zo’n 350 gedetineerden, van wie tweederde voor een periode korter dan drie maanden – hen staat een soortgelijke uitdaging te wachten.
Maar juist dat re-integreren is de afgelopen jaren op de achtergrond geraakt, onder een reeks justitieministers die de nadruk legden op zwaarder straffen en minder oog leken te hebben voor begeleiding bij terugkeer in de samenleving. Dat terwijl de gevangenis dé plek is om misdadigers tot inkeer te brengen; je kunt je er niet onttrekken aan je behandelaars.
Tegelijkertijd staan lang niet alle gedetineerden open voor gedragsverandering. Binnen de PI zijn grofweg vier categorieën te onderscheiden. Twee daarvan willen of kunnen niet veranderen: de psychopaten, die (mede) door een onbehandelbare ziekte een misdaad pleegden, en de zware beroepscriminelen, omdat ze nu eenmaal voor dit leven gekozen hebben.
Een derde categorie, die van de wraakdelinquenten, omvat mensen die onder heel specifieke omstandigheden een misdaad begingen – vaak doelbewust en bij voorbaat bereid straf te ondergaan. Wroeging voelen ze doorgaans niet; als ze nog eens voor dezelfde keuze stonden, zouden ze precies hetzelfde doen.
Maar verreweg de grootste categorie is de vierde en laatste, waartoe ook Sem behoort. Hieronder vallen de mensen die gedreven door omstandigheden – een verslaving, huiselijk geweld, dakloosheid of gebrek aan begeleiding voor hun verstandelijke beperking – in de fout gingen. Die omstandigheden zijn geen rechtvaardiging, maar wel een indicatie dat ze mogelijk in staat zijn te veranderen. Ze wíllen vaak ook een ander leven: minder precair, minder gewelddadig, minder uitzichtloos.
Een behoefte om te moorden
„Kijk, eerst vouw je deze twee.” Er ligt een plat, groengrijs stuk karton in Sems hand. Hij laat zien welke lipjes je moet omvouwen om er een klein doosje van te maken. „Daarna deze, de grote. En als je deze” – hij wacht even terwijl hij met zijn duim het vierde lipje omvouwt – „zo doet, dan kunnen de zeepjes erin.”
We zitten aan tafel in de arbeidsruimte. In het midden ligt een enorme berg vaatwastabletten, aan de overkant zitten nog twee gedetineerden. In de hoek staat een radio aan. Gestaag groeit de stapel gevouwen en gevulde zeepdoosjes, bestemd voor een vakantiepark.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13113522/210226WEE_2030179482_deeltwee06.jpg)
Zeepdoosjes die door gevangenen worden gevouwen.
Foto Wouter de WildeEen van de mannen aan de overkant begint het ene na het andere verhaal – over mensen die hij kent uit andere inrichtingen, over een RTL-serie over buitenlandse gevangenissen. Hij is joviaal en zelfverzekerd.
„En je hebt die reisserie, ik weet even niet op welke zender”, gaat hij verder. „Elke week zijn ze ergens anders. Dat vind ik prachtig om te kijken. Gister waren ze in Japan. De cultuur daar, het respect dat mensen voor elkaar hebben. Dat is echt mooi.”
De man heeft meerdere onschuldige mensen op brute wijze vermoord. Hij zit een celstraf uit van enkele decennia. Daarna komt hij, als hij nog leeft, op een wachtlijst voor tbs. Hij behoort tot de psychopaten: een kleine groep die doorgaans extreem lange celstraffen uitzit. Sommigen horen stemmen in hun hoofd, anderen hebben „simpelweg een onverklaarbare behoefte om te moorden”, zoals een bewaarder het omschrijft. Allemaal wachten ze op tbs of brachten al eens tijd door in een tbs-kliniek.
De gevangenis is er niet om hen te veranderen; eerder om hen te straffen. Maar bovenal is het de enige manier om de maatschappij tegen hen te beschermen. Bewaarders en behandelaars zijn het in de regel over hen eens: deze mensen mogen nóóit vrijkomen. Ze zijn onherroepelijk ‘stuk’.
Berend zit hier ‘prima’
Een andere gevangene, Berend, behoort tot de wraakdelinquenten. Toen hij een paar jaar geleden in de auto stapte wist hij precies wat hij zou gaan doen, en ook dat hij er een heel lange gevangenisstraf voor zou krijgen. Om de rit door te komen zette hij een cd’tje op. „AC/DC, Guns N’ Roses, dat soort spul.” Het verliep allemaal precies zoals hij had verwacht.
Nu zit hij „prima” in de PI Zwolle, zegt hij. Berend is eerlijk over wat hij heeft gedaan en vertelt er nuchter over. „Ik heb gewoon mijn straf geaccepteerd. Als je je goed gedraagt, kan je hier heel goed zitten.”
Wraakdelinquenten zijn vaak mensen die niet eerder met justitie in aanraking kwamen. Ze hadden een baan, een koophuis, een goede band met hun familie. Net als Berend accepteren ze hun celstraf, ze vinden die hooguit wat te lang. Het zijn modelgevangenen, zeggen bewaarders: geen drugs, geen drama.
Gedetineerden die zich goed gedragen, krijgen als beloning bepaalde privileges
Gedetineerden zoals Berend, die zich goed gedragen, krijgen als beloning – en om hun re-integratie in de maatschappij aan te moedigen – bepaalde privileges. Ze komen in aanmerking voor verlof, bijvoorbeeld om hun familie buiten de gevangenis te bezoeken of om naar een sollicitatiegesprek te kunnen. Ook kunnen ze op een gegeven moment naar de ‘beperkt beveiligde afdeling’, de BBA, die als tussenstap tussen detentie en vrijheid geldt. En, heel belangrijk: bij aanhoudend goed gedrag kunnen ze zelfs vervroegd voorwaardelijk vrijkomen. Maximaal een derde van hun oorspronkelijke straf kan zo in mindering gebracht worden.
Tenminste, zo was het altijd. In 2021 heeft nieuwe wetgeving dat ingrijpend veranderd. Verlof is versoberd: je mag pas later in je detentie met verlof, voor een kortere duur, en om een beperkter aantal redenen. De vervroegde voorwaardelijke vrijlating is teruggebracht tot maximaal twee jaar. Ook de toegang tot allerhande re-integratie-programma’s die vroeger voor iedereen openstonden, werd strenger: wil je therapie of andere vormen van hulp, dan moet je eerst ‘meedoen’. Oftewel: elke dag naar de arbeid, indien nodig instemmen met psychologische observatie, alle regels netjes naleven.
De nadruk op ‘goed gedrag’ zorgt voor een soort patstelling, zo schrijft het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie. Veel gedetineerden kennen „veel en complexe problematiek”, wat het lastig maakt aan alle voorwaarden van ‘goed gedrag’ te voldoen. Dat zorgt ervoor dat de gevangenen „waarvoor ondersteuning noodzakelijk is, juist toegang tot re-integratieactiviteiten wordt ontzegd”.
Of, zoals meerdere bewaarders, psychiaters en zelfs directieleden zeggen: de gevangenis werkt nu het best voor hen die het ’t minst nodig hebben. In de praktijk betekent het dat zij die zich niet goed weten te gedragen gewoon nog een paar keer mogen terugkomen.
‘Waar wil je aan werken?’
Sem en Janny zitten aan een grote tafel. In de onderwijsruimte staat een twintigtal computers op bureautjes tegen de muur, in het systeemplafond brommen de lampen. Het is de derde of vierde therapiesessie over drugsgebruik.
Janny is in de zestig en spreekt kalm. Op vrijwel elk antwoord van Sem – al vertelt hij over zijn misdrijf, of over zijn psychotische angst dat zijn moeder hem zal vermoorden – reageert ze met een lange, invoelende „o”, gevolgd door „oké”.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13114032/210226WEE_2030179482_deeltwee04-1.jpg)
De luchtruimte op de afdeling ISD, voor vrouwelijke veelplegers.
Foto Wouter de Wilde„Kijk, zo ziet het eruit”, zegt ze als ze mij Sems werkboek laat zien. „Ik vraag bijvoorbeeld naar de nadelen van hun drugsgebruik. En de voordelen van stoppen met drugs.” Ze legt het mapje neer en aarzelt even. „Eerder vroegen we ook naar de vóórdelen van gebruik. Daar zijn we maar mee gestopt.”
Janny tikt op een vakje in het werkboek en kijkt naar Sem. „En waar wil jij aan gaan werken, heb je gezegd?” De vorige sessie heeft ze zijn antwoorden opgeschreven; hij kan zelf niet zo goed schrijven.
Sem leest ze voor. „Houd mij…”, zegt hij binnensmonds, maar verder komt hij even niet.
„Ik houd mij…”, zegt Janny helder.
„Ik houd mij aan de afspraken”, zegt Sem.
„En wat staat daaronder?”
„… bij beschermd wonen”, mompelt hij.
Geen geld, geen huis, geen eten
„Kijk, ik heb op bepaalde momenten, eerder in mijn leven, gekozen voor een bepaalde levensstijl”, zegt Frans. We zitten aan een blauwe, stalen tafel op de luchtplaats. „Het zou toentertijd hypocriet geweest zijn om te zeggen van: waarom zit ik hier? Want op dat moment koos ik nou eenmaal voor die levensstijl. Al is het nu anders, nu zit ik vast voor iets waar ik niets mee te maken heb.”
Frans zit in het huis van bewaring, in afwachting van een uitspraak in zijn rechtszaak. Hij behoort tot de categorie beroepscriminelen. Het zijn mannen die een celstraf krijgen voor, of verdacht worden van, grootschalige, internationale handel in drugs, wapens of mensen. De PI heeft er een handjevol van.
„Maar kijk, 90 procent van de jongens hier”, vervolgt Frans, en hij wijst naar de kluitjes mannen die over de luchtplaats benen, „die zijn niet zo. Die stelen koper, of slaan een keer te hard tijdens een vechtpartij. Niet dat ik het rechtvaardig, maar die worden wel gelijk uit de maatschappij getrokken.”
Dát mensen gestraft moeten worden, daar heeft hij begrip voor. „Maar qua re-integratie, qua een beter mens worden: daar helpen ze je totaal niet bij. Dat is niks, nul.” Een Turkse man van rond de zestig is aan tafel komen zitten en knikt instemmend. Frans vervolgt: „De meesten hier zitten voor kleine zaken en hebben niks wanneer ze buiten komen. Geen geld, geen huis, geen eten, niks. De meesten hebben niet eens familie die de telefoon opneemt, laat staan een bed aanbiedt.”
De gemiddelde beroepscrimineel is een graag geziene gast onder bewaarders. Ze accepteren hun straf, willen die in betrekkelijke rust uitzitten, en hebben bovendien de autoriteit om die rust af te dwingen op hun cellenblok. Bijna woordelijk zeggen ze hetzelfde: „Ik zit hier omdat dat nou even moet, maar maak het voor de ándere jongens nou beter.”
„Kijk naar Duitsland”, zegt Frans. Daar kunnen gedetineerden meer opleidingen volgen, zegt hij, en krijgen ze een hoger arbeidsloon, dat vrijwel geheel op een spaarrekening komt. „Dan kom je buiten en staan er een paar ruggen op je rekening. Dan kun je eten kopen en een huisje huren.”
We worden vooral een instituut van vergelding. Als we geen werk maken van herstel, dan zijn we alleen maar bezig met klantenbinding
Iets meer aandacht voor re-integratie zou goed zijn, zo is de algemene mening onder gedetineerden én personeel. „Wij worden vooral een instituut van vergelding”, zegt de directeur van de PI, Elise Beltman. „Maar we móéten ze ook helpen.” Lachend: „Als we geen werk maken van herstel, dan zijn we alleen maar bezig met klantenbinding.”
In de afgelopen vijftien jaar zijn veel sociale vangnetten verkleind, in sommige gevallen zelfs weggehaald. Kwetsbare mensen blijven daardoor vallen en vallen, zien de bewaarders en behandelaars, soms totdat ze de bodem raken: de gevangenis. Voor velen is het verblijf daar dé kans om goed op eigen benen te leren staan. Maar juist hierbinnen krijgen ze steeds minder hulp, omdat ze vooral de straf moeten voelen.
De PI is zo een plek met twee ogenschijnlijk onverenigbare functies: het moet een harde straf zijn én een steun in de rug op weg naar een ander leven.
233 dagen gezeten
Sem is vandaag niet naar verslavingstherapie gegaan. „Kon ik even niet aan”, zegt hij. We zitten naast de kerstboom, het is half december. Over drie weken komt hij vrij. Hij krijgt een kamer in een zorginstelling, veel verder van zijn moeder dan voorheen. „Dat vindt ze wel fijn, want anders sta ik elke dag voor de deur.” Hij is een tel stil, kijkt even naar zijn handen, en dan weer omhoog. „Echt elke dag.”
Drie dagen geleden is hij 21 geworden. „Ik heb van iedereen gefeliciteerd gekregen.” Af en toe daagt acute paniek: „233 dagen heb ik dan gezeten. Als ik buitenkom, is het heel heftig. En ik weet niks over mijn nieuwe plek. Helemaal niks.” Ook de huisregels van zijn nieuwe thuis weet hij nog niet – en hij wil drugs niet volledig afzweren.
Al kletsend ebben zijn zorgen weg. We nemen afscheid. „Doe voorzichtig”, zegt hij, over niets in het bijzonder. „En bedankt dat je langskwam.”
Of hij uit de problemen gaat blijven, na zijn vrijlating? „Ja”, zegt hij, vanuit de deuropening. „Ik doe mijn best.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20105710/200226ECO_2031729369_nieuwbouw.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20215820/200226SPO_2031755199_relay.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20212815/200226SPO_2031755190_velzeboer.jpg)


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18151808/180226VER_2031682823_irak.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18180707/web-180226VER_2031688849_Nestle.jpg)
English (US) ·