In Turkije is Neşet Ertaş een fenomeen, in Nederland is hij veel minder bekend. Maar na het horen van Altin Güns nieuwe album Garip niet meer. De ‘volksbard’ die in 2012 overleed, vertolkte de smart van Anatolië en de heimwee van Turkse migranten in Europa. Deze bozlak-muziek is ook wat Erdinç Eçevit, zanger van de Amsterdamse band Altin Gün, hoorde toen hij opgroeide. Elke dag cassettebandjes van Neşet Ertaş.
Op eerdere albums bewerkte Altin Gün al dergelijke nummers, nu staat hun zesde plaat, Garip, geheel in het teken van Ertaş’ liedjes. Het blijkt een gouden greep. Niet alleen kan Eçevit voluit dwepen met zijn klaagstem, maar omdat de originele nummers nauwelijks drums of percussie bevatten en behalve indrukwekkend spel op de saz ook weinig melodieuze lagen, heeft de Nederlands-Turkse band alle speelruimte om ze te verbouwen tot hun eigen werk. In de wereld van Altin Gün betekent het dat er psychedelische rock en funk opduikt, maar ook strijkers en vervreemdende synthesizers.
Die eigenzinnige mix van invloeden maakt Altin Gün tot een band met internationaal bereik. Ze werden in 2020 genomineerd voor een Grammy en hoewel het vertrek van zangeres Merve Daşdemir in 2024 een aderlating was, is de band er niet minder om gaan klinken. Anders dan de traditionele zangers als Ertaş laat Altin Gün op festivals zonder moeite ook het niet-Turkse deel van het publiek dansen op Anatolische klanken.
Het hippe jasje dat de band van Ertaş aantrekt, blijkt uitstekend te passen. Hoewel het album uitnodigt tot doorluisteren, wil je ook opeens meer horen van die beroemde volksbard zelf. Want wat gebeurt er allemaal op Altin Güns versie van ‘Benim Yarim’? Instrumentale psych-saz met synths? Het blijkt een bijzondere interpretatie van het origineel dat juist op de tekst leunt. En het slepende ‘Gönul Daği’ waarop zanger Eçevit excelleert en wordt opgestuwd door strijkers? Het origineel is kaler, maar toch ook fascinerend mooi.
Zo is luisteren naar Garip ook voor ongeoefende oren een avontuurlijke duik in een konijnenhol. Wie liever niet in holen duikt en onbekommerd bovengronds over de festivalweide hipt, wordt ook ruimschoots bediend. De strijkers duiken nog vaker op en geven hints naar een Bollywood-soundtrack. Hoewel de Anatolische folk overal hoorbaar is, wordt het exacte geluid van Altin Gün steeds moeilijker te vatten en daarmee steeds meer eigen.
Afsluiter ‘Bir Nazar Eyeldim’ is misschien wel het strafste kunstje. Wat begint als een schrijnende ballad bouwt met ingehouden elektronische bombast op naar een bijna stadionwaardig anthem. Zeker, het neigt naar kitsch, maar dan wel onweerstaanbare kitsch zodra net iets te vroeg de apotheose intreedt. Het doet weer terugluisteren naar het origineel. Prachtig, vocaal misschien nog wel intenser, maar toch net iets minder episch dan deze versie van 2026.
Leendert van der Valk
Van Neerden maakt ambitie waar
De naam Shane van Neerden zingt al een tijdje rond in de klassiekemuziekwereld, zeker sinds hij twee jaar geleden overtuigend de wedstrijd Dutch Classical Talent won. De Amerikaans-Nederlandse Van Neerden (26) is duidelijk niet van plan voorzichtig één teen in het water te steken, want zijn debuut-cd Each and All is meteen een dubbelalbum, waarop hij drie heel verschillende meesterwerken uit de jaren rond de Eerste Wereldoorlog bijeenbrengt. Anderhalf uur uitdagende en diepgravende pianistiek van de bijna exacte tijdgenoten Charles Ives, Maurice Ravel en Sergej Rachmaninov, die op hun manier allemaal vol overgave naar iets hogers reiken. Nee, dat is geen lichte kost. Maar het leuke is: Van Neerden maakt zijn ambitie waar.
Cd 1 is geheel gewijd aan de vierdelige Concord Sonata van Ives. Elk deel is een ‘portret’ van een prominente figuur van het Amerikaanse transcendentalisme van halverwege de negentiende eeuw: Emerson, Hawthorne, Luisa May Alcott (Little women) en haar vader en Thoreau (Walden), die allemaal in het plaatsje Concord in Massachusetts woonden. Deze uitzinnige tour de force van drie kwartier – een van de vreemdste en fascinerendste stukken uit het pianorepertoire – is bij uitstek geschikt om je aan te vertillen. Van Neerden doet echter iets anders: hij pakt je in met een dwingend betoog dat van begin tot eind volstrekt overtuigt. Zijn technische begaafdheid staat buiten kijf. Hij tovert met kleuren, maar verzandt nergens in poëtische vaagheid. Ives is bij Van Neerden overrompelend krachtig, driftig en vol dadendrang, maar ook dromerig en onbeschaamd zoetsappig, zonder dat wrange en bittere randjes worden weggemoffeld.
Openingsdeel ‘Emerson’ klinkt als Beethoven op amfetamine, 17’33” lang en zonder een moment te verslappen. In ‘Hawthorne’ volgt een hard-gemonteerde collage van virtuoze en woest kolkende passages met momenten van beheerste schubertiaanse schoonheid. De openingsmaten ademen misschien niet de kwikzilveren onthechting die meesterpianist Marc-André Hamelin eraan gaf, maar de golvende en parelende notencascades getuigen wel opnieuw van visie en enorme vertelkracht. De vele sfeeromslagen en tempowisselingen geeft Van Neerden meesterlijk gestalte. De relatieve eenvoud van deel 3, ‘The Alcotts’, presenteert hij ontroerend onsentimenteel. Het uitgesponnen slotdeel, ‘Thoreau’, is een kraakheldere, beeldschone eindigheidsmeditatie, mét hemels-herderlijke fluitbijdrage van Marije van den Berg.
Na deze tamelijk briljante prestatie gun je Van Neerden een weekje vrij, maar in plaats daarvan volgt er nóg een cd. Ook deze klinkt als een klok, alsof je naast Van Neerden op de kruk zit terwijl hij Ravels drieluik Gaspard de la nuit speelt: sensueel glinsterend in ‘Ondine’, bezonken peinzend in ‘Le Gibet’, bezeten en razend in ‘Scarbo’. Nergens dweept hij, ook niet in de halsbrekende gevoelsexplosie van Rachmaninovs Tweede pianosonate. Vooral de kalme slotmaten van het middendeel zijn tergend mooi. Al met al erg veel, maar ook erg goed. Hoe noem je zoiets? Grandioos.
Joep Stapel
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19114122/200226CUL_2031503265_CD_Waan-We-Want-Waan.jpg)
jazz
Waan
We Want Waan
In hun groeiende nieuwsgierigheid naar elektronische texturen, beats en onverwachte geluiden kiest Waan op hun nieuwe plaat voluit voor experiment. Zo kronkelt de tenorsax van Bart Wirtz door glitchy beats en vervormde synths van Emiel van Rijthoven, terwijl unheimische soundscapes onder de grooves borrelen of er als mist tussen hangen. We Want Waan klinkt rauwer en onvoorspelbaarder dan de vorige plaat, de elektronica versterkt de speelsheid en improvisatiedrang van de vier muzikanten. Het resultaat is soms verrassend dansbaar – een broeierige trip tussen jazzdance en triphop die met nummers als ‘Lodge Texas’ de dansvloer genadeloos kan aansteken.
Amanda Kuyper
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/19114059/200226CUL_2031503265_CD_Cardinals-Masquerade.jpg)
rock
Cardinals
Masquerade
De Ierse postpunkbelofte Cardinals kreeg via lovende woorden en een voorprogrammaplek al steun in de rug van landgenoten Fontaines D.C. en weet op het debuutalbum Masquerade de verwachtingen grotendeels waar te maken. Dat komt mede door de inzet van een niet al te geheim wapen: een accordeon die de rocksongs van het vijftal een extra laag meegeeft. Zo voelt ‘Over At Last’ als een punky zeemanslied. Zanger en songschrijver Euan Manning (broer Finn op accordeon) verwijst in zijn teksten naar religie, gedoemde relaties en een donkere geschiedenis die parallellen met het heden heeft (‘The Burning Of Cork’). Hoogtepunt is de afsluiter ‘As I Breathe’, die minimaal begint en geduldig opbouwt naar een enerverende tempowisseling.
Thijs Schrik
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20092552/web-200226CUL_2031503265_CD_Converge-Love-Is-Not-Enough.jpg)
metal
Converge
Love Is Not Enough
Chaos, vertwijfeling, agressie, en toch ook troost: na negen jaar wachten is er eindelijk weer een volwaardig album van Converge. In het universum der zware decibellen geldt het Amerikaanse viertal als vooraanstaande vernieuwers aangezien ze zo’n beetje alle elementen uit panische punkrock, brute (post-)hardcore en onnavolgbare wiskundemetal in een verhakselaar kieperden en dat muzikale mengsel nog verder opfokten met een flinke dosis adrenaline en hyperactiviteit. Ook na negen jaar radiostilte (afgezien van de samenwerkingsplaat met doomfolkzangeres Chelsea Wolfe, Bloodmoon: I) zijn ze dat kunstje nog niet verleerd. Over een tornado van ratelende drums en zaaggitaren gromt, rochelt en gilt frontman Jacob Bannon diep vanuit zijn slokdarm over verkrachte waarheden, gemiste kansen en emotioneel onvermogen. De ijzingwekkende riffs en wanhoopsrefreinen van ‘Amok Amok’ en ‘We Were Never the Same’ blijven nog dagen in je hoofd nagalmen.
Frank Provoost


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20105710/200226ECO_2031729369_nieuwbouw.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20215820/200226SPO_2031755199_relay.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20212815/200226SPO_2031755190_velzeboer.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18180707/web-180226VER_2031688849_Nestle.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18151808/180226VER_2031682823_irak.jpg)

English (US) ·