De zaak
Een in Nederland woonachtig gezin verbleef in 2009 in China toen het tweede kind werd geboren. Ze deden daar aangifte van de geboorte. Na terugkeer in Nederland in 2010 lieten ze de geboorteakte inschrijven bij hun gemeente.
Veertien jaar later ontdekten de ouders dat ze nooit kinderbijslag voor hun tweede kind hadden ontvangen. Ze vroegen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de kinderbijslag met terugwerkende kracht uit te betalen.
De SVB kende kinderbijslag toe met één jaar terugwerkende kracht. Dit is ook hoe het in de wet staat: je moet kinderbijslag zelf aanvragen en bij latere aanvraag heb je recht op één jaar terugwerkende kracht.
Voor in Néderland geboren tweede (en volgende) kinderen heeft de SVB een gunstiger beleid. De SVB ontvangt namelijk automatisch bericht van de aangifte en heeft de overige benodigde gegevens al ontvangen bij het eerste kind, zodat de kinderbijslag automatisch kan worden opgestart. Hapert de gegevensuitwisseling met de gemeente en gaat de kinderbijslag daardoor pas later in, dan hebben de ouders volgens dit beleid recht op maximaal vijf jaar terugwerkende kracht.
De ouders vonden het niet eerlijk en stapten naar de rechtbank Overijssel. In een tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat de SVB onderscheid maakte tussen burgers op basis van de geboorteplaats. De SVB kreeg de mogelijkheid uit te leggen waarom dit onderscheid gerechtvaardigd was.
De SVB voerde aan met de vijf jaar terugwerkende kracht ouders te willen beschermen die de dupe waren van overheidsfouten in de beloofde gegevensuitwisseling. Dat speelt niet bij in het buitenland geboren kinderen, dus er was geen sprake van gelijke gevallen die verschillend werden behandeld.
De uitspraak: toekenning met vijf jaar terugwerkende kracht
De rechter oordeelt dat wel sprake is van discriminatie. De rechter snapt dat het onderscheid is ontstaan doordat automatische gegevensuitwisseling alleen binnen Nederland mogelijk is, maar dat maakt het nog niet gerechtvaardigd.
Ouders van in Nederland geboren kinderen hoeven er zelf niet aan te denken kinderbijslag aan te vragen, ouders van in het buitenland geborenen moeten wel actie ondernemen.
En ook al krijgen de ouders in dit geval precies wat de wet voorschrijft (kinderbijslag vanaf de aanvraag, met één jaar terugwerkende kracht), toch worden zij onevenredig benadeeld, oordeelt de rechtbank. Bij gelijke behandeling met kinderen die in Nederland zijn geboren, zouden zij vanaf de geboortedatum kinderbijslag hebben gekregen en bij een foutje van de instanties tot vijf jaar terugwerkende kracht krijgen. Die termijn zou hier naar analogie ook moeten gelden.
Gezien het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel hebben de ouders recht op kinderbijslag met vijf jaar terugwerkende kracht vanaf hun aanvraag.
Het commentaar
„Deze uitspraak past in een trend, waarin met name lagere rechters woorden geven aan een door burgers ervaren gevoel van oneerlijkheid”, zegt Bahija Aarrass, universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, met focus op mensenrechten en migratie. „De ouders deden een beroep op het Kinderrechtenverdrag, maar dat was niet van toepassing omdat kinderbijslag een recht van de óúders is, bedoeld voor de kosten van onderhoud en verzorging van hun kind. De rechter vulde in een tussenuitspraak zelf aan dat mogelijk sprake was van onderscheid op basis van de plaats van geboorte en gaf de SVB de mogelijkheid dat te rechtvaardigen. Dat vind ik een zorgvuldige manier om handen en voeten te geven aan het discriminatieverbod in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.”
Bij discriminatie denk je aan bijvoorbeeld nationaliteit, afkomst of godsdienst. Ook onderscheid op grond van geboorte is niet toegestaan. Onderscheid naar geboorteplááts kwam Aarrass nog niet eerder tegen. Maar: „Het gaat altijd om persoonlijke kenmerken waar je niets aan kunt doen, of die zó fundamenteel zijn dat je ze niet wilt veranderen. Je geboorteplaats hoort daarbij.”
Het is goed te begrijpen dat de SVB niet met de hele wereld automatische gegevensuitwisseling kan realiseren. Is het dan niet spijkers op laag water zoeken om een daaruit voortvloeiend verschil discriminatie te noemen?
„Ik kan me voorstellen dat iemand zo denkt. De overheid doet iets extra’s om het burgers gemakkelijker te maken en dan is er volgens vaste jurisprudentie ook meer ruimte voor verschillen. Maar ongerechtvaardigd onderscheid blijft ook dan verboden, en het heeft enorme impact als autoriteiten gevolgen verbinden aan persoonlijke kenmerken. Bepaalde groepen zijn ook extra kwetsbaar. De sterk geautomatiseerde samenleving is voor sommigen minder toegankelijk, zeker als je niet goed wordt geïnformeerd.”
Waarschijnlijk heeft ook een rol gespeeld dat de ouders in deze zaak hun zoontje wel direct na terugkeer in Nederland bij de gemeente hadden ingeschreven, denkt Aarrass. „Stel dat het kind pas tien jaar na terugkeer was ingeschreven, dan had de rechter één jaar terugwerkende kracht misschien wel in verhouding gevonden.”
De SVB heeft nog niet besloten of zij in hoger beroep gaat. Uit een reactie blijkt wel dat zij van mening blijft dat geen sprake is van discriminatie.
Uitspraak: Bestuursrechter rechtbank Overijssel 29 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:396
Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20150756/200226ECO_2031743130_Babyvoeding.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19145901/200226BUI_2031708343_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20081323/200226ECO_2031717124_odido.jpg)


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18151808/180226VER_2031682823_irak.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18180707/web-180226VER_2031688849_Nestle.jpg)
English (US) ·