Eén klein slokje en het is mis. De onwaarschijnlijke dood van Ria en Theo

11 uren geleden 1

Voor wie een leven redt, zijn de eerste seconden overzichtelijk. Niet twijfelen. Zeg het alfabet.

A is van airway. Kan de patiënt ademen? Zit er niks vast in de keel? Is de wervelkolom intact? Zo ja, ga naar B van breathing. Is de patiënt gestopt met ademen en loopt het gezicht blauw aan? Nee? Dan C van circulation: bloedt de patiënt dood? Voel ik pols? Krijgen de cellen in het lichaam wel zuurstof? 

Zonder ABC is elk verder ingrijpen zinloos, dan sterft de patiënt hoe dan ook.

Pas bij D begint het denken. Dan komen de vragen over disabilities – of de patiënt bij bewustzijn is of ernstig verward – en E van exposure: verwondingen, zwellingen, breuken, lichaamstemperatuur. Dat is het moment dat de vraag zich opdringt wat er eigenlijk aan de hand is. Wat is het verhaal?

Het wordt dan meteen ingewikkeld. Er zijn duizenden, miljoenen manieren om te sterven. De arts die over een wegglijdende patiënt gebogen staat, moet ineens alles in overweging nemen. Medicijngebruik. Chronische ziekten. Leeftijd. Laatste maaltijd. Etniciteit. Allergieën. Genetische afwijkingen. Of de adem naar drank ruikt, of er blauwe plekken zijn. Staat er een schreeuwende ouder op de gang? Komt de patiënt uit huis, een club, school, het water? Is het weekeinde, dag, nacht? Alles kan, alles is mogelijk.

Aan het einde van de negentiende eeuw, het tijdperk van de eerste röntgenfoto, de microscoop, het bloedonderzoek, formuleerden artsen een rationele methode om de boom aan mogelijkheden terug te snoeien tot één vruchtbare conclusie: de differentiaaldiagnose.

De arts die het niet weet, maakt een lijst. Bovenaan schrijft ze de diagnose die het meest voor de hand ligt, gezien alle symptomen en omstandigheden. Daaronder schrijft ze de tweede, iets minder voor de hand liggende, maar nog steeds waarschijnlijke optie. Daaronder een derde, een vierde, een vijfde, steeds onwaarschijnlijker, maar nog steeds mogelijk. Zo dwingt ze zichzelf om een brede blik te houden, om uit een tunnel te blijven. Daarna streept ze zo snel mogelijk zo veel mogelijk diagnoses van de lijst af door goed te observeren, uit te vragen en te onderzoeken. Tot de beste overblijft.

Maar welke diagnose komt bovenaan die lijst? Dat hangt in hoge mate af van de arts zelf. Wat ze geleerd en gezien heeft, in welke periode ze is opgeleid, door wie, in welk specialisme, met welke collega’s, in welk werelddeel. Waarover ze gelezen heeft, hoe de wereld intussen is veranderd.

Onwaarschijnlijke zaken waar ze niet aan denkt, blijven buiten beschouwing.

Foto Zara Nor

Visite

De onwaarschijnlijke dood van Ria (84) en Theo (82) uit Hilversum voltrekt zich in één maand.

Op 12 april 2023 komt een goede vriendin langs in hun rijtjeshuis in Hilversum. Ze heeft cadeautjes bij zich: een bak rauwkost en een spiritueel boek voor Ria en voor Theo een jeneverfles, Bols Zeer Oude Genever van de Gall & Gall in Bussum. Theo en zij kennen elkaar al jaren, uren kunnen ze praten.

Ria en Theo zijn dan al bijna zestig jaar getrouwd. Ze leerden elkaar kennen op de kermis in ’t Zand, een dorp in de Kop van Noord-Holland. Zij bakkersdochter, hij slager, allebei een katholieke opvoeding, hard werken, spaarzaam. Samen kregen ze vier kinderen.

Ze zijn op leeftijd, maar oud zijn ze niet. Hun hele leven bleven ze in beweging. Ria besloot om na de jaren in de slagerij de moedermavo te gaan doen. Ze werd psychiatrisch verzorgende, deed een yogaopleiding en werd vegetariër lang voor dat in de mode was. Op haar fiets en voordeur plakte ze een sticker met ‘stop schaliegas’.

Theo, behoudender van aard, zat ook niet stil, ondanks de hartproblemen en spataderen door het vele staan die hem dwongen te stoppen met de slagerij. Vluchtelingen rondleiden, bij de bridgeclub achter de bar, klootschieten, fietsen, schaatsen. Als hij door zijn ziekte zijn linkeronderbeen kwijtraakt, fietst hij stug door op de hometrainer op zolder. Samen doen ze hun oefeningen: zij yoga, hij buikspieren.

Het kan soms botsen tussen Ria en Theo, maar de twee zijn heel hecht.

Tijdens het bezoek die middag schenkt Theo een glaasje jenever voor zichzelf in uit de nieuwe fles. „Het smaakt raar”, zegt hij na een eerste slok. Het borrelglaasje met het restje gaat in de keukenkast. Om half drie vertrekt de vriendin, Ria gaat boodschappen doen en Theo, die zich niet zo lekker voelt, gaat naar bed. Als Ria thuiskomt, maakt ze hem wakker. Hij is verward, spreekt met dubbele tong, kan niet goed staan.

„Leun maar op mij”, zegt Ria terwijl ze de trap afstommelen.

„Dat doe ik mijn hele leven al”, zegt Theo. Beneden op de bank gaat hij weer liggen. Ongerust belt Ria 112.

Een hersenbloeding, denken ze in het Tergooi MC waar hij met schreeuwende sirenes naar toe wordt gebracht. Verwardheid en uitval van spieren passen daarbij. Personeel neemt bloed en urine af. Theo gaat de scanner in, maar omdat hij veel en krampachtig beweegt is de foto niet scherp. Het maakt niet meer uit. Drie kwartier na zijn aankomst in het ziekenhuis overlijdt Theo.

„Exacte doodsoorzaak niet bekend”, staat in het verslag van de spoedeisende hulp. 

Een natuurlijke, snelle dood. Er komt een mooie uitvaart. Ria is verdrietig, maar niet geknakt. Als jullie komen en ik ben er niet, zegt ze in de dagen erna tegen haar kinderen, maak je geen zorgen, dan ben ik wandelen op de hei.

Op de avond van 25 april, vier dagen na de crematie van Theo, zit Ria in haar woonkamer in Hilversum aan tafel. Ze schrijft haar overleden man een briefje en herinnert zich zijn laatste glaasje jenever tijdens die gezellige middag met hun goede vriendin. Het borrelglaasje staat nog precies zoals Theo het had neergezet, in de keukenkast met dat laagje er in. Ze pakt het uit de kast en nipt ervan.

Drie weken later overlijdt ook zij.

Het ziekenhuis

Wie kan deze doodsoorzaak bedenken?

Een paar uur na het slokje, 26 april 2023 om 00.15 uur, rijden ambulancemedewerkers Ria op een brancard het Tergooi MC in. Haar pupillen zijn groot, haar bewegingen ongecontroleerd en krampachtig, net als bij Theo. Ze articuleert overdreven duidelijk, maar wat ze zegt is niet zo helder. Ze spuugt braaksel en bloed. Haar familie krijgt maar moeilijk contact met haar. Wat ze steeds herhaalt is iets over een fles.

Ze zegt: „Ik heb een nipje van die borrel genomen.”

Het woord ‘borrel’ doet haar familie verstijven. Ook Theo dronk daar van. Het is die fles, zegt dochter Ellen tegen het ziekenhuispersoneel. Ze gaat hem meteen ophalen, een doodnormale bruine kruik. Nog voor ze terug is, is de spoedeisende hulp al afgesloten – een voorzorgsmaatregel bij gevaarlijke stoffen. Politie- en brandweermensen lopen in en uit, het ziekenhuispersoneel draagt witte pakken. 

Om drie uur die nacht stellen onderzoekers van het RIVM vast: in de kruik zat geen jenever. Er zaten „amfetaminen opgelost in octanen” in.

Amfetamine-olie, een grondstof voor drugs.

Ria’s keel brandt en doet vreselijk pijn. Ze is warrig en zwak. Ze wordt naar de verpleegafdeling gebracht. Ineens hebben de kinderen vragen over de dood van hun vader. Hoezo ‘natuurlijke dood’? Lag de diagnose ‘hersenbloeding’ wel zo voor de hand? Had er niet een autopsie gedaan moeten worden? De band terugspoelen kan niet meer, het lichaam is gecremeerd, bloed- en urinemonsters zijn weggegooid en er is geen ‘spijtserum’ afgenomen – een bloedmonster dat wordt ingevroren voor het geval er nog vragen komen.

Per ongeluk dood door drugs. „Accidentele, niet gewenste intoxicatie”, noemt intensivist en medisch manager kwaliteit Peter van der Molen van het Tergooi MC dat dit najaar tegenover NRC. „Dat zien we eigenlijk nooit.” Hij niet in ieder geval, in zijn vijftienjarige loopbaan. Na acht uur ’s avonds zijn er geen medisch specialisten meer op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis, maar ook die zouden niet aan drugs hebben gedacht, stelt Van der Molen. Een hersenbloeding is vele malen waarschijnlijker. Ook dan vallen spieren uit, is de patiënt verward.

In de snelheid van de spoedeisende hulp wint de meest waarschijnlijke diagnose. Dat is bij tachtigers niet: grondstoffen uit de drugsindustrie die via een jeneverkruik per abuis in hun lichaam belanden.

De politie

Net als een arts op de spoedeisende hulp denkt ook een politieagent die een misdrijf vermoedt in waarschijnlijkheden. Een ongeval komt vaker voor dan suïcide. Suïcide komt vaker voor dan doodslag. Een kind is vaker verdwaald dan weggelopen of ontvoerd.

De ervaren agent kent zijn statistieken en probeert eerst het meest voor de hand liggende scenario te bewijzen of te ontkrachten. Een bekende dader, een gebruikelijk motief. Dat is efficiënt. Pas dan volgen andere, onwaarschijnlijkere theorieën.

De politie Midden-Nederland wordt in de nacht van 26 april meteen op de zaak gezet. Tachtigers vergiftigd door drugs. Ook zij hebben zoiets nooit gezien. Het scenario dat als eerste in het hoofd van de agenten opkomt is: vergiftiging door de vriendin.

Waar komt de fles vandaan? Wie is die vriendin die de fles gaf? Wie kan een bedreiging vormen voor haar ouders?

Als Ellen de ochtend na de opname wat kleren en toiletartikelen naar haar moeder brengt, staan in de ziekenhuisgang drie agenten. Twee ondervragen Ria, wel een half uur lang. Die ligt verward in bed, met nog altijd grote pupillen. De derde loodst dochter Ellen mee naar het politiebureau, waar ze een uur wordt gehoord. Waar komt de fles vandaan? Wie is die vriendin die de fles gaf? Wie kan een bedreiging vormen voor haar ouders? Ellen krijgt orders: ze mag geen contact opnemen met de vriendin.

Een week lang gebeurt er niks. Ria mag naar huis, de amfetamine nog in haar bloed. Ze kan alleen drinken met een rietje, op haar tong zitten brandblaren. Op 2 mei, nadat Ria een herseninfarct heeft gekregen en opnieuw naar het ziekenhuis is gebracht, staan er om 10 uur ’s ochtends twee politieauto’s voor de seniorenflat van de 78-jarige vriendin. Vier agenten bonken op haar deur. Twee agenten nemen haar mee naar het bureau in Hilversum, twee blijven om het huis te doorzoeken. De vriendin schaamt zich kapot voor haar flatgenoten – wat moeten die wel denken?

In de cel hoort ze van een toegewezen advocaat dat ze van moord wordt verdacht. Moord! Zij? Haar vingerafdrukken worden afgenomen. Er volgt een lang verhoor, over haar relatie met Ria en Theo en over hoe ze aan die fles komt. De vrouw weet niet wat haar overkomt. Ze krijgt te horen dat ze gevangen zal worden gezet. In een busje wordt ze – met een rotgang, zal ze later zeggen – naar het cellencomplex in Houten gebracht. Weer vingerafdrukken, tas inleveren, schoenen uit, slippers aan. Ze heeft het ijskoud in de cel. Door een luikje komt een magnetronmaaltijd, maar ze krijgt geen hap door haar keel.

’s Avonds brengt een politiebusje haar weer naar huis, weer in ijltempo, weer in het zicht van de buren. Haar huis en de berging blijken te zijn doorzocht. Het is de politie duidelijk geworden dat de vriendin niet de dader is, door dit scenario gaat een streep. Ze moeten bij de Gall & Gall zijn, waar ze de fles heeft gekocht.

De vriendin is volledig van de kaart. De volgende dag komt een agent langs met een bloemetje en haar iPad die ze hadden meegenomen.

De slijter

Bij de Gall & Gall aan de Koekoekslaan in Bussum stuit de politie op een reeks ongerijmdheden die niemand had kunnen bedenken. Het blijkt dat de gewraakte fles uit een doos uit het magazijn komt waar vier flessen in zaten. Die doos was een retourzending uit Sevilla, Spanje van begin januari – iets wat helemaal niet kan, want vanuit de Gall & Gall worden geen flessen drank verstuurd. Het vreemde pakketje was door de filiaalmanager volgens het protocol intern gemeld en in het magazijn gezet. Een personeelslid besloot de flessen in de schappen te zetten, tegen de regels in.

Waar zijn die vier flessen gebleven? Eén is beland bij Ria en Theo. Eén blijkt nog in het schap te staan. Eén is door een klant teruggebracht. Die had ’m een dag na de crematie van Theo bij de Gall & Gall gekocht. Hij had zijn vinger in de drank gestoken en daaraan gelikt, maar het smaakte hem niet. Weet hij waaraan hij is ontsnapt? Die fles werd, ook tegen de regels in, weggegooid. Nog één fles is kwijt. Die blijkt achterover te zijn gedrukt door het personeelslid dat de flessen in de schappen zette. Ze komt hem een dag later schuldbewust terugbrengen.

Nu de vier flessen uit die ene doos terug zijn, menen de politie en de voedsel- en warenautoriteit NVWA dat er geen landelijke terugroepactie hoeft te komen, dat geeft maatschappelijke onrust. Er zijn geen aanwijzingen dat er meer vervuilde flessen zijn. Toch laat Gall & Gall vanaf 3 mei voor de zekerheid alle Bols zeer oude jenever uit alle eigen filialen halen. Die dag wordt ook Bols op de hoogte gesteld. De toezichthouder zet niets op z’n site. Andere slijters en mensen die thuis zo’n kruik hebben, weten van niks.

Op 11 mei stelt de familie Gall & Gall, onderdeel van Ahold, aansprakelijk voor het overlijden van Theo. Een week later sterft Ria, die steeds zieker is geworden. Thuis, in het bijzijn van haar kinderen. Twee agenten bewaken het lichaam totdat het wordt opgehaald voor autopsie.

De herkomst van de jeneverflessen

Het onderzoek van de politie Midden-Nederland naar de jeneverflessen met amfetamine-olie loopt nog. De politie heeft een Nederlandse verdachte op het oog.

In het najaar van 2022 zijn vier flessen zeer oude jenever verstuurd vanaf het PostNL-punt in de Albert Heijn tegenover de Gall & Gall aan de Koekoekslaan in Bussum. De verzender had contant afgerekend en als vals retouradres de Gall & Gall aan de overkant opgegeven. Dit pakket is beland bij een pakketdienst in een buitenwijk van Sevilla. De ontvangers wilden zich niet identificeren en reden weg in een auto zonder kenteken. Het pakketje bleef liggen en is na een paar maanden teruggestuurd naar het retouradres: de Gall & Gall. Daar zijn de flessen in de schappen beland. De politie schat de straatwaarde van de amfetamine-olie op circa 2.000 euro per fles.

Er waren volgens de politie geen aanwijzingen dat er meer dan vier flessen in de reguliere handel terecht waren gekomen. Daarom drong ze niet aan op een publieke terugroepactie. De NVWA ging daarin mee.

Afgelopen dagen is de politie een socialmediacampagne in Sevilla begonnen om meer te weten te komen over de herkomst van de flessen. Tipgevers worden beloond met 2.500 euro.

Op de vraag waarom de politie pas na een week na de vergiftiging van Ria bij de Gall & Gall is gaan kijken, antwoordt de woordvoerder dat de politie altijd „verschillende scenario’s” onderzoekt. Vergiftiging van Theo door de 78-jarige vriendin was op basis van „aanwijzingen” een „zeer aannemelijk scenario”.

Drugshandel

Dochter Ellen, kleindochter Eden en schoonzus Ingrid vertellen het verhaal van Theo en Ria in het voorjaar van 2025 aan NRC, in Ellens huis in Hilversum. Ze overleggen documenten die hun verhaal ondersteunen.

Flessen met opgeloste amfetamine, retour uit Spanje. Ze hebben zoveel vragen waar geen antwoord op is gekomen. Waarom dacht de politie niet metéén aan drugssmokkel? Waarom duurde het een week voor ze naar de Gall & Gall gingen? Meer mensen hadden kunnen sterven. Waarom was er niet een landelijke terugroepactie? Hoe weet iedereen zo zeker dat het maar vier flessen waren? Had de dood van Ria kunnen worden voorkomen als het ziekenhuis beter naar Theo had gekeken?

Niet iedereen in de familie wil dat het verhaal bekend wordt. Het is zo pijnlijk, wat levert een publicatie in de krant op? Soms treft het noodlot je, hoe onwaarschijnlijk ook.

Laat het rusten.

Maar is het wel zo onwaarschijnlijk?

Nederland is een grootmacht als het gaat om de productie en uitvoer van synthetische drugs en het doorvoeren van cocaïne. Mondiaal staat het vrijwel bovenaan de lijst als producent van mdma, de werkzame stof in xtc, en van amfetamines voor speed. In 2024 rolde de politie 167 drugslabs op, waarvan meer dan de helft in woonwijken stond. Een zo grote industrie kent bedrijfsongevallen die gevaren opleveren voor onschuldige omstanders. Die kunnen zomaar verzeild raken in een overval of liquidatie, slachtoffer worden van ontploffingen in labs, van branden, van giftige stoffen, vergismoorden, gevaarlijke lozingen.

Ook de uitdijende smokkelroutes voor al die drugs zijn gevaarlijk – het spul komt vermomd in de bovenwereld terecht, in de voedselketen.

De douane en de politie stuitten afgelopen jaren op smokkel van vloeibare cocaïne in flessen kokosolie, in gembersiroop, in suikerstroop; ze troffen xtc aan in potten eiwitpoeder, in conservenblikken, in zakjes borrelnoten; ze vonden winegums en potten honing met thc, de werkzame stof in cannabis. Ze troffen cocaïne aan in diepgevroren vis, tussen fruitpulp. En heel vaak wordt de reguliere post gebruikt voor smokkel: in de eerste helft van 2025 onderschepte de douane 5.395 pakketjes in de post waar drugs in bleken te zitten. Dat was alleen maar wat naar buiten de EU ging – post binnen de Unie controleert de douane niet systematisch.

Zo ging het dus ook bij Ria en Theo: drugs in drankflessen, binnen de EU verstuurd per post.

Hun vergiftiging werd opgemerkt omdat Ria zelf aan de fles dacht en dat nog kon vertellen. Maar misschien zijn zij de uitzondering. Het vergiftigingencentrum van het UMC Utrecht telt 45.000 vergiftigingen per jaar. Dat zijn de bekende vergiftigingen, het vermoeden is dat er meer zijn die nooit ontdekt en gemeld worden.

Duitsland

We zoeken naar andere berichten. Vloeibare cocaïne in flessen witte wijn in Hongkong. Vloeibare mdma in flessen rode wijn in Australië. Vloeibare crystal meth in tequilaflessen in Mexico. Ketamine in flessen rozenwater in Pakistan. En dichterbij: in het Belgische Puurs overleed in 2019 een vrouw na het drinken van mdma uit een fles Merlot die uit Nederland kwam. In Duitsland loopt al jaren een groot politieonderzoek naar drieliterflessen champagne – Moët & Chandon Ice Impérial. De hoofdverdachte is een man uit Arnhem.

In een rechtbank in Weiden, een stadje tegen de Tsjechische grens, vertelt een Notarzt van de spoedeisende hulp van de lokale kliniek hoe hij in de avond van 12 februari 2022 ineens zoveel doodzieke patiënten binnenkreeg dat hij meer collega’s moest oproepen. Zeven mensen waren spugend of bewusteloos binnengebracht vanuit een Italiaans restaurantje aan het oudste straatje van Weiden, vlak naast de kliniek. Even werd gedacht aan koolstofmonoxide of een blauwzuurvergiftiging, maar het bleek de champagne te zijn. Eén man, die bewusteloos op het toilet was gevonden, overleed die nacht. Zijn bloed was zo verzuurd dat het analyseapparaat het niet meer kon meten.

De verdachte uit Arnhem, Theo G., hoort het verhaal aan met een ketting aan z’n enkels. Hij zit al anderhalf jaar in voorarrest in de Justizvollzugsanstalt in Amberg. Hij mag niks zeggen, zegt hij op de gang, maar hij is blij even Nederlands te horen.

Na de avond in het restaurant was de Duitse politie op de zaak gedoken. Het spoor had geleid naar de Nederlandse verdachte, die – volgens de hypothese van de Duitse officier van justitie – in 2019 twintig champagneflessen had neergezet in een opslagbox in Arnhem. De drieliterflessen waren gevuld met vloeibare mdma, een grondstof voor ecstasy-productie die er via een speciaal geboord gaatje in de bodem was ingespoten. De beheerder van het opslagpand had de flessen gestolen uit die box en als gewone champagne verkocht via online veilingsites, eBay en Marktplaats. Ze konden in heel Europa zijn, de politie had er maar zeven kunnen traceren. Eén van de flessen was twee jaar op de plank blijven staan vanwege corona, tot-ie in 2022 feestelijk werd geopend in het Italiaanse restaurantje.

Foto Zara Nor

Huisfeest

Ruim een week na het voorval in Weiden deed de NVWA in Nederland een publieke waarschuwing uitgaan. Daarin stond dat ook in Nederland mensen al eens ziek waren geworden van zo’n champagnefles. Wie zijn deze slachtoffers? Hoe kwamen ze aan de fles en hoe verging het hen?

De officier van justitie in Weiden geeft een hint: de Parklaan in Rotterdam, Oud & Nieuw 2019-2020. Het is de chicste straat van de stad met villa’s, advocatenkantoren en goededoelenstichtingen. Maar de Rotterdamse politie weet van niets, het Erasmus MC kan niets terugvinden en ook 112-meldingen uit die nacht geven geen opheldering.

Er zit maar één ding op: flyeren in de Parklaan. Brievenbus aan brievenbus, deurbel na deurbel. Heeft iemand die nacht iets gezien of gehoord? Als de brieven bijna op zijn vertelt een bewoner dat ze zo’n verhaal hoorde, van de zoon van iemand die in deze straat woonde. Maar dat was niet hier, en een jaar later. Hoe heet hij ook alweer? Hem vinden we via LinkedIn. De man, een dertiger, had drie maanden een baby en ging die avond voor het eerst weer uit met zijn vriendin.

Zomaar wat vrienden, broers, schoonzussen op een huisfeest in Blaricum, 31 december 2021. Ze zijn feestelijk gekleed, borrelen, maken grappen, praten bij. De bewoner van het huis zet alvast de champagne klaar, meerdere flessen in een koelbox waaronder één enorme – een drieliterfles Moët & Chandon Ice Impérial. Die had hij een jaar eerder cadeau gekregen van de dertiger die hem voor zo’n 250 euro via Marktplaats had gekocht.

De dertiger koopt vaker flessen drank via Marktplaats, licht hij toe, een hobby, en dat gaat altijd goed. Hij kocht hem bij een man in de buurt van Gorinchem, rekende contant af aan de deur, ook dat is gebruikelijk.

De dertiger: „Die vriend kwam die avond om kwart voor twaalf of zo naar mij toe en zei: het lijkt of de champagne niet goed is. Hij ruikt raar en ziet er gek uit.” De dertiger loopt mee naar de keuken en neemt een slokje. „Smaakt vreemd ja”, beaamt hij. Zijn vriendin naast hem: „Hoezo dan? Laat mij ook eens proeven.” Ze zijn het erover eens, die kunnen ze niet schenken. Zonde, te lang laten liggen misschien. Ze legen de fles.

Als hij bijkomt liggen zijn vriendin en hij op de grond in de woonkamer, de rest er omheen

Tien minuten later komt zij in paniek bij haar vriend. „Het gaat niet goed met me! Het gaat niet goed met me!” Ze blijft het herhalen, hij troost haar. Dan zakt hij zelf in elkaar, bewusteloos. Als hij bijkomt liggen zijn vriendin en hij op de grond in de woonkamer, de rest er omheen. Hij „kotste als een malle”. Zij „crepeert”, haar keel brandt, er komt een sissend geluid uit. Ze hebben geen controle meer over hun ledematen, bewegen krampachtig, bijna spastisch. Grote pupillen, ze slaan wartaal uit. Twee anderen die iets binnen kregen, voelen zich ook ziek.

Nu is iedereen in paniek.

Hij: „Het laatste dat ik me herinner is in een waas. Ik lig kotsend op straat als de politie en ambulance komen. Ik herinner me dat die steeds vroegen: wat heb je gebruikt?”

De twee worden kort nagekeken. Feestende dertigers in het Gooi, oud en nieuw, één minuut voor twaalf, grote pupillen, de politie- en ambulancemedewerkers weten het wel.

Bij tachtigers denken hulpverleners niet aan vergiftiging als gevolg van verkeerd gelopen drugssmokkel („accidentele, niet gewenste intoxicatie”). Bij feestende dertigers evenmin. De vrienden kunnen de hulpverleners er maar niet van overtuigen dat niemand drugs nam, de twee hebben net een baby! Het is de champagnefles, zegt de zwager van de dertiger tegen hen, kijk nou even naar die fles in de keuken. De politie weigert, ze moeten door. De ambulance neemt niemand mee. De vrouw gaat de volgende ochtend naar de spoedeisende hulp van het Tergooi MC, verward en nog altijd met sissende slokdarm. Ook daar wordt ze niet geloofd. Ze heeft weinig zuurstof in haar bloed. Corona, denken ze.

De vrouw wordt naar huis gestuurd. Niemand denkt aan vergiftiging. Het brandende gevoel in haar keel, de spastische trekken, de concentratieproblemen houden lang aan. Ook hij ligt nog dagen doodziek op bed. Het acute kotsen heeft hun leven gered, denken ze nu.

De autoriteiten

Het is logisch dat de meest voorkomende oorzaken hoog op de differentiaaldiagnose van de arts belanden, en het is logisch dat uitzonderlijke oorzaken van de lijst vallen. Het is ook logisch dat de politie het meest voor de hand liggende scenario najaagt. Maar als de wereld verandert, moeten de lijsten misschien mee veranderen.

In de weken erna vertellen de mensen van het feest in Blaricum instanties over het zeldzame voorval. Ook dan worden ze niet geloofd.

Een schoonzus belt op nieuwjaarsdag het Nederlandse kantoor van Moët, onderdeel van LVMH Moët Hennessy Louis Vuitton in Parijs. Ze hoort niks. Een paar weken later brengt ze de fles zelf maar naar het Nederlandse kantoor, vertellen de dertigers. Opnieuw niks. Möet belt de voedselautoriteit NVWA niet en ook niet de politie.

Op 15 februari 2022 belt de schoonzus de NVWA. Die beschouwt haar verhaal als een drugsmelding en stuurt ‘m door naar de politie Midden-Nederland. „De melding gaf op dat moment geen aanleiding om contact op te nemen met Moët”, antwoordt de NVWA op vragen van NRC.

Het stel heeft zelf al wel de politie gebeld, om aangifte te doen en een verslag op te vragen van die avond. Zo’n verslag ontvangen ze nooit.

Een zus en zwager proberen ook aangifte te doen van vergiftiging. Als dat niet lukt dienen zij een klacht in bij de politie. „Als je stelt dat de politie zonder oordeel had moeten optreden en communiceren, kan ik daar helemaal in mee gaan”, schrijft de beambte van de politie Midden-Nederland die de klacht afhandelt. Hij zal de twee agenten die die avond dienst hadden een mail sturen. „Mogelijk zet dit hun handelen in een volgende soortgelijke situatie op scherp.”

Zes weken na het huisfeest in het Gooi vallen ruim zevenhonderd kilometer oostwaarts de zeven mensen stuiptrekkend, spugend of bewusteloos op de grond in het Duitse Weiden. Een van hen overlijdt. Ook een drieliterfles Moët. Dit haalt het nieuws wel. Pas dan, een week na de melding, geeft de NVWA in Nederland een waarschuwing af.

Als de dertiger die waarschuwing ziet en in een krantenbericht leest over de Duitse zaak, belt hij opnieuw de aangiftelijn van de politie. Hij vertelt nog eens dat hij en zijn vriendin slachtoffer waren. Ze willen nog steeds aangifte doen en hun informatie graag delen. De politie neemt de aangifte nu niet in behandeling omdat de groep de fles niet meer heeft, die staat dan bij Moët. De politie belt nooit terug om informatie.

Er gaat nog een telefoontje naar de Duitse politie, dan geven de vrienden het op.

In januari 2026 klinkt in de rechtszaal in Weiden kritiek op de Nederlandse politie. Het was de Duitse politie pas duidelijk geworden dat er iets was voorgevallen in het Gooi toen Moët dat vertelde aan de Duitse rechercheurs. De champagnefabrikant had zelf verder geen actie ondernomen. Maar waarom niet? En waarom had de Nederlandse politie niets gedaan na de Nederlandse vergiftiging? Had de ellende in Weiden voorkomen kunnen worden als de politie direct na de jaarwisseling de herkomst van de drugs in de drieliterfles had onderzocht?

Een Duitse rechercheur moet eind januari in de rechtbank in Weiden getuigen over zijn Nederlandse collega’s. Een verslaggever van de lokale nieuwssite Oberpfalz Echo tekent zijn getuigenis op. De rechercheur: „De Nederlandse politie nam de vier mensen die op oudejaarsavond vergiftigd werden niet erg serieus.” De vier hadden volgens de Nederlandse politie „minder ecstasy moeten gebruiken”.

Centraal Station

Dinsdag 9 juli 2024. Om vier uur ’s ochtends rukt een ambulance uit naar het NS-opstelterrein achter het Centraal Station van Utrecht. Iemand is onwel geworden. Een 49-jarige man uit Amsterdam wordt met spoed naar het UMC Utrecht gebracht. Een eindje verderop ligt een tweede man op straat. Hij is 63, hij komt uit Utrecht. Ook hij gaat met spoed naar het ziekenhuis. Het zijn twee treinschoonmakers.

De Amsterdammer is er het slechtst aan toe. Hij overlijdt de volgende dag in het ziekenhuis, de moeder van zijn driejarige dochtertje zit aan zijn bed. Zijn familie in Ghana organiseert een herdenkingsdienst voor hem. De ander overleeft.

De politie wijst een paar dagen na het overlijden de oorzaak aan. De mannen hadden na hun dienst op het opstelterrein uit bierflesjes van verschillende merken gedronken waarin vloeibaar mdma bleek te zitten. De herkomst van de flesjes is onduidelijk.

Anderhalf jaar later pakt de politie vier mensen op voor betrokkenheid bij het voorval. De flesjes op het NS-terrein blijken niet de enige te zijn. De vier die zijn gearresteerd hadden mogelijk te maken met nog een incident, eind 2024, in Capelle aan den IJssel. Daar liep een man blijvend letsel op nadat ook hij vloeibare mdma uit een bierflesje dronk.

Toosten

De familie van Ria en Theo heeft veel vragen, net als het jonge stel en de nabestaanden van de Ghanese man. Hoe uitzonderlijk is het dat dit hun familie of henzelf overkwam? Zijn er nog flessen in omloop? Moeten instanties niet veel eerder denken aan de mogelijkheid van vergiftiging door drugs? De vriendin van de dertiger kreeg psychische klachten omdat hulpverleners haar in doodsnood niet geloofden, niet hielpen.

De drie zaken liggen bij toeval alle bij de politie Midden-Nederland, maar de afdelingen die ze afhandelen kennen elkaars zaken niet. Die worden daardoor niet in samenhang behandeld. Drie slachtoffers uit twee zaken kwamen binnen op de spoedeisende hulp van Tergooi, ook daar is geen herkenning.

Een eerste zoektocht door de Nederlandse politie naar de jeneverflessen in Sevilla is op niets uitgelopen. De politie wacht al meer dan een jaar op toestemming van de Spaanse autoriteiten om nog een keer te gaan.

De strafzaak in Duitsland is zwak. Er is weinig bewijs dat de champagneflessen in bezit waren van de verdachte uit Arnhem. Er is geen zicht op wie de drugs heeft gemaakt.

Nog niet alle twintig flessen in omloop zijn gevonden. In de weken voor deze publicatie duikt op Marktplaats een drieliterfles Moët op, net zo een als in Duitsland en met net zo’n kist eromheen als in Blaricum. Als NRC bekendmaakt de fles te willen kopen, verdwijnt die nog dezelfde dag van Marktplaats. De verkoper haalt ook zijn andere advertenties weg.

In de zaak van de flesjes bij het opstelterrein zijn arrestaties verricht. Maar de advocaat van de nabestaanden van de schoonmaker hoort weinig van de politie over de toedracht.

Gall & Gall vergoedt de crematies van Ria en Theo. Het concern ziet vooralsnog geen reden om werkprocessen grondig te veranderen na de gebeurtenis met de jeneverflessen. Drugs in flessen, is het standpunt, is zeer uitzonderlijk. Ook Tergooi MC, de NVWA en de politie hebben er geen lessen uit getrokken.

Twee dagen voor de crematie van Theo was de familie bij elkaar voor het sluiten van de kist. Ellen, haar dochter Eden en schoonzus Ingrid vertellen erover. Eén van de familieleden stelde voor om te toosten op het leven van hun vader. Misschien met die fles Zeer oude jenever in de keuken, daar hield hij zo van. Voor de anderen hoefde dat niet zo, een borrel in de middag.

Het kwam er niet van.

Lees het hele artikel